thumb|Infobord Het Egmontkasteel of Kasteel van Egmont is een kasteel aan de Graaf van Egmontstraat in het Egmontpark in de Belgische stad Zottegem.Stad Zottegem Het kasteel van de opeenvolgende Heren van Zottegem kent een bewogen geschiedenis die teruggaat tot de 11de eeuw. In de 16de eeuw kwam het kasteel in het bezit van Lamoraal van Egmont, de graaf die in 1568 onder Alva op bevel van Filips II onthoofd werd op de Brusselse Grote Markt. Op het einde van de 18de eeuw raakte het pand in verval en in de 19de eeuw werd het ingrijpend verbouwd. Het wordt sinds 1982 als Bibliotheek Zottegem gebruikt. Na de restauratie van het kasteel aan het einde van de 20ste eeuw worden in de Ridderzaal burgerlijke huwelijken voltrokken, gemeenteraadszittingen gehouden, muzieklessen en concerten (van onder andere de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans) en lezingen gegeven. In het kasteel werd ook al het LOSS Kunstenfestival georganiseerd.Vierde editie van het LOSS kunstenfestival, Nuus Van 2022 tot 2024 werd het Egmontkasteel opnieuw gerestaureerd. Het Egmontkasteel is een beschermd monument (het noordelijke deel sinds 1964; het zuidelijke deel, de walmuur, de brug en het Egmontpark sinds 1987).Inventaris onroerend erfgoedLamarcq, Danny, Zottegem Egmontstad. Marketing met een 16de-eeuwse graaf, Erfgoedsprokkel 67, 2025, Provincie Oost-Vlaanderen. Geschiedenis thumb|right|Reconstructie Egmontkasteel 12de eeuw met Romaanse zaalkerk (burchtkapel) en donjon thumb|right|Reconstructie Egmontkasteel 14de eeuw thumb|right|Reconstructie Egmontkasteel 17de eeuw als luxueus 'hof van plaisance' thumb|right|Het Egmontkasteel in 1629 op de kaart van de 'Vrijheid van Zottegem' door Philips De Dijn thumb|right|Het Egmontkasteel in de Flandria Illustrata van Sanderus uit 1641 thumb|right|Het Egmontkasteel in 1853 thumb|right|Brug van het Egmontkasteel in 1853 thumb|right|Oude prentbriefkaart Egmontkasteel begin 20e eeuw thumb|right|Het Egmontkasteel in 2019 thumb|right|Het Egmontkasteel in het Egmontpark

Heren van Zottegem De oorsprong van het kasteel als burchtsite loopt minstens terug tot de 11de eeuw. Men mag veronderstellen dat er reeds ten tijde van de oudst gekende heer van Zottegem, Rothardus, die in een charter van 1083 opduikt, een versterking bestond. Deze versterking had waarschijnlijk de vorm van een mottekasteel, een aarden heuvel met een houten toren en een lager gelegen erf.

Omstreeks 1150 werd er een natuurstenen donjontoren opgetrokken en een natuurstenen Romaanse zaalkerk (burchtkapel); uit C14-datering blijkt dat de oudste resten van de burcht dateren uit de twaalfde eeuw. Van de twaalfde-eeuwse burchtkapel (met een schip van 7 bij 3 meter en een kerkhof rondom) werden tijdens archeologische opgravingen in 1994 de sporen blootgelegd in het Egmontpark. Het zuidelijke keldergedeelte van het huidige kasteel is waarschijnlijk een overblijfsel van de donjon. De middeleeuwse burcht maakte deel uit van een uitgebreide vestinggordel tussen de gebieden van het Graafschap Vlaanderen behorend aan de Franse kroon (Kroon-Vlaanderen) en het Duitse keizerrijk (Rijks-Vlaanderen). Eind twaalfde eeuw was Walter (Wouter) II heer van de versterking in Zottegem; hij liet de grote zaal herbouwen in baksteen. Walter II stond in dienst van graaf van Vlaanderen Boudewijn IX en nam van 1202 tot 1204 deel aan de Vierde Kruistocht. Hij kreeg een leen van 80 lb. van de Franse koning Filips II August; Boin chevalier Gauthier de Sotenghien Walter II stierf in 1212 bij het beleg van Luik in dienst van Hendrik I van Brabant. In 1214 streden kasteelheren Walter (Wouter) III en Boudewijn van Zottegem (halfbroers van legeraanvoerder Arnulf IV van Oudenaarde) mee tegen de Franse koning in de Slag bij Bouvines; hun kamp verloor echter. In 1215 verging hun schip richting Engeland (om daar Jan zonder Land te verdedigen tegen opstandige baronnen) tijdens een storm op de Noordzee.Moens, R., Aan elkaar gewaagd. Biografie van Arnulf IV van Oudenaarde en Alice van Rozoy (ca. 1175-1275), Oudenaarde, 2017, pag. 97

