Earl Van Dorn (Port Gibson (Mississippi), 17 september 1820 - Spring Hill (Tennessee), 7 mei 1863) was beroepsmilitair en generaal in het Zuidelijke leger tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
Vroege jaren en het begin van zijn militaire loopbaan Van Dorn werd geboren in Port Gibson in Claiborne County, Mississippi op 17 september 1820. Hij was de zoon van Peter Aaron Van Dorn, een advocaat uit New Jersey, en Sophia Donelson Caffery die een nicht was van Andrew Jackson. Het echtpaar had nog acht andere kinderen waaronder Emily Van Dorn Miller en Octavia Van Dorn. De zoon van Octavia was Clement Sulivane die in de Amerikaanse Burgeroorlog werkzaam was in de staf van zijn oom Earl Van Dorn.
Dankzij de steun van Andrew Jackson werd Van Dorn in 1838 toegelaten tot de United States Military Academy in West Point.Foote, Vol. I, p. 278. Hij studeerde af in 1842 als 52ste in een klas van 68 kadetten. Deze lage rangschikking had hij voornamelijk te danken aan de 163 aanmerkingen op zijn staat van dienst voor het gebruik van tabak, het uiten van profane woorden en het vergeten te salueren.Eicher, Civil War High Commands, p. 542. Hij kreeg een aanstelling als gebrevetteerd tweede luitenant in de 7th U.S. Infantry Regiment. Zijn regiment werd naar de Zuidelijke Verenigde Staten gestuurd.
In december 1843 huwde hij met Caroline Godbold, een telg uit een vooraanstaande familie van plantagehouders. Samen zouden ze twee kinderen krijgen: Earl Van Dorn Jr. (1855-?) en Olivia (1852-1878).1860 U.S. Federal Census for Garrison, Mason, Texas, family 93 p. 1 of 4, available on ancestry.com Het 7th U.S. Infantry Regiment en Van Dorn hadden in 1842-43 garnizoensdienst in Fort Pike in Louisiana en werden in 1843 voor een korte tijd naar Fort Morgan in Alabama gestuurd. Daarna was hij in 1843 en 1844 in het Mount Vernon Arsenaal gestationeerd om in 1844 en 1845 dienst te doen in Pensacola in Florida. Hij werd op 30 november 1844 bevorderd tot tweede luitenant.
De Mexicaans-Amerikaanse oorlog Van Dorn en het 7th U.S. Infantry maakten deel uit van de bezettingsmacht in Texas in 1845 en 1846. Tijdens de eerste weken van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog was het regiment in Fort Texas gestationeerd, die de toegangspoort vormde tot de nieuwe Amerikaanse staat.Dupuy, p. 771.
Van Dorn zag voor het eerst actie tijdens de Slag bij Monterrey tussen 21 en 23 september 1846 en nam deel aan het Beleg van Vera Cruz tussen 9 en 29 maart 1847. Hij werd gedetacheerd naar generaal Winfield Scott en tot eerste luitenant bevorderd op 3 maart 1847. Zijn moed en inzet werd beloond met twee commissies te velde. Op 18 april kreeg hij de rang van gebrevetteerd kapitein na de Slag bij Cerro Gordo en op 20 augustus werd hij bevorderd tot gebrevetteerd majoor na de veldslagen bij Contreras en Churubusco. Op 3 september raakte hij gewond aan zijn voet bij Mexico-Stad en tien dagen later nogmaals bij de bestorming van de Belénpoort.
Garnizoenen en andere opdrachten left|thumb|150px|De jonge Van Dorn Na de oorlog diende Van Dorn tussen 3 april 1847 en 20 mei 1848 als aide-de-camp bij generaal-majoor Persifor Frazer Smith. Tussen 1848 en 1849 werden hij en zijn regiment naar Baton Rouge in Louisiana gestuurd en in de tweede helft van 1849 deden ze dienst in de Jefferson Barracks in Lemay, Missouri. Zijn regiment werd in 1849 en 1850 ingezet in Florida tegen de Seminole. Tussen 1850 en 1851 diende Van Dorn bij de rekruteringsdienst van het leger. Tussen 1852 en 1855 werkte Van Dorn als secretaris en penningmeester in een militair ziekenhuis in Pascagoula, Mississippi. Hij zou opnieuw kort in een rekruteringsbureau werken in New Orleans, Louisiana om daarna terug te keren naar de Jefferon Barracks in Missouri. Op 3 maart 1855 werd hij bevorderd tot kapitein in het 2nd Cavalry.
