Wout van Aert (Herentals, 15 september 1994 https://twitter.com/WoutvanAert/status/217905261392830465) is een Belgisch veldrijder en wegwielrenner die sinds maart 2019 in dienst rijdt bij het Nederlandse World Tour-team Visma I Lease a Bike, voorheen Team Jumbo-Visma.
Van Aert werd driemaal op rij wereldkampioen veldrijden, in de jaren 2016, 2017 en 2018, en pakte ook vijfmaal zilver in deze discipline. Hij won ook medailles op de wereldkampioenschappen wielrennen: tweemaal zilver op de weg, in 2020 (na Julian Alaphilippe) en 2023 (na Mathieu van der Poel), en tweemaal zilver in het tijdrijden, in 2020 en 2021 (telkens na Filippo Ganna). Van Aert behaalde ook twee Olympische medailles: zilver in de wegrit in 2020 en brons in de tijdrit in 2024. Daarnaast werd hij vijf keer Belgisch kampioen veldrijden, drie keer Belgisch kampioen tijdrijden en één keer Belgisch kampioen op de weg.
Naast de kampioenschappen won hij onder meer de wielermonumenten Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix, en klassiekers als de Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne Brussel Kuurne, Strade Bianche, E3 Harelbeke, Gent-Wevelgem, Amstel Gold Race en de Bretagne Classic.
In de Ronde van Frankrijk won Van Aert tien etappes, met onder meer twee individuele tijdritten, een rit met een dubbele beklimming over de Mont Ventoux en prestigieuze slotritten op de Champs-Elysées. In 2022 was hij eindwinnaar van de groene trui in het puntenklassement en won hij de Prijs van de Strijdlust.
Een zware valpartij in de Ronde van Frankrijk van 2019 kostte Van Aert zo'n vijf maanden revalidatie. In 2024 kwam hij nogmaals zwaar ten val in Dwars door Vlaanderen en liep daarbij verscheidene breuken op, waardoor hij niet kon deelnemen aan de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.
Carrière Veldrijden Jeugd Van Aert genoot zijn opleiding bij het jeugdteam van Telenet-Fidea. Na een anoniem eerste seizoen bij de junioren in 2010–2011, liet hij voor het eerst van zich spreken in 2011–2012. Zo won hij dat seizoen de cross in Ruddervoorde. Het was dat seizoen de enige cross die Mathieu van der Poel niet wist te winnen. Op zowel het BK als het WK werd hij tweede, dit achter respectievelijk Daan Soete en diezelfde Van der Poel. Vanaf het seizoen 2012–2013 maakte Van Aert de overstap naar de beloften. Als eerstejaars presteerde hij uitstekend: hij won verschillende crossen en werd zowel op het BK als het WK derde. In het daaropvolgende seizoen domineerde hij samen met Van der Poel de beloftecategorie. Van Aert kroonde zich dat seizoen tot wereldkampioen in Hoogerheide, nadat hij drie weken eerder gediskwalificeerd werd op het BK in Waregem vanwege een valse start. Ook won hij zijn eerste wedstrijd bij de elite; in Otegem klopte hij Klaas Vantornout en Rob Peeters.
Gaandeweg het seizoen 2014–2015 merkte Van Aert dat hij de beloftecategorie ontgroeid was. Zo won hij het EK en verschillende manches in de wereldbeker. Samen met Van der Poel besloot hij enkele weken voor het WK om vanaf dan definitief bij de profs te gaan rijden.
Elite Vanaf het seizoen 2014–2015 reed Van Aert in dienst van Crelan-Vastgoedservice. Hij startte dat seizoen aanvankelijk nog als belofte, hoewel hij de Bpost bank trofee al bij de elite betwistte. Tijdens de Koppenbergcross verbaasde hij door Sven Nys te kloppen en zo zijn eerste grote overwinning bij de profs te behalen. Hij zou dat seizoen 13 overwinningen behalen, inclusief de eindwinst in de Bpost bank trofee. Hij werd ook tweede op het wereldkampioenschap bij de profs achter Mathieu van der Poel.
