miniatuur|Yamaha RA 31 De Yamaha 125 cc racers 1960-1969 vormen een serie 125cc-wegrace-motorfietsen die door het merk Yamaha in de jaren zestig werden ingezet in wegraces.

Voorgeschiedenis Yamaha was pas in 1954 begonnen met de productie van motorfietsen. Het eerste model was de Yamaha YA 1, een kopie van de vooroorlogse DKW RT 125, die in 1955 op de markt kwam. De standaard YA 1 leverde slechts 5½ pk, maar nog in hetzelfde jaar verscheen een 10 pk raceversie. Er werd toen nog vooral deelgenomen aan nationale wegraces en heuvelklimwedstrijden op onverharde wegen. In 1957 verscheen de Yamaha YA-A met 14 pk die een afwijkende boring/slag verhouding had. Nog in hetzelfde jaar werd die boring/slagverhouding opnieuw veranderd bij de Yamaha YA-B. Yamaha had toen al een aantal fabrieksrijders in dienst, waaronder de beroemde Fumio Ito. Men concentreerde zich toen vooral op de 250 cc klasse, waardoor de ontwikkeling van de 125 cc machines op een laag pitje kwam te staan. In april 1960 nam Yamaha het kleine Showa Works Ltd over. Daardoor kreeg het de vooruitstrevende tweetakttechniek met roterende inlaten van Showa in handen.

1961: Yamaha RA 41 Yamaha startte in 1961 voor het eerst in het wereldkampioenschap, maar de nadruk lag nog steeds op de 250 cc klasse. Men startte in beide klassen pas in de derde grand prix, die van Frankrijk in Clermont-Ferrand. Taneharu Noguchi werd in de 125 cc klasse achtste. In de Lightweight 125 cc TT werd Fumio Ito elfde, Hideo Oishi twaalfde, Noguchi zeventiende en Sunako viel uit. In Assen werd Sunako negende en Ito tiende. Voor de gelegenheid kreeg de Nederlander Cees van Dongen in Assen een RA 41, waarmee hij dertiende werd. In de GP van België werd ook een dertiende plaats behaald. Daarmee had de RA 41 geen enkel punt gescoord. Yamaha trok het team terug en sloeg ook het seizoen 1962 over om de machines verder te ontwikkelen. In die periode kwamen er diverse opvolgers, zoals de RA 55 en de RA 75, maar in de GP's werd de RA 41 in 1964 pas opgevolgd door de tweecilinder RA 97.

Motor De RA 41 had een luchtgekoelde tweetaktmotor en was de eerste 125 cc machine van Yamaha die twee roterende inlaten had, aan weerszijden van het motorblok. Bovendien was het autolube smeersysteem toegepast, waardoor geen mengsmering werd gebruikt maar olie werd toegevoegd afhankelijk van de stand van het gashendel. Na veel geëxperimenteer met de boring/slag verhouding had de RA 41 dezelfde boring (56 mm) en slag (50 mm) die de YA-B ook had. Aandrijving De RA 41 was de eerste 125 cc Yamaha die een meervoudige droge platenkoppeling kreeg. Daarvoor waren alleen meervoudige natte platenkoppelingen gebruikt. De machine kreeg ook zes versnellingen en de eindaandrijving ging uiteraard via een ketting. Rijwielgedeelte De RA 41 had een dubbel wiegframe en rondom trommelremmen. Aan de voorkant zat een telescoopvork en achter een swingarm met twee veer-demperelementen.

1962: Yamaha RA 55 In 1962 ontwikkelde Yamaha de machines door. Er werd een nieuw prototype gemaakt, waarover weinig bekend is. Deze Yamaha RA 55, die een iets langere slag had, is in elk geval nooit buiten Japan geweest, maar er werd o.a. mee getest op het nieuwe circuit van Suzuka.

1963: Yamaha RA 75 In oktober 1963, tijdens de afsluitende race van het wereldkampioenschap in Japan, verscheen pas het tweede prototype, de RA 75. De boring/slagverhouding was weer 56 × 50,7 mm en deze machine leverde 25 pk bij 12.000 tpm. Nu waren er echter acht versnellingen aan boord. Het Yamaha-team scoorde er geen punten mee. De RA 75 was dan ook bedoeld voor het seizoen 1964.

