thumb|Franz Lachner lithografie van Andreas Staub ca. 1834 Franz Paul Lachner (Rain am Lech, 2 april 1803 – München, 20 januari 1890) was een Duits componist, dirigent en organist. Hij was de oudere broer van Ignaz Lachner (1807-1895) en Vinzenz Lachner (1811-1893) en een jongere stiefbroer van Theodor Lachner (1795-1877); allen eveneens componisten.

Sinds 1989 is in Rain het Gebrüder-Lachner-Museum aan hem en zijn broers gewijd.Musikermuseen, Gebrüder-Lachner-Museum

Levensloop Jeugd, opleiding en eerste aanstelling miniatuur|Franz Lachner, Franz Schubert en Eduard von Bauernfeld (v.l.n.r.) Lachner werd geboren in een muzikaal gezin. Zijn vader Anton Lachner was organist en van hem kreeg hij zijn eerste muziekles. Gedurende zijn schooltijd op het gymnasium in Neuburg an der Donau kreeg hij tegelijkertijd les in compositie bij Franz Xaver Eisenhofer (1783-1855). Na de dood van zijn vader in 1822 ging hij naar München en studeerde aldaar verder bij onder anderen Caspar Ett, maar gaf tegelijkertijd ook zelf muziekles in de stad. Verder speelde hij viool, cello, hoorn en contrabas in verschillende orkesten in München, vooral in het orkest van het Isartortheater. In 1823 werd hij organist aan de Lutherse stadkerk in Wenen en studeerde wederom tegelijkertijd zowel bij Simon Sechter (muziektheorie, contrapunt, fuga), bij Abbé Maximilian Stadler als bij hofkapelmeester Joseph Weigl (orkestdirectie). Korte tijd later werd hij opgenomen in een kunstenaarskring om Franz Schubert en Moritz von Schwind. Hij raakte bevriend met Franz Schubert. Ook met Ludwig van Beethoven was hij in contact.

Carrière als dirigent In 1826 werd Lachner tweede dirigent en vanaf 1828 chef-dirigent van het orkest aan het Kärntnertortheater in Wenen. Vervolgens was hij van 1834 tot 1836 dirigent van het orkest aan het hof in Mannheim. In 1836 ging hij terug naar München en werd dirigent van de hofopera, maar leidde ook de concerten van de Musikalische Akademie en van de koninklijke vocaalkapel. Deze benoeming tot hofkapelmeester was het gevolg van het succes van zijn compositie Sinfonia passionata, die in Wenen in 1835 tijdens een wedstrijd een eerste prijs won. In 1852 benoemde men hem tot Generalmusikdirektor. Toen de koning Lodewijk II van Beieren Richard Wagner naar München haalde, ging Lachner met pensioen. De musicoloog M. Würz schreef in Musik in Geschichte und Gegenwart, dat Lachner als dirigent in München ...voor de ontwikkeling van zijn orkest en voor de stimulantie van het publieke muzikale smaak...belangrijk heeft gewerkt. Hij organiseerde ook muziekfestivals in 1855 en 1863 in München.

Vooral de interpretaties van werken van Ludwig van Beethoven werden als exemplarisch aangezien. Alhoewel hij met succes ook opera's van Richard Wagner heeft uitgevoerd, stond hij diens muziek weigerend tegenover. In 1853 werd hij met de Beierse Maximiliaansorde voor Wetenschap en Kunst onderscheiden. In zijn geboortestad Rain werd een straat naar hem vernoemd, maar zijn naam is ook vertegenwoordigd in het gebroeders Lachner museum en in de naam van een school (gebroeders-Lachner-middelschool). In 1883 werd Franz Lachner ereburger van de stad München.

Carrière als componist Lachner was een zeer productief componist. In zijn oeuvre dat ongeveer 200 werken omvat zijn bijna alle genres vertegenwoordigd. Zijn stijl is door Beethoven, Louis Spohr, Giacomo Meyerbeer, maar vooral door zijn vriend Franz Schubert beïnvloed. Zijn muziek wordt gekenmerkt door een kundige beheersing van de vorm en vooral van het contrapunt. De kracht van Lachner wordt onmiskenbaar in de doorwerking van zijn sonatevorm. Tot zijn grootste successen behoren de cantate Die vier Menschenalter, de opera Catarina Cornaro, zijn Requiem, zijn zevende orkestsuite en het Nonet, voor blaasinstrumenten.

Na zijn dood daalde de interesse in Lachners muziek snel. Zijn zeer conservatieve stijl raakte uit de mode. Pas tegen het einde van de 20e eeuw is er weer een begin van een uiteenzetting met de muziek van Lachner te herkennen. Niet al zijn werken zijn evenwaardig, maar de beste composities tonen hem als zekere beheerser van de compositorische middelen, waarom hij tot de belangrijke vocaal- en instrumentaal componisten mag gerekend worden.

