Yasuda was een Japans financieel concern, opgericht aan het einde van de Tokugawa-periode (1603-1868) door Yasuda Zenjirō (安田 善次郎, 25 november 1838 – 28 september 1921). In 1880 werd het uitgebreid tot een zaibatsuZaibatsu (財閥) is de Japanse term voor een groep van bedrijven met verschillende specialisaties, exclusief in het bezit van één familie. (財閥). Het was een industriële en financiële combinatie die de Japanse economie domineerde tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast behoorde Yasuda tot de "Big Four"Mitsui, Mitsubishi, Sumitomo en Yasuda.(四大財閥, shidai zaibatsu), oftewel de vier grootste vooroorlogse zaibatsu. Nu staat deze vroegere zaibatsu beter bekend als de Fuji Bank (株式会社富士銀行, Kabushiki-gaisha Fuji Ginkō).

Geschiedenis Het begin Yasuda Zenjirō werd geboren in een arme samoeraifamilie van lage rang in de provincie EtchūNu is de provincie Etchū gekend als de prefectuur Toyama. (越中国, Etchū no kuni). Op zeventienjarige leeftijd, liep hij weg van huis naar Edo (江戸), met als doel daar rijkdom te vinden. Hij begon als winkelbediende, waar hij instond voor de verkoop van droge vis en zeewier en bereikte zo acht jaar later de status van een zelfstandige. Yasuda richtte een klein bedrijf op en begon daarnaast in 1864 te werken voor de fiscale dienst aan de overheid.

Door de investeringen van Yasuda kende zijn bedrijf een opmerkelijke groei en ontwikkelde het zich tegen 1866 tot de Yasuda FirmaYasuda Shōten was een firma die zich specialiseerde in geldomruiling. (安田商店, Yasuda Shōten). Hij vergaarde grote rijkdom door middel van de omgang en behandeling van overheidsmiddelen. UIteindelijk begon hij aan het einde van de Tokugawaperiode aan zijn financiële carrière; hij besloot al zijn aandacht te richten op zijn bedrijf en stopte met te werken voor de overheid.

In 1867 beval het bakufu, ook bekend als het shogunaat, Yasuda Zenjirō een politieke handelaar te worden. Eerder werd Yasuda Shōten al bevolen goud en zilveren munten uit de circulatie te halen en na de Meiji-restauratie heeft Yasuda meegeholpen aan het in circulatie brengen van papiergeld dat niet om te wisselen is naar andere valuta.

Yasuda vormde ondertussen the Third National Bank (第三国立銀行, Daisan Kokuritsu Ginkō) als een joint venture met andere zakenmannen in 1876. Dit was drie jaar nadat Mitsui the First National Bank van Japan opende. In 1880 werd de financiële afdeling van Yasuda Shōten benoemd tot de Yasuda Bank (合本安田銀行, Gōhon Yasuda Ginkō).

Diversificatie van de activiteiten Yasuda Zenjirō concentreerde zich volledig op het financieren van diverse projecten en het verder vertakken van zijn bedrijf in niet-financiële terreinen zoals: zwavelmijnbouw, scheepvaart, nagelproductie, katoen spinnen, het maken van machines en scheepsbouw. Zijn niet-financiële activiteitenAndere niet-financiële activiteiten waren: Kushiro Iōyama (釧路硫黄山, Kushiro Sulphur Mine), Kushiro Tetsudō (釧路鉄道, Kushiro Railway), het groot warenhuis in Hakodate, en de verkoop van zwavel. hadden een te kleine omvang om deel te nemen aan joint-stockEen joint-stock bedrijf (株式会社, Kabushiki Gaisha) is een Naamloos Vennootschap en is de meest voorkomende juridische vorm in Japan. zoals spoorwegen en verzekeringen. Daarom investeerde Yasuda hierin om ze meer bekendheid te geven.

Vervolgens werd in 1887 de Yasuda Hozensha (安田保善社) opgericht als orgaan voor het beheer van kapitaal van Yasuda Bank. Dit was een onbeperkt partnerschap en zou tien jaar later een holding worden.Een holding, controlemaatschappij of (centrale) houdstermaatschappij is een vennootschap die hiërarchisch gezien de hoogste maatschappij binnen een groep van maatschappijen is. In hetzelfde jaar van de oprichting nam Motojime Yakuba (元締役場) de plaats van Yasuda Zenjirō als hoofd van Yasuda Shōten over, nadat Yasuda Shōten geprivatiseerd werd. Ook de Kushiro Sulphur Mine, de Kushiro Railway, het magazijn, de zaken in Hakodate en de verkoop van zwavel werden door hem overgenomen.

