right|200px|Infanterist bij Stalingradmet insigne Het Storminsigne van de Infanterie (Duits: Infanterie-Sturmabzeichen) was een Duitse militaire onderscheiding. Het insigne werd 20 december 1939 door de opperbevelhebber van het Duitse leger, kolonel-generaal Walther von Brauchitsch, ingesteld. Deze onderscheiding moet, volgens de verordening, als een "zichtbaar teken van de erkenning van de in de aanval geharde infanterie en tegelijk als een aansporing zijn om de hoogste plicht te vervullen".

Het zilveren Panzerkampfabzeichen was de eerste onderscheiding van zijn soort. Later volgden het Infanterie-Sturmabzeichen en het Allgemeines Sturmabzeichen.

Het insigne wordt op de linkerborst gedragen. Na de oorlog mocht men in de Bondsrepubliek Duitsland gedenazificeerde storminsignes blijven dragen. Dat hield in dat de adelaar en de swastika waren verwijderd. Op overtreding van deze wet staan zware straffen. In de DDR is een geallieerd verbod om onderscheidingen van vóór mei 1945 te dragen altijd blijven gelden.

Het ontwerp voor dit insigne dat qua vorm in de Duitse militaire tradities past was van de Berlijnse firma CE Juncker. Het insigne is een verzilverde plaat van zink en laat een karabijn met bajonet in een ovale krans van eikenbladeren zien. Het embleem van de Wehrmacht, een adelaar met hakenkruis, staat op het bovenste gedeelte van de krans.

Om dit insigne te krijgen moest men als infanterist met een wapen in zijn hand na januari 1940 bij drie aanvallen, en op drie verschillende dagen in de frontlinie, betrokken zijn geweest bij gevechten waarbij men de vijandelijke linie doorbrak.

Succesvolle verkenningen en gewelddadige tegenaanvallen werden geteld als "aanvallen" als zij leidde tot een man-tegen-mangevecht met de vijand. Ook het vernietigen van tanks door individuele soldaten telde mee voor deze onderscheiding.

Voor de bronzen versie van het Storminsigne van de Infanterie golden dezelfde regels. Dit insigne kon worden toegekend aan soldaten van de gemotoriseerde infanterieregimenten en eenheden met machinegeweren, de artillerie van de infanterie en anti-tankeenheden van infanterie en de alpine troepen.

Later in de oorlog werd het Storminsigne van de Infanterie ook aan de Waffen-SS (1 januari 1940- 1 juni 1940) en de politie (12 november- 1942) verleend. Voor de soldaten andere troepenindelingen kwam er een Allgemeines Sturmabzeichen en een Panzerkampfabzeichen.

Personeel van de luchtmacht dat al vóór 1 maart 1942 een Sturmabzeichen des Heeres of het Infanterie-Sturmabzeichen toegekend had gekregen moest dit inruilen tegen een Erdkampfabzeichen der Luftwaffe.

Na de Tweede Wereldoorlog links|thumb|150px|Het gedenazificeerde insigne na 1957. Na de capitulatie van Duitsland verboden de geallieerde mogendheden het dragen van Duitse onderscheidingen, waaronder die van vóór 1918. In de DDR bleef dit verbod onverkort van kracht.

Op 26 juli 1957 vaardigde de Bondsrepubliek Duitsland een wet uit die het dragen van onderscheidingen met hakenkruizen of SS-runen verbood. Het dragen, verzamelen, tentoonstellen en afbeelden van dergelijke insignes werd sindsdien wettelijk gereguleerd. Een aantal onderscheidingen werd daarna in een “gedenazificeerde” uitvoering opnieuw toegestaan, waarbij het hakenkruis en soms ook de adelaar werden verwijderd.Ordensjournal. p.12. Ook met het Storminsigne van de Infanterie van het Leger is dat het geval.

Externe links Lexikon der Wehrmacht: Infanterie-Sturmabzeichen TRACESOFWAR: databank van gedecoreerden met het Infanterie-Sturmabzeichen in Silber TRACESOFWAR: databank van gedecoreerden met het Infanterie-Sturmabzeichen Wehrmacht awards: Infantry Assault Badge

Zie ook Ridderorden en onderscheidingen van nazi-Duitsland

Categorie:Onderscheiding in nazi-Duitsland