Composities Werken voor orkest Symfonieën 1828 Symfonie nr. 1 Es majeur, op. 32 1833 Symfonie nr. 2 F-majeur 1834 Symfonie nr. 3 d-mineur, op. 41 1834 Symfonie nr. 4 E-majeur 1835 Symfonie nr. 5 c-mineur (ook "Sinfonia passionata"), op. 52 Andante - Allegro Andante con moto Menuetto Finale: Allegro 1837 Symfonie nr. 6 D-majeur, op. 56 1839 Symfonie nr. 7 d-mineur, op. 58 1851 Symfonie nr. 8 g-mineur, op. 100

Concerten voor instrumenten en orkest 1828 Concert in c-mineur, voor harp en orkest 1832 Concert in d-mineur, voor dwarsfluit en orkest 1833 Concert in d-mineur, voor harp en orkest Concertino in Es majeur, voor fagot en orkest

Suites 1861 Suite nr. 1 in d-mineur, op. 113 1862 Suite nr. 2 in e-mineur, op. 115 1864 Suite nr. 3 in f-mineur, op. 122 Praeludium Intermezzo Ciaconne Sarabande Gavotte Finale 1865 Suite nr. 4 in Es majeur, op. 129 1868 Suite nr. 5 in c-mineur, op. 135 1871 Suite nr. 6 in C-majeur, op. 150 1874 Ball-Suite in D-majeur, op. 170 Introduktion und Polonaise Mazurka Walzer Intermezzo Dreher Lance 1881 Suite nr. 7 in d-mineur, op. 190

Werken voor harmonieorkest 1828 Festmarsch in Es majeur, op. 24 1866 Festmarsch in Es majeur, voor koperensemble (4 trompetten, hoorn in Es, 4 hoorns in F, 3 trombones, tuba en Bombardon), pauken, 4 kleine trommen, 1 grote trom en bekkens, op. 143 Feierlicher Marsch uit de "Suite nr. 1 in d-mineur", voor harmonieorkest, op. 113 - bewerkt door Hermann Schmidt Fest-Ouvertüre, voor harmonieorkest - bewerkt door Rudolph Halter, Willi Löffler Ouverture tot de opera "Catarina Cornaro", voor harmonieorkest - bewerkt door Thomas H. Rollinson Ouverture tot de cantate "Die vier Menschenalter (The Four Ages of the Man)", voor harmonieorkest Triumph-Parade-Marsch, voor harmonieorkest - bewerkt door Hermann Bohne

Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1828 Die Bürgschaft 3 bedrijven 1828, Boedapest Ferdinand von Biedenfeld, naar Friedrich von Schiller 1839 Alidia 3 bedrijven 1839, München Otto Prechtler, naar Sir Edward George Earl Bulwer-Lytton 1841 Catarina Cornaro, Königin von Cypern, op. 71 4 bedrijven 3 december 1841, München Alois Joseph Büssel, naar het libretto van Jules Henri Vernoy Marquis de Saint-Georges «La reine de Chypre» 1849 Benvenuto Cellini 4 bedrijven 1849, München naar H. Auguste Barbier en A. F. Léon de Wailly

Toneelmuziek 1830 Lanassa, toneelmuziek 1842 Festspiel zur Vermählung der Prinzessin Adelgunde - tekst: Felix Schiller 1852 König Ödipus (Koning Oedipus), voor spreker, mannenkoor en orkest voor de tragedie van Sophokles 1857 Festchor zur Grundsteinlegung des Maximilianeums - tekst: Friedrich Beck

Vocale muziek Oratoria 1833 Moses, oratorium in 3 afdelingen, op. 45 - tekst: Eduard von Bauernfeld

Cantates 1829 Die vier Menschenalter, cantate op. 31 - tekst: Johann Gabriel Seidl

Werken voor koor 1849 Psalm 133, voor vrouwenkoor (SSSA) a capella, op. 91 1863 Psalm 150, voor mannenkoor (TTBB), orkest en orgel, op. 117 - tekst: Psalm 150, Duitse vertaling: Moses Mendelssohn 1870 Psalm 134, voor dubbelkoor (SATB, SATB) 1874 Stabat Mater, voor dubbelkoor (SATB, SATB), op. 154 1877 Hornesklänge, voor mannenkoor (TTBB), trompet in es, 4 hoorns in es en 2 fagotten, op. 179 Ave Maria, voor sopraan (of tenor) solo, gemengd koor (SATB) en orgel (en/of strijkorkest) Ave Maria, voor alt, 2 violen, 2 celli en contrabas (of orgel), op. 133 Das lied der deutschen, voor vierstemmig mannenkoor en harmonieorkest (of piano) - tekst: August Heinrich Hoffmann von Fallersleben Festlied, voor vierstemmig mannenkoor (TTBB) en harmonieorkest (of piano), op. 123 - tekst: Wolfgang Müller Mis in F-majeur, voor solisten en twee gemengde koren, op. 130 Psalm 15 "Herr, wer wird wohnen in deiner Hutte", voor dubbelkoor Requiem in f-Moll, voor 2 sopranen, alt, 2 tenoren, bas, gemengd koor en groot orkest, op. 146 Vier Gesänge, voor driestemmig mannenkoor (TTB), op. 141 Trinklied Abendruhe O Sommerfrühe blau und hold Ave Maria Zigeunerlied, voor bas, gemengd koor en piano - tekst: Johann Wolfgang von Goethe