Samen met zijn nieuw regiment voerde hij tussen 1855 en 1856 garnizoensdienst uit in Fort Belknap en kamp Cooper in Texas. Tijdens een routine verkenningsopdracht was er op 1 juli 1856 een kleine schermutseling met de Comanche. Daarna deed hij Dienst in kamp Colorado tussen 1856 en 1858. Eind 1858 belandde hij in Fort Chadbourne in Coke County, Texas.
Strijd tegen de Comanche Van Dorns regiment werd regelmatig ingezet tegen de inheemse Amerikanen. Hij voerde een offensief uit tegen de Comanche die Amerikaanse kolonisten hadden aangevallen. Hij raakte vier keer gewond in de harde strijd. Tijdens de Slag bij Wichita Village op 1 oktober 1858 werd hij door pijlen geraakt in zijn linkerarm en rechterzij waardoor zijn longen geraakt werden. Volgens de behandelende arts was hij ten dode opgeschreven, maar na 5 weken zat hij opnieuw op zijn paard. In de lente van 1859 voerde hij zes compagniën cavalerie aan in een nieuwe aanval op de Comanche. Zijn strijdmacht werd verstrekt met een compagnie verkenners die hij had gerekruteerd uit het lokale inheemse Amerikanen. Hij kon het kamp van het stamhoofd Buffalo Hump lokaliseren en versloeg de Comanche op 13 mei 1859. Er werden 49 personen gedood en nam 32 vrouwen gevangen. In 1859 en 1860 diende hij in Fort Mason in Texas. Hij werd op 28 juni 1860 bevorderd tot majoor..
De Amerikaanse Burgeroorlog thumb|Generaal Van Dorn in het uniform van het Confederate States Army alt=|thumb|Strijdvlag van Van Dorn
Van Dorn was geen groot voorstander van een oorlog tussen het Zuiden en het Noorden. Hij hoopte op een vreedzame oplossing zonder bloedvergieten. Toen het conflict escaleerde gaf Van Dorn zijn ontslag uit het U.S. Army. Dit werd op 31 januari 1861 goedgekeurd. Hij kreeg een benoeming als brigadegeneraal in de Mississippi Militia op 23 januari. In februari verving hij Jefferson Davis als general-majoor en bevelhebber van de Mississippi militie toen Davis verkozen werd als president van de Geconfedereerde Staten van Amerika.
Op 16 maart 1861 nam hij ontslag uit de militie en nam als kolonel van de infanterie dienst in het Confederate States Army. Hij werd naar het nieuwe Departement of Texas gestuurd om een brigade van vrijwilligers te rekruteren. Op 11 april werd hij aangesteld als bevelhebber van alle Zuidelijke eenheden in Texas en kreeg hij de opdracht om alle U.S. eenheden te arresteren die zich niet wilden aansluiten bij het Zuiden.Fredrickson, p. 21.
Van Dorn als piraat Van Dorn vertrok op 14 april 1861 vanuit New Orleans naar Galveston, Texas. In de haven van Galveston namen hij en zijn manschappen drie Noordelijke schepen in beslag. Hij nam het bevel over de schepen over, maar liet de Noordelijke soldaten verder ongemoeid.Foote, Vol. I, p. 278. Eén van de drie schepen was de SS Star of the West die een rol had gespeeld in de aanval op Fort Sumter in januari 1861. Op 17 april verklaarde president Abraham Lincoln dat Van Dorn, volgens de wet op het in beslag nemen van Noordelijke goederen en schepen door Zuidelijke agenten, een piraat was. Na de inbeslagname van de schepen trok Van Dorn naar Indianola om de laatste soldaten van het U.S. Army in Texas tot overgave te dwingen. De overgave werd getekend op 23 april.Weinert, p. 26.Foote, Vol. I, p. 278. Deze acties werden sterk geprezen in de Zuidelijke pers. Een Noordellijke redacteur loofde 5.000 dollar uit om Van Dorn gevangen te nemen. Dit bedrag was twee keer zo hoog als er voor P.G.T. Beauregard, die Fort Sumter had aangevallen. In Indianola probeerde Van Dorn de gevangen genomen Noordelijke soldaten te rekruteren voor de Zuidelijke zaak, maar zonder succes.Weinert, p. 25.
