De Aesti (Ook: Aestii of Aesten) waren een oud, waarschijnlijk West-Baltisch volk. Historische bronnen

Schrijvers uit de oudheid gaven erg weinig informatie over de Aesti. Plinius vermeld in 77 AD, zich baserend op Scandinavische bronnen, het land Aengina, waarschijnlijk een verbasterde vorm van Aestingia, het land der Aesti, aan het oosten van de Oostzee tot aan de Wisła, waar de Sarmatae, Venetae, Skiri en Hirri woonden.

Ze werden voor het eerst beschreven door de Romeinse historicus Tacitus in zijn book ‘Germania’.

Tacitus miniatuur|

Tacitus schreef als eerste Romeinse schrijver iets over hen in zijn Germania. Hoewel Tacitus nooit zelf naar Germanië gereisd is, en alleen informatie opschreef die andere mensen aan hem verteld hadden, is zijn korte etnografie de meest gedetailleerde overlevering van de Aesti die we hebben.

Volgens Tacitus lag het land van de Aesti ergens ten oosten van de Suiones en ten westen van de Sitones. Hij refereert ook naar de Fenni, die naast de Aesti zouden leven. Met de Fenni werden naar alle waarschijnlijkheid de Finse volkeren bedoeld.

De Aesti worden door Tacitus vooral sterk verbonden werden met barnsteen, een populair luxegoed in de tijd van Tacitus. De Baltische barnsteenhandel, die tot in de Middellandse Zee reikte, heeft een oorsprong die tot ver in de steentijd teruggaat. Het was dus zeker niet zo dat pas de Romeinen hen op de waarde attent gemaakt hadden. Het centrum van de handel lag, en ligt nog steeds, aan de kusten van Samland.

Het is wel zeker dat Tacitus zich vergiste toen hij impliceerde dat de Aesti een soort hybride Keltisch-Germaanse volkscultuur hadden.

Van het enige, door Tacitus overgeleverde Aestische woord "glesum" is niet eens zeker of het inderdaad Aestisch was, of slechts de Germaanse benaming voor barnsteen (vergelijk Germaans "glas").

Cassiodorus

De Variae van Cassiodorus, gepubliceerd in 537, bevat een brief, geschreven door Cassiodorus in naam van Theodorik de Grote, en gericht aan de Aesti:

De stijl van de brief bewijst dat het land van de Aesti een onafhankelijke staat was, niet geregeerd door de Ostrogoten. Blijkbaar vond Cassiodorus het politiek gezien van belang dat er vriendschappelijke betrekkingen met de regio werden vastgelegd. De brief laat ook zien dat de Aesti zich volledig bewust waren van de waarde van amber en er een soort handelsgeheim van hadden gemaakt. Het sturen van giften en de belofte om in de toekomst gunsten voor elkaar te verrichten was in de oudheid een manier om erkenning van een andere staat te tonen.

Jordanes De zesde-eeuwse geschiedschrijver Jordanes maakt twee verwijzingen naar de Aesti in zijn boek De oorsprong en de daden van de Goten, een behandeling van Cassiodorus' langere, verloren gegane boek over de geschiedenis van de Goten. Het eerste citaat plaatst de Aesti voorbij de Vidivari, aan de oever van de Oostzee:

Jordanes noemt hen "een volkomen vreedzaam volk". Het volgende citaat betreft de onderwerping van de Aesti door Hermanaric, koning van de Gotische Greuthungi:

Middeleeuwse bronnen 300px|miniatuur|Germaniae veteris typus ("Historische kaart van Germanië") van Willem en Joan Blaeu (1645). De Aestui bevinden zich uiterst rechtsboven, in Oost-Pruisen.300px|thumb|Politieke kaart van Europa door Shepherd, rond 526-600. De "Esthonians" zijn hier nog in Oost-Pruisen gelokaliseerd.

Een 11e-eeuws manuscript met koning Alfred's beschrijving van de reis van Hedeby naar Truso door Wulfstan worden de benamingen Esti, Est-mere en Eastland gebruikt. Het bevat etnografische informatie over de middeleeuwse Aestii, In de tekst wordt een beknopte beschrijving van het land en zijn rijkdommen gevolgd door een zeer gedetailleerd verslag van hun begrafenisgebruiken. De beschrijving plaats hen eenduidig ten oosten van de Wisła.THE GEOGRAPHY OF EUROPE BY KING ALFRED, ETC.. Gearchiveerd op 26 september 2009.

In de middeleeuwen lijkt de benaming Aistland zich echter verruimd te hebben, en werd nu gebruikt voor de gehele Baltische oostkust tot aan de Finse Golf. Als zodanig komt het voor in de Scandinavische sagas.

Toen de Denen in 1219 het noorden van het huidige Estland veroverden, richtten zij daar het Hertogdom Estland op. De Duitse Zwaardbroeders gebruikten voor het door hun veroverde gebied de naam Lijfland.

Ook het Wislahaf heeft echter nog steeds een sterke connectie met de Aesti. In het Oudpruisisch en het moderne Litouws is de naam voor de lagune Aistmares en Aīstinmari, waarbij mari baai of lagune betekent. De lagune stond dus bekend als "De baai van de Aestii".

Huidig gebruik In de moderne Estlandse taal is "Eesti" de benaming van het moderne Estland. De Estlanders noemen zichzelf "Maarahvas", dat "volk van het land" betekent. De benaming Esten is voor zover bekend een door de Denen gegeven exoniem.

Categorie:Historisch volk in Europa Categorie:Baltisch volk