2015-2016 Vanaf het begin van het seizoen 2015–2016 liet Van Aert een indrukwekkende reeks optekenen door 20 veldritten op rij als eerste (14 keer) of als tweede (6 keer) te finishen. Door de gevolgen van buikgriep eindigde die reeks op 26 december in Heusden-Zolder. Op 1 januari 2016 verzekerde Van Aert zich van een tweede opeenvolgende eindzege in de Bpost bank trofee. Een goeie week later, op 10 januari, kroonde hij zich voor het eerst tot Belgisch kampioen in zijn eigen Lille. Twee weken later, op 24 januari, schreef hij ook de wereldbeker op zijn naam door tweede te worden in Hoogerheide na Mathieu van der Poel. Op 31 januari 2016 werd hij na een spannend eindduel met Lars van der Haar wereldkampioen in het Limburgse Heusden-Zolder. Op 13 februari haalde hij ook het eindklassement van de Superprestige binnen. Van Aert realiseerde hiermee de grand slam van het veldrijden: eindwinst in de drie belangrijkste regelmatigheidsklassementen en winst op het nationale kampioenschap en het wereldkampioenschap. Van Aert is de tweede crosser in de geschiedenis die deze prestatie kon neerzetten, na Sven Nys in het seizoen 2004–2005. Voor de volledigheid moet hier vermeld worden dat Van Aert het Europees kampioenschap aan Lars van der Haar moest laten. Dit kampioenschap werd in het seizoen 2004–2005 nog niet gereden. Aan het einde van het seizoen werd Van Aert verkozen tot Koning Winter.
2016-2017 In het seizoen 2016–2017 behaalde Van Aert 18 overwinningen. Hij werd dat seizoen voor de tweede keer in zijn carrière Belgisch kampioen en verlengde in het Luxemburgse Belvaux ook zijn wereldtitel. Hij haalde het voor Mathieu van der Poel, die af te rekenen kreeg met vier lekke banden.
2017-2018 Op 4 februari 2018 werd Van Aert in Valkenburg voor de derde keer wereldkampioen. Hij was drie weken eerder ook al voor de derde keer Belgisch kampioen geworden.
2018-2019 In het seizoen 2018-2019 behaalde Van Aert 4 overwinningen. Op de kampioenschappen werd hij telkens tweede. Op het Europees kampioenschap tweede achter Mathieu van der Poel, op het Belgisch kampioenschap tweede achter Toon Aerts en op het wereldkampioenschap opnieuw tweede achter Van der Poel.
2019-2020 Door de gevolgen van zijn zware valpartij in de Ronde van Frankrijk 2019, miste Van Aert een groot deel van het veldritseizoen 2019–2020. Op 27 december maakte hij tijdens de Azencross zijn rentree in het veld; hij bekroonde zijn lange revalidatie met een vijfde plaats. Tijdens zijn laatste cross, de Krawatencross in zijn eigen thuisdorp, werd hij eerste. Dit was meteen ook zijn eerste overwinning na zijn val in de Tour. In totaal reed Van Aert slechts 7 wedstrijden.
2020-2021 In het seizoen 2020–2021 reed Van Aert 14 veldritten, waarvan hij er 5 wist te winnen, waaronder het Belgisch kampioenschap. Hij won het klassement in de wereldbeker en haalde een zilveren medaille op het wereldkampioenschap. Dit wereldkampioenschap werd gewonnen door Mathieu van der Poel, mede doordat de koploper Van Aert een lekke band kreeg.
2021-2022 Van Aert reed in het seizoen 2021-2022 10 crossen en won er daarvan 9, waaronder het BK, dat hij voor de vijfde keer wist te winnen. Enkel in Hulst won hij niet door kettingproblemen. Van Aert gaf verstek voor het WK in Fayetteville, omdat dit niet paste in de voorbereiding op het wegseizoen.
2023-2024 Van Aert gaf in de winter voorrang aan de voorbereiding van zijn wegseizoen voor 2024, waardoor hij maar aan een beperkt aantal veldritwedstrijden deelnam en zowel het Belgisch Kampioenschap als het Wereldkampioenschap aan zich liet passeren. Op 9 december in Essen reed hij pas zijn eerste veldrit. Hij won er voor de vijfde keer in zijn carrière.
2024-2025 Net als vorig seizoen koos Van Aert voor een beperkte selectie aan crossen. Hij reed er in totaal zes, waarvan hij er twee won. Hij won de Superprestige manche in Gullegem en daags nadien ook de Wereldbeker cross te Dendermonde. Op het wereldkampioenschap in Liévin werd hij tweede na Mathieu van der Poel.
