thumb|Topografische kaart van Winterswijk (woonplaats), sept. 2014 Winterswijk () (Nedersaksisch: Wenters of Wenterswiek) is een dorp in het oostelijkste deel van de Achterhoek in de Nederlandse provincie Gelderland, en de hoofdplaats van de gemeente Winterswijk. Op telde de kern van Winterswijk inwoners.
Naam Op de kaart "XVII.Provinciae" van Matthaei Seutteri, helaas zonder jaartal, wordt Winterswijk geschreven als 'Winterswick'. Op een andere kaart, 'Comitatus Zutphania' genaamd, staat de naam 'Wynterswyck aan de Slinck Au' in kleine lettertjes geschreven. Op deze kaart komen ook de namen Trauehorst, Wallien en Graes voor. In historische documenten wordt Winterswijk aangeduid met onder andere de volgende namen: Winethereswick, Winriswic, Winterswich, Wennerswiche, Winrichwich, Wynreswick, Wentersick, Wenterswick en Wenterwic.Maurits Gysseling: Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226)
De naam zou van een in ongebruik geraakte persoonsnaam zijn afgeleid. De letterlijke vertaling van de naam zou dan zijn; 'dochternederzeting van een zekere Winedar, Winethar, Winedahari'. Deze verklaring wordt doorgaans het meest gangbaar gezien.
Een andere verklaring zou kunnen zijn dat Winterswijk van het Latijn afstamt. In de tijd van de Romeinen werd het gebied tussen de Roer en Lippe 'Tencteren' genoemd. Zij zouden al relatief snel contact moeten hebben gehad met de Romeinse beschaving. In het Romeinse alfabet ontbrak de letter 'W', waarvoor de letter 'V' in de plaats komt. Op die manier kan men 'Winetherswick' aflezen als 'Vineteresvic'; samengesteld uit Vinetum, Vinetor en Vicus, respectievelijk 'wijngaard, wijnbouwer en dorp. Volgens de schrijver van de theorie blijkt de grond niet ongunstig te zijn voor wijnbouw, maar er is geen bewijs gevonden dat er rondom Winterswijk wijnbouw plaatsvond in de Romeinse tijd.
Vier jaar later komt dezelfde persoon terug op de bovenstaande theorie; hij ziet nog een verklaring vanuit het Latijn. Winterswijk zou ook verklaard kunnen worden van 'Venatoris Vicus', iets wat 'wijk der jagers' betekent. Onwaarschijnlijk leek hem wel dat een tamelijk klein dorp bestaande uit boeren en jagers, zo'n benaming zou krijgen. Daarom zag hij nog één verklaring: Winterswijk is in twee delen op te splitsen: 'Winethères' en 'wik'. Het laatste woorddeel wordt over het algemeen verklaard vanuit het Latijnse 'vicus', wat 'handelsplaats' of 'stadswijk' betekent. In het Nedergermaans heeft 'wik' of 'wijk' nog een andere betekenis, namelijk sloot of moeras. De betekenis van het woorddeel 'Winithères' is uit het Oudhoogduits te verklaren. Winither is een persoonsnaam, waarbij 'vini' 'de vriend' betekent. 'Ther' zou op zijn plaats dan weer van 'der' of 'dar' afkomen, en betekent werpspeer. De conclusie van deze theorie was als volgt; 'Het leidt tot een vrije man, die in de moerassige landstreek een hofstede bezat. Zijn naam was 'Winithere' de vriend van de werpspies, die hij vlijtig bij de jacht gebruikte.'
De meest recente theorie verwerpt het bovenstaande. Volgens de schrijver worden plaatsnamen te gemakkelijk afgeleid van een persoonsnaam, daar waar hij denkt dat het eerder vanuit een geologische verklaring moet komen. Volgens hem kan Winethereswick worden ontleed in Winethe, res en wick. De betekenis van het woordje 'win' is 'slijk'. '-Ethe' zou dan een Saksisch achtervoegsel zijn. Het tweede woordje 'res' is een variant van 'ris', wat vochtig bos betekent. Het derde woord 'wic' zou dan inderdaad voor 'moeras, broek of veen' staan. Op die manier zou Winterswijk 'slijkerig moerasbos' of 'zompig moerasbos' betekenen. Plaatsnamen in de buurt worden meestal ook verklaard vanaf een geologisch punt: Groenlo betekent 'groen bos' en Borculo betekent 'bos bij de Berkel'. Een weerlegging van deze theorie is dat de eerste bewoners van het dorp zich op de relatief hooggelegen grond rondom de Markt vestigden, in plaats van in het veen.