Bevelhebber van een divisie in het Confederate Army of the Potomac alt=General Earl Van Dorn Colorized|thumb|Earl Van Dorn (ingekleurd) Van Dorn werd terug geroepen naar Richmond, Virginia. Hij werd op 25 april benoemd tot kolonel van het 1st C.S. Regular Cavalry waardoor hij de leiding kreeg over alle calaverie-eenheden in Virginia. Enkele maanden later, op 5 juni, werd hij bevorderd tot brigadegeneraal en op 19 september tot generaal-majoor.Wright, p. 22. Vijf dagen later kreeg hij de leiding over een divisie in het Army of the Potomac toevertrouwd. Hij zou de 1st Division leidden tot 10 januari 1862. Het was in deze periode dat president Davis een nieuwe bevelhebber zocht voor het pas opgericht Trans-Mississippi District. Hij had een sterke generaal nodig die de twee rivalen Sterling Price en Benjamin McCulloch onder de knoet kon houden en om een goedgetraind en strijdvaardig leger uit te bouwen. Henry Heth en Braxton Bragg hadden vriendelijk geweigerd om deze taak op hun te nemen. Davis koos voor Earl Van Dorn.Van Dorn trok naar het westen en begon op 19 januari 1862 de twee strijdmachten samen te voegen. Hij installeerde zijn hoofdkwartier in Pocahontas, Arkansas op 29 januari.Eicher, Civil War High Commands, p. 884
Pea Ridge
thumb|225px|Overzichtskaart van de Slag bij Pea Ridge Begin 1862 hadden Noordelijke eenheden vrijwel volledig Missouri in handen gekregen.Foote, Vol. I., pg. 281. Toen Van Dorn het bevel van het departement op zich nam had hij het Army of the West ter beschikking. Het leger telde 17.000 soldaten en 60 kanonnen. Met dit leger wou hij de Noordelijke eenheden vernietigen, Missouri binnenvallen en de hoofdstad Saint Louis veroveren. Hij trok zijn leger samen bij Boston Mountains op 3 maart en vertrokken de volgende dag in noordelijke richting.Foote, Vol.I., pg. 279.
In de lente van 1862 rukte de Noordelijke brigadegeneraal Samuel R. Curtis verder op in Arkansas en achtervolgde de Zuidelijken met zijn 10.500 man sterke Army of the Southwest. Hij trok door Benton County langs de Sugar Creek. De Noordelijken vonden een ideale locatie langs de noordelijke oever om een sterke defensieve positie in te nemen. Ze verwachtten een Zuidelijke tegenaanval. Van Dorn wou de Noordelijke stellingen niet frontaal aanvallen. Hij splitste zijn leger in twee en stuurde Price en McCulloch langs de Noordelijke stellingen om in de vijandelijke achterhoede opnieuw samen te komen.Foote, Vol. I., pg. 283. Van Dorn liet zijn bagagetrein achter om de bewegingssnelheid te vergroten. Dit zou van cruciaal belang blijken.Foote, pg. 287.
Verschillende factoren zorgden ervoor dat Van Dorns plan vertraging opliep. De Zuidelijken waren moe en hongerig. Ze hadden niet altijd de juiste uitrusting. Sommigen hadden zelfs geen schoenen. Er lagen ook veel obstakels op de weg waardoor de opmars vertraagd werd. Vooral McCulloch had veel vertraging opgelopen. Dankzij goede informatie kon Curtis op 6 maart een deel van zijn leger herpositioneren zodat het Noordelijke leger tussen de twee Zuidelijke vleugels gemanoeuvreerd kon worden. De Slag bij Pea Ridge was een van de weinige veldslagen waarbij de Zuidelijken numeriek sterken stonden.
Van Dorn raakte meer en meer gefrustreerd terwijl hij wachtte op McCulloch. Uiteindelijk nam hij de beslissing om op 7 maart de aanval te openen met de eenheden die hij ter beschikking had. Rond 9 uur in de ochtend gaf Van Dorn het bevel aan Price om de Noordelijke linies bij Elkhorn Tavern aan te vallen. Price raakte gewond, maar toch slaagden de Zuidelijken erin om de Noordelijken tegen de avond terug te dringen. De communicatielijnen van Curtis waren doorgeknipt. Ondertussen had Van Dorn een koerier naar McCulloch gestuurd om hem langs een andere route te laten oprukken en hun opmars te versnellen. Toen McCulloch op de Noordelijke linies botste werden hij en brigadegeneraal James McIntosch al snel gedood waardoor er geen bevelhebber meer overbleef om de aanval te sturen.Foote, Vol. I., pg. 286.
Toen Van Dorn op de hoogte gebracht werd over de moeilijkheden met zijn rechtervleugel, stuurde hij een dringende boodschap naar Price om de aanval met alle hevigheid door te zetten.Cannan, pg. 45. In de late avond en nacht vonden Price en de restanten van McCullochs vleugel aansluiting bij elkaar. Terwijl zijn bagagetrein met munitie en voorraden zich nog altijd 24 km verderop bevond en het Noordelijke leger tussen zijn twee vleugels zat ingeklemd, dacht Van Dorn na over zijn volgende zet.