1964: Yamaha RA 97 Qua vermogen zat de RA 75 precies tussen de Honda RC 145 (24 pk) en de Suzuki RT 63 (26 pk) in, maar de Honda was al in 1962 uitgebracht en het was te verwachten dat men met een sterkere machine voor 1964 zou komen. Dat gebeurde ook: Honda bracht de 28 pk-sterke 2RC 146 en Suzuki kwam met de 30 pk-sterke RT 64. Yamaha kwam pas in de vijfde Grand Prix, de TT van Assen aan de start met een compleet nieuwe motorfiets. Deze RA 97 had nu twee cilinders, maar nog steeds luchtkoeling en de motor was in een robuust dubbel wiegframe gehangen, dat overeenkomst vertoonde met het hoog aangeslagen featherbed frame van Norton. Daardoor woog de RA 97 ca. 100 kg en dat was behoorlijk wat meer dan de Honda en de Suzuki. Toch wist Phil Read er in Assen de tweede plaats mee te behalen, tussen de Honda-coureurs Jim Redman en Ralph Bryans in. Daarna trok Yamaha zich weer terug uit de 125 cc klasse, maar opnieuw in de afsluitende GP van Japan kwam de RA 97 terug. Hiroki Matsushima en Akiyasu Motohashi werden vijfde en zesde. Men had echter niet stilgezeten: de RA 97 was de eerste watergekoelde Yamaha uit de geschiedenis geworden. De koeling werd verzorgd door een waterpomp die op de versnellingsbak zat en daar ook door werd aangedreven.

1965: Yamaha RA 97 Ook in 1965 kwam Yamaha slechts spaarzaam aan de start in de 125 cc klasse. Men concentreerde zich op de 250 cc klasse, waarin Phil Read met de RD 56 wereldkampioen werd en Mike Duff tweede. Waar het de 125 cc klasse betrof meldde het merk zich voor het eerst bij de Lightweight 125 cc TT op het eiland Man, maar wel met veel succes: Read won en Duff werd derde. Dit was echter al de vijfde WK-wedstrijd en de eerste vier waren gewonnen door Hugh Anderson met een Suzuki RT 65. Het was toen al duidelijk dat de Honda 4RC 146 niet zo succesvol was als gedacht. De zesde race vond plaats in Assen en werd gewonnen door Mike Duff. De RA 97 was wel verbeterd en leverde nu 30 pk bij 13.500 tpm en er waren negen versnellingen aan boord. Yamaha haalde de RA 97's na Assen weer terug naar Japan.

1966: Yamaha RA 97 en RA 31 In 1966 werd de 125 cc racer eindelijk het hele seizoen gebruikt en dat wierp zijn vruchten af. In de eerste race (Spanje) werd vooral het team van Suzuki geplaagd door pech. Hans Georg Anscheidt viel in de vierde ronde uit met een defecte ontsteking en Hugh Anderson had hetzelfde probleem. Frank Perris haalde de streep evenmin. Heinz Rosner (MZ), viel zelfs enkele honderden meters voor de eindstreep stil met en defecte zuiger. Hij was op dat moment vierde. De echte strijd ging tussen de tweecilinder tweetakt Yamaha RA 97 en de vijfcilinder viertakt Honda RC 149. Uiteindelijk won Bill Ivy (Yamaha) zijn eerste Grand Prix, Luigi Taveri (Honda) werd tweede, Ralph Bryans (Honda) derde en Phil Read (Yamaha) vierde. Read was feitelijk de snelste op de baan, maar had een slechte start gehad.

In Duitsland won Taveri vóór zijn teamgenoot Bryans. Phil Read werd derde. Met de Suzuki vlotte het weer niet: Anscheidt moest tot tweemaal toe de pit in en werd vijfde en Frank Perris werd vierde.

Mike Duff startte weliswaar in de TT van Assen, maar hij was nog lang niet fit na een zware val in Japan in 1965. Hij trainde zichzelf naar de tweede startrij, waar hij Cees van Dongen (de snelste privérijder met een Honda CR 110) en Toshio Fujii met de nieuwe Kawasaki aantrof. Op de eerste rij stonden Luigi Taveri, Bill Ivy, Yoshimi Katayama (Suzuki), Phil Read, Hugh Anderson, Ralph Bryans en Frank Perris. Katayama was op de nog gedeeltelijk natte baan het snelste weg, maar werd nog in de eerste ronde gepasseerd door Read en Taveri. Na de derde ronde had Ivy zowel Read als Taveri ingehaald. Ralph Bryans was intussen al verdwenen. Hij was al een keer gestopt, waarschijnlijk om bougies te vervangen, en reed uiteindelijk definitief de pit in. Tussen Read en Taveri ontspon zich een geweldige strijd, die uiteindelijk door Taveri gewonnen werd. Hij werd tweede en Read derde.

In Oost-Duitsland was het net als in België (waar de 125 cc klasse niet had gereden) slecht weer. Taveri won deze regenrace vóór Katayama en Ivy.

De 125 cc race in Tsjecho-Slowakije was de enige solorace waarin Mike Hailwood niet startte en die hij dus ook niet won. Toch won Honda alle soloraces want in de 125 cc klasse kwam Luigi Taveri als eerste over de streep. Ralph Bryans werd tweede en Bill Ivy, die tijdens de achtervolging de snelste raceronde had gereden, werd derde.