Geslacht Edingen Hun zus (en enig overgebleven erfgenaam) Aleide (Adelheid/Ida) trouwde in 1219 met ridder Zeger I van Edingen, waarop het kasteel in handen kwam van het geslacht Edingen. Het kasteel werd voor het eerst vernoemd in een akte van die Zeger I in 1229. Zeger bouwde een nieuwe grote zaal en omringde het kasteel met een muur. Na zijn dood rond 1246 werd Zeger opgevolgd door Geraard I. Diens zoon Geraard II huwde in 1280 met Maria van Gent, de oudste dochter van de Gentse burggraaf Hugo III, en erfde zo het burggraafschap van Gent. In 1286 erkende Geraard II Jan van Avesnes als leenheer en droeg zijn erfgoed (behalve de Vrijheid Zottegem en de 'toren van Zottegem') dus in leen op aan de graaf van Henegouwen. Tussen 1294 en 1295 werd kasteelheer Geraard II van Zottegem samen met Gwijde van Dampierre opgesloten in het Louvre door de Franse koning Filips IV.Potter, F., Broeckaert, J., Geschiedenis van de gemeenten behorende tot Zottegem, pag. 327. Kasteelheer Geraard II van Zottegem (van 1280 tot 1307 burggraaf van Gent) kreeg samen met drie andere edelen na de Guldensporenslag de opdracht in 1304 om te onderhandelen over vrede met koning Filips IV van Frankrijk, wat leidde tot het verdrag van Athis-sur-Orge.Potter, F., Broeckaert, J., Geschiedenis van de gemeenten behorende tot het huidige Zottegem, 1981, pag. 329De Maesschalck, E., De Graven van Vlaanderen (861-1384), 2015, Davidsfonds Uitgeverij, pag. 278 Hugo II van Zottegem was de laatste effectieve burggraaf van Gent; hij overleed rond 1321.

Geslacht Antoing en geslacht Melun Hugo II van Zottegem stierf kinderloos; Zottegem, Heusden en het burggraafschap Gent kwamen daardoor in handen van Maria van Zottegem, echtgenote van Hugo van Antoing, dochter van Geraard II en tante van Hugo II. Na Maria's dood in 1323 werd het kasteel het bezit van haar dochter Isabella (Isabeau) van Antoing, burggravin van Gent, die in 1329 bij haar derde huwelijk trouwde met groot kamerheer van Frankrijk Jan I van Melun. Zo werd het kasteel verworven door het geslacht Melun. De versterking werd in 1381 ingenomen tijdens de Gentse Opstand tegen de graaf van Vlaanderen Lodewijk van Male, maar de Gentenaren werden al snel verdreven door Lodewijk de Haze. Kasteelheer Hugo I van Melun streed mee in de Slag bij Nicopolis maar werd door de Turken gevangen genomen en terechtgesteld. Zijn zoon kasteelheer Jan IV van Melun werd kamerheer van Filips de Goede (Bourgondische Nederlanden) in 1432 benoemd tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Geslacht Luxemburg-Fiennes Het kasteel kwam in de vijftiende eeuw in handen van het huis Luxemburg-Fiennes (een zijtak van het huis Luxemburg). Philipotta (1420-1456), dochter van Jan IV van Melun, kreeg immers bij haar huwelijk met Thibaut van Luxemburg-Saint Pol (1410-1477) de heerlijkheid Zottegem als bruidsschat mee. Eind mei 1452 belegerde en plunderde de graaf van Étampes Jan van Bourgondië de burcht tijdens de Gentse opstand tegen Filips de Goede. Tussen 1477 en 1485 werd onder Jan van Luxemburg-Saint Pol (1445-1486) (zoon van Thibaut en Philipotta) een deel van de vernielde burcht hersteld. Jacobus I van Luxemburg-Fiennes erfde op 17 april 1485 de heerlijkheid Zottegem van zijn kinderloze broer Jan van Luxemburg-Saint Pol. Op 29 mei 1516 ontving Jacobus II van Luxemburg-Fiennes (Gulden Vliesridder en kamerheer van aartshertog Maximiliaan en Filips de Schone) de zestienjarige Karel V in het kasteel.Lamoraal van Egmond, W.C. Mees, Assen, Van Gorcum, 1963, p. 291

Huis Egmont