De Nationale vlag van de Bataafse Republiek (destijds gespeld als Nationaale vlag van de Bataafsche Republiek) is een Nederlandse historische vlag. Voor de marine kwam een afwijkende vlag, waarvan de jack werd ontworpen door Dirk Langendijk in januari 1796. In maart 1796 werd de nieuw vastgestelde officiële vlag van de Bataafse Republiek ingevoerd. Het gebruik van de zogeheten Prinsenvlag, die de kleuren oranje-blanje-bleu hanteerde, was daarna niet meer toegestaan.

Geschiedenis thumb|rand| Detail van de Jack. Ten tijde van de Fransgezinde Bataafse Republiek werden de voormalige gewesten samengevoegd tot een eenheidsstaat. Daarbij hoorde ook één nationale vlag. Op 9 februari 1795 begonnen de Provisioneele Representanten van het Volk van het Gewest Holland (het latere Departement van de Delf) met het decreteren dat de Bataafse vlag zou bestaan uit "horizontale roode, witte en blauwe strepen" en dat deze vlag voortaan zou worden gebruikt als nationale vlag. Dit besluit werd genomen nadat de president had meegedeeld dat hij het met generaal Jean-Charles Pichegru eens was geworden om in de vergadering voor te dragen dat het Hollandse leger weer werd voorzien met een kokarde die overeenkwam met de vlag, die door de schepen in het land zouden worden gebruikt. In het besluit van 14 februari 1796 werd de Bataafse vlag officieel vastgesteld. Hierin werd het volgende bepaald ten aanzien van de vlag:

De nieuwe regels werden bekrachtigd op 1 maart 1796. Als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe besluit, was de Prinsenvlag vanaf thans niet langer toegestaan. Hetzelfde gold voor oranje wimpels en andere symbolen die verband hielden met het Huis Oranje-Nassau. De reden die generaal Pichegru hiervoor gaf is omdat men de Statenvlag "verkeerdelijk geconsidereert wierd als de Princevlag, maar (welke) is de opregte nationale Fransche".

De rijen van de vlag bleven exact hetzelfde als die van de Statenvlag, de kleuren waren wel anders. Zowel het rood als het blauw waren donkerder van aard om op die van de Franse driekleur te lijken. De marine kreeg echter een toevoeging op de vlag, die bestond uit de plaatsing van een Jack aan de bovenkant op enkele duimen van de vlaggenstok. Dit betrof een witte rechthoek met daarin:Wikisource: Besluit voor een nieuwe nationale vlag (1796) de Nederlandse of Bataafse Maagd of Vrijheidsmaagd; de Nederlandse of Bataafse Leeuw; een speer, vastgehouden door zowel de Maagd als de Leeuw; een vrijheidshoed op de speer; een schild met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen, vastgehouden door de Maagd; enig groen en loof als onder- en achtergrond.

In het besluit werd dit als volgt omschreven:

Besluit voor de nieuwe nationale vlag Publicatie van het besluit voor een nieuwe nationale vlag d.d. 14 februari 1796, Nº 135:

Verzet en einde van de vlag

thumb|rand|Meerdere marinevlaggen in gebruik tijdens de Bataafse Republiek. Per resolutie van 1 maart 1796 werd de Bataafse vlag ingevoerd voor de Nederlandse marine. De vlag werd ook door de marine gebruikt in het Bataafs Gemenebest.

De vervanging van zowel de Prinsen- als de originele Statenvlag bij de marine leidde onder meer tot oproer bij de zeelieden doordat zij verknocht waren aan de oude vlaggen waaronder zij vele successen hadden geboekt tijdens de zeeslagen. De Prinsenvlag werd zelfs een teken van verzet tegen deze overheersing, net als andere Orangistische symbolen. Dit had vaak (grote) gevolgen voor hen die de vlag gebruikten. Een Friese lakenkoopman die in zijn winkel een laken in de kleuren van de Prinsenvlag had uitgestald, kreeg een hoge boete van de autoriteiten omdat hij het oranje 'boven' had geplaatst. De oranje kleur werd vervangen door het rood en de leus 'Oranje boven!' werd een oproerkreet waarop een zware straf stond. In augustus 1806 brak opstand uit onder het scheepsvolk van het Texels eskader en van de oorlogsschepen voor Amsterdam. De aanleiding hiervoor was dat zij niet meer wilden varen onder de nieuwe vlag. Een aantal van hen weigerde de eed van trouw af te leggen aan koning Lodewijk I en verklaarden geen bevelen te willen ontvangen van koninklijke officieren. Tegen deze opstand werden strenge maatregelen genomen, een van de muiters werd door de vice-admiraal De Winter zelf ter plekke door het hoofd geschoten. Om de gemoederen tot bedaren te brengen werd de het rood-wit-blauw zonder de Jack gehesen, hiermee kwam het oproer ten einde. Sinds de opstand was deze de facto weer in gebruik. Gedurende de gehele periode van de Bataafse Republiek, maar ook het latere Koninkrijk Holland en het Eerste Franse Keizerrijk, zouden zeemannen zich meermaals en actief verzetten tegen de Fransgezinde overheersing. Hun leus vrijheid, gelijkheid en broederschap paste niet bij de levenswijze van de zeemannen, die hierin een aantasting van de Oranjes en een aanslag op de Prinsenvlag in zagen.

Er kwam uiteindelijk een einde aan het gebruik van de Bataafse vlag met de Jack toen het in 1806 opging in het Fransgezinde Koninkrijk Holland. De derde broer van Napoleon Bonaparte, Lodewijk Napoleon werd aangesteld als Koning van Holland nadat het systeem van de republiek weer werd veranderd in een monarchie. In hetzelfde jaar werd het rood-wit-blauw de nationale vlag van Nederland toen een wet op 7 augustus volgde door de Koning van Holland. In artikel 2 werd bepaald dat de vlag hetzelfde zou zijn als daarvoor, zonder enige toevoegingen ("De voormalige Vlag van den Staat zal behouden worden"). Ruim een jaar later werd de rood-wit-blauwe vlag zonder Jack op 1 december 1807 bij koninklijk besluit wettelijk aangenomen. Wel werd de naam veranderd in Koninklijke Hollandsche Vlag.

Zie ook Zegel van de Bataafse Republiek

Categorie:Bataafse Republiek Categorie:Vlag van een historisch land Categorie:Nederlandse vlag