Liederen 1835 Der Sänger am Rhein, voor zangstem en piano, LoO 10 - opgedragen aan: Groothertogin Stéphanie de Beauharnais Lied in der See - tekst: Anton Prokesch von Osten (1795-1876) Das Leyermädchen - tekst: Anton Prokesch von Osten Nichts ohne Liebe - tekst: Johann Nepomuk Vogl (1802–1866) Wonne und Schmerz - tekst: Heinrich Heine Das Königskind - tekst: Heinrich Heine Die Lotosblume ängstigt sich - tekst: Heinrich Heine 1838 Drei deutsche Gesänge, voor zangstem en piano, op. 56 - opgedragen aan: Sophie Loewe In die Ferne - tekst: K. Klätke Die Rose - tekst: Soeltl Morgen Lied - tekst: Friedrich Gottlieb Klopstock 1841 Der Sänger und die Hirtin, voor zangstem en piano - tekst: Johann Gabriel Seidl 1857 6 Duette, voor sopraan, alt en piano, op. 106 - tekst: Johann Franz Ludwig Koch Gespielen An den Mai Des Vögleins Tod Im Walde Der Bettler Weihnachtsfreude 1871 Kriegslied, voor vier mannenstemmen - tekst: Emanuel Geibel 1873 Psalm 26, voor bas en orkest (of orgel), op. 163 3 Gesänge, voor 3 sopranen en piano, op. 80 3 deutsche Gesänge, voor zangstem en piano, op. 36 6 deutsche Gesänge, voor zangstem en piano, op. 49 - tekst: Heinrich Heine Eine alte Geschichte Der Zimmermann Das Lied von der Liebsten Ihr Schattenbild Die Ilse - 6 deutsche Gesänge, voor bariton (of alt) en piano, op 54 Abend-Elegie, voor tenor, viool en orgel (of piano), op. 166 - tekst: Franziska von Hoffnaaß Die Seejungfern, voor tenor, hoorn en piano (of harp) - tekst: Heinrich Heine Drei Lieder, voor zangstem, hoorn (of cello) en piano, op. 30 - tekst: Ludwig Rellstab Herbst Verlangen Bewusstsein Frauenliebe und Leben, voor sopraan, klarinet (of hoorn) en piano, op. 59 - tekst: Adelbert von Chamisso Ich liebe dich, weil ich dich lieben muss, voor 2 sopranen en piano, op. 86 nr. 3 - tekst: Friedrich Rückert Ihr Schattenbild, voor zangstem en piano - tekst: Heinrich Heine Lyrisches Intermezzo, voor sopraan, klarinet (of hoorn) en piano, op. 82 - tekst: Heinrich Heine Nachts in der Kajüte, voor sopraan, hoorn (of cello) en piano, op 34 - tekst: Heinrich Heine Notte soave delizia, voor alt, hoorn en piano Sängerfahrt, 16 liederen voor zangstem en piano, op. 33 - tekst: Heinrich Heine Die badende Elfe An den Mond Der Winteraben Die Bergstimme Der wunde Ritter Im Mai Eine Liebe Die Meerfrau Wasserfahrt Das Fischermädchen Liebessehnen Ein Traumbild Die einsame Träne Ihr Bildnis Mein Traum Die Liebesboten Sängerfahrt, voor zangstem en piano, op. 96 - tekst: Heinrich Heine Ihre Gestalt Warum? Um Mitternacht Frühlingslied Stabat Mater, voor 2 sopranen en orgel (of 2 sopranen, 2 violen, 2 celli, contrabas en orgel), op. 168 Vier Gedichte von L. Koch, voor 2 sopranen, tenor en bas, op. 107 - tekst: Johann Franz Ludwig Koch Vier liederen, voor sopraan, hoorn en piano, op. 27 Neuer Frühling - tekst: Heinrich Heine Wanderer's Gebet - tekst: Anton Prokesch von Osten Ihr Traum - tekst: Adelbert von Chamisso Fragen - tekst: Anton Prokesch von Osten Waldklänge, voor zangstem, hoorn (of cello) en piano, op. 28 - Johann Michael Vogl (1768-1840) Waldvöglein Waldwärts Zwei deutsche Lieder, voor zangstem en piano met obligate klarinet Auf Flügeln des Gesanges - tekst: Heinrich Heine Seit ich ihn gesehen - tekst: Adelbert von Chamisso Zwei geistliche Gesänge, voor zangstem en orgel (of piano) - tekst: Friedrich Gottlieb Klopstock Am Karfreitag Morgengesang

Kamermuziek 1823 Blaaskwintet nr. 1 in F-majeur 1824 Septet in Es majeur, voor dwarsfluit, klarinet, hoorn, viool, altviool, cello en contrabas