Geschiedenis Ten oosten van de Bataafse Molen lag een gebied genaamd 'de Hunenbulten'. Tijdens opgravingen in de jaren twintig van de vorige eeuw werden honderden urnen en beenderresten opgedolven. Het grootste gedeelte van de urnen waren van een zeer eenvoudige vorm, afkomstig van de lage trappen der bevolking. Tijdens andere graafwerkzaamheden in de buurtschap Kotten werden bij een tweetal boerderijen ook meerdere urnen gevonden, waarbij een van de twee boerderijen verder werd onderzocht door het Rijksmuseum van Oudheden. Daarbij werden urnen en negen grote voorraadpotten gevonden, afkomstig van Keltische stammen, die hier omstreeks 300 voor Christus geleefd hebben.
Tijdens werkzaamheden in het centrum van het dorp, werden in de bouwput scherven en vuurstenen werktuigen gevonden, daterend uit de Middensteentijd. Tijdens andere werkzaamheden op dezelfde locatie werd het zogenaamde Badorf-aardewerk gevonden. Dit aardewerk werd vooral in 8ᵉ eeuw gebruikt. Ook werden er een tiental waterputten gevonden, waarvan één ongeveer uit het jaar 900 zou moeten stammen.
Ten tijde van het Romeinse Rijk leefden in de omgeving van Winterswijk Chamaven en wellicht ook Bructeren. Er is in Winterswijk een bronzen munt gevonden van de Romeinse keizer Galba uit het jaar 68-69. Naar alle waarschijnlijkheid is het dorp Winterswijk op zijn minst 1000 jaar oud. Het oudste document, waaruit het bestaan van Winterswijk als afzonderlijk 'kerspel' (parochie) kan blijken, is een lijst van inkomsten van het Sint-Mauritiusstift in Münster (Duitsland). Dit geschrift dateert uit de eerste jaren van de 11e eeuw. Het is waarschijnlijk dat het ontstaan van de bebouwde kom in verband heeft gestaan met de stichting van een kerk. De oudste berichten spreken namelijk van een 'parochia Winterswijk' of vermelden de aanwezigheid van een geestelijke aldaar. In deze tijd was de parochie Winterswijk onderdeel van het Graafschap Lohn.Jan Kuys - Drostambt en schoutambt : de gelderse ambtsorganisatie in het kwartier van Zutphen (ca. 1200 - 1543) Uitgever: Hilversum Verloren 1994 Sinds de 11e eeuw bezat het klooster of stift Sint-Mauritius in Münster een omvangrijke hof in Winterswijk. Vanaf 1316 tot 1798 viel Winterswijk onder de heerlijkheid Bredevoort. In 1223 werd een andere hof in Winterswijk, Starkenrode, geschonken aan klooster Bethlehem bij Doetinchem. In 1234 ruilde graaf Herman I van Lohn de Hof te Varsseveld tegen hof Starkerode te Winterswijk. In de 14e en 15e eeuw was er nog steeds sprake van een Hof van Winterswijk.
120px|miniatuur|links|Reconstructie grachtenstelsel, in rode contouren de Jacobskerk 120px|miniatuur|links|Uitsnede van de belegeringskaart van het beleg van Groenlo in 1627
In 2011 werden sporen van middeleeuwse grachten aangetroffen.Vondst Middeleeuwse gracht in Winterswijk Archeologen hebben op basis van veldonderzoek en grondboringen een reconstructie kunnen maken van de vermoedelijke ligging ervan. Het gaat om twee hoven en bijgebouwen die omringd waren met een smalle dubbele gracht van zes meter breed en drie meter diep. De binnengracht werd mogelijk in 12e eeuw aangelegd, de buitengracht in de 13e eeuw, om het dorp te beschermen tijdens de Strijd om Bredevoort. Uit het onderzoek van de archeologen bleek dat de grachten tot de 16e eeuw in gebruik zijn geweest en daarna moeten zijn dichtgeraakt of gedemptcultureelerfgoed.nl Reconstructie grachtenstelsel Winterswijk. Mogelijk bestaat er een verband met de Tachtigjarige Oorlog. Tijdens het Beleg van Groenlo (1627) hield de ruiterij van het Staatse leger kwartier in Winterswijk. Op een belegeringskaart is een verdedigingslinie zichtbaar rondom het dorp.
