thumb|right|200px|Een laat-13e-eeuwse weergave van het leven van Margarita van een anonieme schilder uit Arezzo De heilige Margaretha van Cortona (ook Margarita van Cortona) (geb. 1247; † 22 februari 1297) wordt gevierd op 22 februari. Omdat haar feest tegelijk valt met dat van de Cathedra van de heilige apostel Petrus wordt het nogal eens verplaatst naar 16 mei.
Margaretha was de dochter van een wijnboer uit de Toscane. Na de dood van haar moeder hertrouwde haar vader en Margaretha kon bijzonder slecht met haar stiefmoeder overweg.
Zij liep van huis weg om als concubine met de plaatselijke kasteelheer Arsenio van Montepulciano samen te gaan wonen. Zij kreeg van hem een kind, maar hij zou nooit met haar trouwen (wat in die tijd vanwege het standsverschil ook een sociale onmogelijkheid zou zijn geweest). Toen Arsenio tijdens een jachtpartij door overvallers werd neergestoken, stortte Margaretha geestelijk in. De legende zegt dat zij haar vermoorde minnaar in het bos vond, nadat zijn hazewindhond alleen naar huis was teruggekeerd.
De gebeurtenis bewerkte in Margaretha een religieuze bekering. Zij liet haar kind achter in de zorg van kloosterlingen en begon een leven dat sterk doet denken aan de 'dwazen omwille van Christus' in het Slavische christendom. Ze schreeuwde op straat haar zondigheid uit, in eerste instantie vanaf het dak van haar geboortehuis, zelfs midden in de nacht.
Op den duur werd deze drang onder leiding van de Franciscanen van Cortona enigszins in geordende banen geleid. Zij werd in 1288 opgenomen in de Derde orde van Sint-Franciscus, en zette haar boeteleven voort in, of in de buurt van, de Franciscanenkerk in Cortona. Ze verminkte zichzelf om zich van haar schoonheid te ontdoen, vastte streng en begon behoeftigen te helpen.
Haar leven ontwikkelde zich naar het patroon dat bekend is van andere Italiaanse mystici. Visioenen en extasen vielen haar ten deel, en aan het einde van haar leven de zekerheid dat haar zonden haar vergeven waren. Zij kreeg op den duur een gezelschap van navolgsters om zich heen en stichtte een congregatie van actieve religieuzen, het 'gezelschap van boete en berouw.' Zij is op afbeeldingen eenvoudig te herkennen aan het opvallende geblokte habijt van dit gezelschap.
Margaretha wordt vereerd als boetelinge en is de beschermheilige van de prostituees (samen met Maria Magdalena en nog een aantal andere bekeerde vrouwelijke heiligen.)
Van haar wordt een reliek bewaard in het schrijn van de XXXVI heiligen in de Sint-Andrieskerk in Antwerpen.
Onvergankelijkheid Margaretha van Cortona staat binnen de rooms-katholieke kerk bekend als een van de onvergankelijke heiligen: dit zijn heiligen van wie het lichaam na het overlijden uitzonderlijk goed bewaard is gebleven. Eind 20e eeuw hebben wetenschappers op verzoek van het Vaticaan onderzoek gedaan naar de lichamen van een aantal onvergankelijke heiligen. Bij onderzoek van het lichaam van Margaretha van Cortona werden grote sneden in armen, benen, buik en borst geconstateerd, een indicatie voor kunstmatige mummificatie. Ook was het lichaam behandeld met medicinale oliën.
Later bleek uit bronnenonderzoek dat de lokale bevolking bij het overlijden van Margaretha van Cortona in 1297 de kerk had gevraagd om het lichaam van de in haar tijd al geliefde zuster te conserveren. Dit was in het vergeetboek geraakt.
Stichting in Nederland miniatuur|Voorgevel van het pand aan Haagweg 47 in 1979 In Nederland werd in 1917 de stichting Margaretha van Cortona opgericht, onderdeel van de Rooms-Katholieke Vereniging ter Bescherming van Meisjes, dat opvang bood aan zwangere meisjes (van 1900 tot 1988 was iemand meerderjarig vanaf 21-jarige leeftijd). Het opvanghuis en de bijbehorende kraamkliniek waren gevestigd aan de Haagweg 47 in Leiden. De zusters van het Sint Elisabeth Ziekenhuis, opgericht door het klooster van de Franciscanessen van de Heilige Elisabeth, hadden vanaf 1934 de leiding over het opvanghuis. De zusters verhuisden in 1939 naar het naastgelegen pand met huisnummer 49, Huize Ter Wetering (waar Heike Kamerlingh Onnes had gewoond van 1904 tot zijn dood in 1926) en het opvanghuis aan Haagweg 47 werd uitgebreid. Tot aan haar pensioen in 1975 was zuster Michael Graumans directrice van het opvanghuis. De moeders verbleven meestal zo'n twaalf weken in het opvanghuis. De directrice vertelde in een kranteninterview: "Over zonde en kwaad, zoals dat vroeger gebeurde, hebben we het hier niet. Voor ons staat voorop dat de niet-gehuwde aanstaande moeder het enorm moeilijk heeft en dat zij in een crisis situatie verkeert." De meeste kinderen bleven in het opvanghuis, waar ze konden blijven tot ze vier jaar oud waren; vervolgens gingen ze naar een kindertehuis of gingen ze bij hun moeder wonen. Enkele jonge moeders stonden hun kind af ter adoptie of behielden hun kind. De stichting beheerde ook een kraamafdeling voor gehuwde vrouwen in het pand. Het tehuis werd eind jaren zestig formeel erkend als kraamkliniek. De stichting fuseerde in 1996 met Stichting Cassandra en ging door onder de naam Vrouwenopvang Rosa Manus, genoemd naar Rosa Manus.
Categorie:Italiaans heilige of zalige Categorie:Christelijk mysticus