De himalayakwartel (Ophrysia superciliosa) is een vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae). De soort werd voor het eerst beschreven en benoemd als Rollulus cuperciliosus door John Edward Gray in 1846. Het is een waarschijnlijk uitgestorven vogelsoort in het Himalayagebergte van noordelijk India.
Kenmerken De vogel is 25 cm lang. Het is een weinig opvallende soort kwartel met een rode snavel en dito poten. Het mannetje is overwegend grijs, met een zwart "gezicht" en een contrasterende smalle lange witte wenkbrauwstreep. Het vrouwtje is bruin met zwarte vlekjes en heeft een lichtbruine wenkbrauwstreep en keel.
Verspreiding en leefgebied De himalayakwartel is alleen bekend van de westelijke Himalaya in de Indiase deelstaat Uttarakhand, in de omgeving van de heuvelnederzettingen Mussoorie en Naini Tal. Vóór 1877 werden er ongeveer twaalf exemplaren verzameld; veldwaarnemingen uit het midden van de 19de eeuw suggereren dat de soort destijds redelijk algemeen was. Het leefgebied bestaat uit steile hellingen, vooral op zuidgerichte kammen, met lang gras en struikgewas tussen 1650 en 2400 m boven zeeniveau. De vogel leeft zeer verborgen en verplaatst zich lopend en rennend door de vegetatie; pas wanneer er bijna op getrapt wordt vliegt hij op. De totale verspreidingsoppervlakte wordt op ongeveer 2.100 km² geschat.
Voedsel en gedrag De himalayakwartel werd doorgaans aangetroffen in groepjes van zes tot twaalf vogels. Het dieet bestond uit graszaden, en vermoedelijk ook bessen en insecten. In het najaar werd de contactroep van de soort vaak in november gehoord. De gemiddelde generatieduur wordt op 3,9 jaar geschat. Of de soort standvogel is of korte trekverplaatsingen maakt, is niet zeker; rond Mussoorie en Naini Tal werden de vogels vooral in de wintermaanden gezien, wat suggereert dat het broedgebied op grotere hoogten ligt.
Status De himalayakwartel was al schaars aan het einde van de 19de eeuw, waarschijnlijk door overbejaging gedurende de koloniale tijd; de roep van de soort was in november gemakkelijk hoorbaar en zou jagers hebben geholpen bij het lokaliseren ervan. Na de Indiase onafhankelijkheid werd het leefgebied verder aangetast door onder meer dagbouw voor kalksteenwinning. De laatste met zekerheid bevestigde waarneming dateert van 1876, maar mogelijke waarnemingen worden gemeld bij Suwakholi in 1984, rond Naini Tal in 2003 (vijf afzonderlijke waarnemingen) en in 2010 een vrouwtje in west-Nepal door een lokale jager. BirdLife schatte de wereldpopulatie in 2000 op één tot 49 volwassen individuen. Op basis van habitatgeschiktheidsmodellen identificeerden Dunn en collega's in 2015 vijf gebieden in Uttarakhand die potentieel nog geschikt zouden kunnen zijn, en schatten zij het meest waarschijnlijke jaar van extinctie op 2023 (betrouwbaarheidsinterval 1999 tot 2120). De soort staat sinds 2018 als ernstig bedreigd (kritiek) onder criterium D op de Rode Lijst van de IUCN en is opgenomen in de "Search for Lost Birds"-lijst.
Categorie:Phasianidae Categorie:Endemisch dier uit India Categorie:IUCN-status kritiek