Na de Protestantse Reformatie werd Winterswijk hervormd, in tegenstelling tot katholiek gebleven plaatsen in de omgeving zoals Groenlo, Lichtenvoorde en Zwillbrock. In de 17e eeuw werd onder Bommenberend het katholicisme tijdelijk en kortstondig hersteld. In 1799 werd de rust in het dorp verstoord door de executie van orangiste de Freule van Dorth wegens het veroorzaken van "oproerstokerij". Tot de gemeentelijke hervormingen van 1811 viel Winterswijk bestuurlijk onder het Ambt Bredevoort, in dat jaar werd Winterswijk op 14 maart een zelfstandige gemeente.Website: wenters.nu In 1816 kreeg de gemeente een gemeentewapen.
Winterswijk heeft een museum, Villa Mondriaan, een museum over de jonge jaren van Piet Mondriaan. Aan de Laan van Hilbelink ligt de Museumfabriek van de Winterswijkse Vereniging Het Museum, gesticht door onderwijzer G. Jansen, met allerlei zaken betreffende de geschiedenis van Winterswijk. In de Meddosestraat is het belevingsmuseum Wereld van Wenters gevestigd, met een expositieruimte en een oude bakkerij.
Op 21 november 1847 vond er in de Verenigde Staten een scheepsramp plaats die een aantal Winterswijkse families in rouw dompelde. Ongeveer 51 (precieze aantal slachtoffers is niet bekend) die via emigratie hun geluk zochten in de 'nieuwe wereld' kwamen na twee maanden reizen om het leven toen het schip de SS Phoenix door brand verging op Lake Michigan op slechts enkele kilometers voor de eindbestemming: Sheboygan (Wisconsin). Circa 40 van de omgekomen Winterswijkers waren kinderen. De overlevenden werden opgevangen in het stadje, waarbij de bevolking alles deed om de overlevenden te kunnen helpen. Doordat Sheboygan geen telegraafverbinding had met andere steden, kwam het nieuws over de ramp traag naar buiten. Het duurde bijna drie maanden voor het Nederland bereikte, waarna er een dag van rouw werd afgekondigd en er overal in het land kerkklokken luidden. Op de oude begraafplaats aan de Singelweg te Winterswijk is een klein monument geplaatst als gedenkteken. De getroffen families staan daarop vermeld. Ook nabij de plek des onheils in de Verenigde Staten bevindt zich een herdenkingsmonument.
Op 27 januari 1942 werd in Winterswijk een temperatuur gemeten van -27,4 Celsius, het absolute kouderecord voor Nederland.
Tweede Wereldoorlog
Textielindustrie
Winterswijk had vanouds een textielindustrie, dat was al zo sinds de 17e eeuw toen in Winterswijk het Sint-Michaëlsgilde werd opgericht. Met de opkomst van de stoommachine kreeg de Winterswijkse textielindustrie een impuls en groeide het aantal inwoners van Winterswijk. Winterswijk had aan het begin van de 20e eeuw zeven textielbedrijven, waaronder de Batavier en de Tricotfabriek. Winterswijks meest historische straatje, de Lappenbrink (tegenwoordig Nieuwstraat), is ook in deze tijd ontstaan.
Kalkwinning Sinds 1932 wordt kalksteen gewonnen uit de steengroeve die tussen Winterswijk (dorp) en Ratum ligt en bekend staat als de Steengroeve Winterswijk. De exploitatie ligt in handen van NV Winterswijkse Steen- en Kalkgroeve, een onderdeel van Sibelco. Er liggen drie steengroeven, waarvan er nog een in gebruik is; de andere twee zijn sinds 2005 beschermd natuurgebied en vallen onder Nationaal Landschap Winterswijk. De gewonnen Muschelkalk wordt gebruikt in de wegenbouw en kunstmestindustrie. De opbrengst bedraagt 200 kiloton/jaar.
Kerken en synagoge Winterswijk, de Jacobskerk|thumb Er zijn meerdere kerken in Winterswijk te vinden. De oudste is de protestantse Jacobskerk, centraal op de Markt van Winterswijk. De wegen naar verschillende buurtschappen rond Winterswijk zoals Meddo, Woold en Miste komen bij elkaar bij de kerk. De kerk met de 64 meter hoge toren toont een opvallende gelijkenis met de St. Walburgakerk in het naburige Ramsdorf in Duitsland. In de Jacobskerk zijn nog oude grafstenen te vinden en fragmenten van schilderingen, en zij heeft een Metzlerorgel. Een van de oudste afbeeldingen van de kerk in haar huidige vorm is een tekening van Jan de Beijer uit het jaar 1743. De kerk is een lappendeken wat kleuren betreft. Verschillende steensoorten (bijvoorbeeld baksteen en zandsteen) zijn gebruikt. Een kroonluchter in de kerk is uit 1788. Deze is geschonken door het weversgilde. Rond 1970 zijn de laatste grote restauraties uitgevoerd. In het jaar 1993 kreeg de kerk een carillon.