2025-2026 In voorbereiding op het wegseizoen 2026 reed Van Aert in de eindejaarsperiode een aantal veldritten. Hij werd tweede achter Mathieu van der Poel in de Plage Cross in Hofstade (X²O Badkamers Trofee) en tweede achter Tibor Del Grosso in de GP Eric De Vlaeminck te Heusden-Zolder (Superprestige). Tijdens de Zilvermeercross 2026 in Mol kwam hij in het wiel van Van der Poel ten val, waarbij hij een breukje in zijn enkel opliep. Het veldrijseizoen zat er meteen op.
Wegwielrennen Begin thumb|Van Aert in 2014 Dat Wout van Aert ook een uitstekend wegrenner is, bewees hij in 2014. Nadat hij al achtste geworden was in het eindklassement van de Ster ZLM Toer, won hij in juli de derde en vijfde etappe van de Ronde van Luik. Dit leverde hem ook de eindzege op. Hiermee trad hij in de voetsporen van onder anderen Bjarne Riis, Stijn Devolder en Jan Bakelants. Ook in het zomerseizoen 2015 toonde hij zijn grote potentieel. Dit door zowel in de Omloop Het Nieuwsblad voor beloften als in de GP Jef Scherens een vierde plek te behalen.
2016 In mei 2016 volgde dan zijn eerste UCI-zege op de weg. In de proloog van de Ronde van België verraste hij vriend en vijand door meervoudig wereldkampioen tijdrijden Tony Martin te kloppen. Hierna bleef Van Aert het goed doen op de weg. Zo werd hij tweede in de vierde etappe van de Ster ZLM Toer na Sep Vanmarcke. Op het Belgisch kampioenschap werd hij na een zeer zware wedstrijd negende. In Dwars door het Hageland werd hij knap tweede na Niki Terpstra. Een paar weken voor de start van het nieuwe veldritseizoen won hij na een indrukwekkende demarrage nog de Schaal Sels.
2017 Tijdens de Ronde van België van 2017 pakte Van Aert na de tijdrit de rode leiderstrui. In de daaropvolgende vierde etappe verloor hij deze op de flanken van de Roche-aux-Faucons. Uiteindelijk werd hij 10e in het algemene klassement. In de Ronde van Limburg bleek hij de snelste te zijn uit een groepje vluchters. Een week later was hij tijdens de nieuw leven ingeblazen Elfstedenronde wederom de beste sprinter. Hij werd eerste voor Mathieu van der Poel en Lauwrence Naesen. Ook de Grand Prix Pino Cerami wist hij te winnen, opnieuw door de beste sprint in huis te hebben van een select groepje vluchters. Later dat jaar behaalde hij ook nog ereplaatsen in Rad am Ring (2e), Dwars door het Hageland (3e) en de Schaal Sels (2e).
2018 In de Omloop Het Nieuwsblad 2018 reed Van Aert na een lekke band mee met de favorieten voor de winst, waarna hij uiteindelijk 32e werd. Bij zijn debuut in de Strade Bianche wist Van Aert mee te glippen met Romain Bardet. Enkel Tiesj Benoot kon vanuit een achtervolgende groep terugkomen aansluiten en reed zo naar de overwinning. Een moegestreden Wout van Aert moest vrede nemen met een derde plaats. In het verdere voorjaar bevestigde hij deze prestatie met onder meer een 10e plaats in Gent-Wevelgem, een 9e plaats in de Ronde van Vlaanderen en een 13e plaats in Parijs-Roubaix.
In augustus won Van Aert na een late demarrage de tweede etappe van de Ronde van Denemarken en werd hij leider. Hij verloor geen tijd meer tijdens deze ronde en won hierdoor het eindklassement. Een week later pakte hij op het Europees kampioenschap in Glasgow de bronzen medaille. Hij werd er in de sprint geklopt door Matteo Trentin en zijn rivaal uit het veldrijden, Mathieu van der Poel.
2019 In 2019 herhaalde Van Aert in de Strade Bianche zijn prestatie van het voorgaande jaar door opnieuw derde te worden, ditmaal achter Jakob Fuglsang en Julian Alaphilippe. In Milaan-San Remo werd hij 6e en in de E3 Harelbeke sprintte hij naar de tweede plaats. Hij werd geklopt door collega-veldrijder Zdeněk Štybar.
In juni won Van Aert zijn eerste wedstrijd in de World Tour. In het Critérium du Dauphiné slaagde hij erin de tijdrit te winnen met 31 seconden voorsprong op Tejay van Garderen. Een dag later won hij ook de vijfde etappe, door Sam Bennett te verslaan in de sprint. Ook won hij hier het puntenklassement. Op 27 juni won hij voor de eerste keer in zijn carrière het Belgisch kampioenschap tijdrijden.