In Finland won Phil Read de 125 cc race met slechts één seconde voorsprong op Luigi Taveri. Ralph Bryans werd derde. Bill Ivy kon niet starten na een val tijdens de Hutchinson 100 Meeting op Brands Hatch.

Yamaha stuurde op het laatste moment de nieuwe 125 cc RA 31 viercilinder naar de Ulster Grand Prix, maar Ivy kon er niet mee starten omdat hij nog steeds niet fit was. Taveri won en Ralph Bryans werd zelfs tweede. Read reed de RA 31 naar de derde plaats, maar de 125 cc wereldtitel was nu definitief in handen van Luigi Taveri en Honda.

De Lightweight 125 cc TT moest vanwege de zeer dichte mist enkele uren worden uitgesteld. Hoewel de wereldtitel al beslist was, waren de verwachtingen hoog gespannen. Suzuki, dat slechts één podiumplaats gehaald had (Yoshimi Katayama op de Sachsenring) had de snelste trainingstijd dankzij Hugh Anderson die met de RT 66 een nieuw ronderecord gereden had. Verder zette Yamaha haar nieuwe RA 31 viercilinders weer in en Honda uiteraard de vijfcilinder RC 149. Ivy was juist fit verklaard en won de race door van start tot finish aan de leiding te gaan. Read finishte een halve minuut achter hem en Anderson werd derde.

In Monza waren de 125 cc Honda vijfcilinders iedereen te snel af. Wereldkampioen Taveri won, zijn teamgenoot Bryans werd tweede en Bill Ivy eindigde als derde, slechts 0,1 seconde sneller dan Phil Read die dus vierde werd.

Bij afwezigheid van Honda won Ivy met de Yamaha de 125 cc race in Japan. De Suzuki-coureurs Katayama en Itō werden tweede en derde.

Bill Ivy werd achter Luigi Taveri (Honda) 2e in het wereldkampioenschap van 1966. Phil Read eindigde als vierde, Akiyasu Motohashi als achtste, Mike Duff als negende, Tommy Robb als elfde en Yasuharu Yuzawa als vijftiende.

1967: Yamaha RA 31 miniatuur|Bill Ivy werd met acht overwinningen wereldkampioen in de 125 cc-klasse. De RA 31, die dus al in het seizoen 1966 was ingezet, was een verkleinde versie van de 250 cc viercilinder RD 05. De RA 31 was een watergekoelde viercilinder die eigenlijk bestond uit twee tweecilinders die onder een hoek van 70° boven elkaar waren geplaatst. Vier afzonderlijke krukastandwielen dreven via tandwielen de meervoudige droge platenkoppeling aan. De machine had ook vier roterende inlaten en vier 22 mm carburateurs. Ze leverde ongeveer 40 pk.

Al vóór de start van het seizoen 1967 werd bekend dat Honda uit de 50- en de 125 cc klassen zou stappen.

In de openingsrace in Spanje kwamen Bill Ivy en Phil Read met de nieuwe Yamaha RA 31 viercilinders aan de start. Suzuki kon nog steeds de viercilinder RS 67 niet inzetten en daardoor bleef de tweecilinder, die nu RT 67 heette, in handen van Yoshimi Katayama en Stuart Graham. Katayama leidde in de eerste ronde, maar werd gepasseerd door Ivy en Read die eerste en tweede werden. Katayama werd derde en Graham, die een slechte start had gehad, werd vierde.

In Duitsland moest Hans Georg Anscheidt (Suzuki) nog tijdens de ceremonie van de 50 cc race, die hij gewonnen had, vertrekken naar de start van de 125 cc race. Hij had daar de snelste start, maar werd al snel ingehaald door Bill Ivy en Phil Read met hun Yamaha's. In de bocht vóór start/finish vielen vier coureurs gezamenlijk: Ivy en Read en twee achterblijvers: Fritz Kohlar (MZ) en Francesco Villa (Montesa). Francesco Villa was de enige die gewond raakte: hij brak een sleutelbeen. Voor Ivy was deze valpartij zijn vierde in twee weken: Eerst tijdens de training van een internationale race in Brands Hatch, toen tijdens de training in Spanje, de training in Duitsland en de 125 cc race in Duitsland. Daar reed hij in de 250 cc race de snelste ronde, maar hij zakte later in de caravan van Mike Hailwood in elkaar, waarna hij enkele dagen in het ziekenhuis moest bijkomen. Door dit alles konden de Suzuki's toch de beste plaatsten pakken. Katayama won en Anscheidt werd tweede. Op één ronde achterstand werd László Szabó met een MZ derde.