De Androphagi (Oudgrieks: , "menseneters") waren in de oudheid een volk ten noorden van Scythië, waarschijnlijk in de bossen tussen de bovenloop van de Dnjepr en Don. Ze hielpen de Scythen toen koning Darius hen aanviel als straf voor hun rooftochten in het Achaemenidische Rijk.
Herodotus beschrijft de Androphagi in zijn Historiën als wonende ten noorden van de Scythen, ten oosten van de Neuri en ten westen van de Melanchlaeni:
Plinius de Oudere schreef in zijn Naturalis historia dat deze kannibalen de scalpen van mannen op hun borst droegen:
Het is geopperd dat "Androphagoi" een Griekse vertaling van *mardxvār ("mens-eter") in de oude Noord-Iraanse taal van de Scythen zou zijn. Van *mardxvār kan men "Mordva" of "Mordvin" afleiden, de Russische naam van de Fins-Oegrische Erzjanen en Moksjanen van Oost-en Centraal Europees Rusland. Van Herodotus kunnen we een locatie van de Androphagoi afleiden die ongeveer dezelfde is als die van de moderne Mordwienen.
Categorie:Historisch volk in Rusland