Albert Charles Auguste Plasschaert, pseudoniem A. Pelgrym, (Sas van Gent, 20 april 1874 - Den Haag, 9 mei 1941)Plasschaert woonde ten tijde van zijn overlijden in Rijswijk, maar overleed volgens de berichtgeving uit die tijd na een langdurig lijden in Den Haag. Hij werd in zijn woonplaats Rijswijk begraven. was een Nederlandse kunstcriticus en dichter.

Leven en werk Plasschaert werd in 1874 in Sas van Gent geboren als zoon van Augustus Plasschaert, opzichter van de waterstaat en Maria Christina Josephina Pauwels. Hij is een neef van de acht jaar oudere kunstschilder Albert August Plasschaert (1866 - 1941). Hij ging na zijn middelbareschoolopleiding studeren aan de toenmalige Polytechnische school te Delft. Ook studeerde hij enige tijd rechten aan de Leidse universiteit. Hij leidde al tijdens zijn studie het literaire en kunsttijdschrift De Tuin. Hij ontwikkelde zich tot een spraakmakende kunstcriticus. Volgens het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie was hij in zijn tijd "een van de belangrijkste en meest gevreesde critici van Nederland".Bron RKD Zijn aanduiding Amsterdamse Joffers voor een groep jonge vrouwelijke schilders in de hoofdstad vond snel algemene ingang. Hij publiceerde zijn kritieken in de kranten Het Vaderland en in De Groene Amsterdammer. Ook schreef hij voor bladen als De Kunst, De Stem en De Nieuwe Gids. miniatuur|Portret door Lucie van Dam van Isselt, 1914 Plasschaert was driemaal getrouwd. Hij trouwde op 8 maart 1906 in Katwijk met Elisabeth Johanna Carolina Gelderman. Na hun scheiding trouwde hij op 12 mei 1909 in Utrecht met de kunstschilderes Lucie van Dam van Isselt. Ook dit huwelijk werd door scheiding ontbonden, daarna trouwde hij op 15 december 1922 in Rijswijk met jonkvrouw C.P. (Cornelia) Gevers (1897-1970). Hij overleed in mei 1941 op 67-jarige leeftijd in Den Haag. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in zijn woonplaats Rijswijk. Plasschaert was Officier in de Orde van Leopold II.

Bibliografie Floris Verster, en zijn plaats te midden der schilders, geboren omstreeks 1860 : een korte bespreking van de stand van 't oogenblik, Amsterdam, Versluys, 1904 (Digitale versie) Studies en gegevens over schilderkunst 1907, Zeist, 1908 XIXde eeuwsche Hollandsche schilderkunst, Amsterdam, 1909 (Digitale versie) Vincent van Gogh, Ooltgensplaat, 1910. Overdr. uit: Kritieken. jrg. 2, no. 5. (Digitale versie) Opmerkingen en gegevens over schilderkunst, twee delen, Ooltgensplaat/Delft, 1910-1914 Matthias Marris. Een lezing uit 1910. Ooltgensplaat, 1911 Naamlijst van Hollandsche schilders. Amsterdam, Ahrend, 1912 (Digitale versie) Schilderijen "zien", een reeks opmerkingen, Delft, 1912 (Digitale versie) Figuur en interieur in de 19e en 20e eeuw = The figure and interior in the 19th and 20th centuries, door Albert Plasschaert. Interieur in beeld = The interior in reproductions, door Johan Bories. Amsterdam, Tiepen; London, Brand Hill, 1913 (Digitale versie) Opmerkingen en gegevens over schilderkunst. (Deel 2). Delft, Waltman, 1914 (Digitale versie) Korte en kortste besprekingen, Haarlem, 1917 (Digitale versie) Beschouwingen, vijf delen, Middelburg, vanaf 1917 (Reeks I) (Digitale versie) Reeks II (Digitale versie) Reeks III (Digitale versie) Reeks IV (Digitale versie) Reeks V (Digitale versie) Het zien van schilderijen. Een aantal opmerkingen met samenvatting. Arnhem, Van Loghum Slaterus en Visser, 1919 (Digitale versie) Het goddelijk liefdespel..., omstreeks 1920 Jacob Maris. Een overzicht, Arnhem, 1920 (Digitale versie) Het rapport der Rijkscommissie voor de Reorganisatie der Musea door A. Plasschaert, F.W. Hudig. Amsterdam, ca. 1921. Inleidingen uitgesproken in de Algemeene vergadering van den Nederlandsche Oudheidkundigen Bond te Amsterdam op 17 December 1921 Josef Israëls : korte eenvoudig-gehouden biographie en karakteriseering. Amsterdam, Van Munster, 1923 (Digitale versie) Korte geschiedenis der Hollandsche schilderkunst: van af de Haagsche School tot op den tegenwoordigen tijd, Amsterdam, 1923 (Digitale versie) Johannes Vermeer en Pieter de Hooch, Amsterdam, 1924 (Digitale versie) Petrus Theodorus van Wijngaerdt. Een beschouwing, Utrecht, 1924 (Digitale versie) Jan Toorop. Amsterdam, De Bussy. 1925 (Digitale versie) Muurschilderingen, Rotterdam, 1926 (Digitale versie) Jan Mankes, Wassenaar, 1927 (samen met Just Havelaar en ingeleid door A. Mankes-Zernike) Testament. Hilversum, 1927 (Digitale versie) Liefde's onrust, Maastricht, 1928 (Digitale versie) Vrede, Utrecht, 1928 Jan Th. Toorop herdenking 1928-1929. 32 reprodukties, met artikelen van A. Plasschaert en J. Nieuwenhuis. Amsterdam, Vorst en Tas, 1929 (Digitale versie) De natuur. Lezing. Hilversum, 1930 (Digitale versie) Bloem en blad, een krans; beschouwingen van Kritias '31, '32, Nijmegen, 1933 De schilder H. Wiegersma, Zeist, 1933 Jacob Dooijewaard en zijn Amsterdamsche periode, Amsterdam, 1937 (Digitale versie) Jan Toorop herdenking, Amsterdam, 1930 (samen met Kees van Hoek)

Als A. Pelgrym schreef hij onder meer Zestien liedjes (Digitale versie) Amori Zestien kleine verzen.

Categorie:Nederlands kunstcriticus