De wierookceder (Calocedrus decurrens) is een groenblijvende conifeer uit de cipresfamilie (Cupressaceae). Het natuurlijke verspreidingsgebied ligt in het westen van Noord-Amerika en loopt van Centraal-Oregon tot in het uiterste westen van Nevada en het noorden van Baja California. Lokaal wordt de boom meestal incense cedar genoemd, maar om hem van andere soorten uit het geslacht Calocedrus te onderscheiden, wordt de naam California incense cedar gebruikt.
Beschrijving De wierookceder wordt tot 57 meter hoog, met een stam met een diameter tot 3,6 meter. Waar de boom in Europa voorkomt, met name in oude tuinen, heeft de boom een lange, slanke vorm en bereiken ze maximaal 40 meter hoogte. Deze bomen kunnen in ideale omstandigheden ouder dan 500 jaar worden.
De schors is vezelig en rood- tot kaneelbruin met lange, opkrullende platen. Door de schilferende, ontvlambare schors en de relatief vuurvaste stam kunnen oudere exemplaren van deze soort bosbranden overleven. De bladeren (naalden) staan aan opstijgende loten. De zijbladen zijn kort toegespitst, met ingebogen top, waardoor de loot niet stekelig is. De loten zijn opvallend lang (3 tot 14 mm) en diep matgroen. De onderkant ervan is nergens wit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Austrocedrus chilensis. De mannelijke kegeltjes zijn roodbruin tot lichtbruin. De vrouwelijke kegels zijn ovaalvormig en zijn rood- tot goudbruin. Er zitten vier of minder zaden in zo'n kegel.
Categorie:Cipresfamilie Categorie:Plant uit het Nearctisch gebied Categorie:IUCN-status niet bedreigd