In 1893 verwierf Yasuda de controle over Tōkyō Kasai Hoken Kabushiki Gaisha (東京火災保険株式会社, Tokyo Fire Insurance Company, Ltd.) door een groot deel van de aandelen op te kopen. Tegelijkertijd richtte hij Teikoku Kaijō Hoken Kabushiki Gaisha (帝国海上保険株式会社, Imperial Marine Insurance Company, Ltd.) op.

Managementstructuur Toen in 1893 de vennootschapsvoorzieningen van de Commercial CodeDit zijn rechten die betrekking hebben tot handel en hun handelaars, handelscontracten, bedrijven etc. werden uitgevoerd, transformeerden de familiebedrijven tot zaibatsu door een bedrijfsstructuur te integreren en hun activiteiten te diversifiëren. Zakenlui hebben een belangrijke rol gespeeld in de opkomst van de zaibatsu, bijvoorbeeld Yasuda en Sumitomo. Sommige hiervan waren hoog opgeleid en herkenden de trends van het komende nieuwe tijdperk.

Het controlerende hoofdorgaan van Yasuda situeerde zich in Yasuda Hozensha. Yasuda Zenjirō II was hoofd van de Yasuda clan en werd benoemd tot voorzitter. De hoofden van de Yasuda familie bezaten vier van de zeven bestuursfuncties, terwijl drie zetels in de bestuurskamer door zakenlui en twee door voormalige bureaucraten werden ingenomen.

In de Yasuda Bank en de rest van de Yasuda organisatie was Yasuda Zenjirō de bedrijfsleider. Twee van de vier bestuurders waren hoofd van de familietakken van Yasuda. De zakenlui waren vicepresident en regelmatig ook directeur van de bank. Een aantal grote aandeelhouders werden geplaatst als andere reguliere directeurs, terwijl vier senior directeurs zakenlui waren die promotie hadden verkregen vanuit de Yasuda Bank.

Iomi Teiichi (伊臣貞太郎) thumb|Gebouw van de Universiteit van Tokio Iomi Teiichi (10 oktober 1870 – 9 januari 1930) werd aangenomen bij Yasuda Bank nadat hij afgestudeerd was aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Tōkyō Teikoku DaigakuDe Meiji-regering heeft de universiteit opgericht in 1877, maar gaf het pas de naam Teikoku daigaku (帝国大学, Keizerlijke universiteit) in 1886. Bij de invoering van het stelsel van een keizerlijke universiteit werd het hernoemd naar Keizerlijke universiteit van Tokio in 1887. Nu noemt het de Tōkyō daigaku (東京大学, Universiteit van Tokio), afgekort als 東大 (Tōdai). (東京帝國大學, Tokyo Imperial University). In 1897 trouwde hij met de tweede dochter van Yasuda Zenjirō en werd geadopteerd door de Yasuda familie. Iomi Teiichi ontving een nieuwe naam namelijk Yasuda Zenzaburō (安田善三郎). Dit was een manier die sommige zaibatsu gebruikten om zoveel mogelijk nieuwe kennis binnen de familie te krijgen: hoogopgeleide mannen adopteren of tot schoonzoon benoemen.

Nauwe band met Asano Er ontstond een nauwe band tussen Yasuda en de Asano zaibatsu (浅野財閥) doordat beide afkomstig waren van de Toyama Prefectuur. Deze band werd verdergezet op basis van de relatie tussen Zenzaburō en Shiraishi MotojirōShiraishi werd aangenomen in Asano Shōten nadat hij afgestudeerd was aan de Faculteit der Rechts geleerdheid van de Tokyo Imperial University. In 1895 trouwde hij met de tweede dochter van Asano Sōichirō (浅野総一郎). (白石元治郎) van Asano. Ze waren samen afgestudeerd aan de middelbare school in 1889 en aan de Tokyo Imperial University in 1892.

Evolutie naar een modern bedrijf Dankzij een reeks kapitaalverhogingen werd de Yasuda Bank in 1900 gereorganiseerd tot partnerschap met onbeperkte aansprakelijkheidEen partnerschap dat een of meer partners onbeperkte aansprakelijkheid geeft; dit betekent geen beperking van het verlies van wat al geïnvesteerd werd. en tot een naamloos vennootschap in 1912. Yasuda investeerde in de uitbreiding en versterking van bankactiviteiten, zoals de Yasuda Bank. De Yasuda Bank breidde ook dochterondernemingen, die banken waren met deposito’s en leningen, actief uit. Tussen 1893 en 1913 verwierf de Yasuda Bank vijftien dochterondernemingen door financiële hulp aan te bieden aan de banken die in een moeilijke situatie verkeerden.

Yasuda richtte in 1894 Yossi Seimei HokenHet was een opvolger van de eerste levensverzekeringsmaatschappij in Japan, Yossi Gohyakumeisha, dat in 1880 werd opgericht. (Yossi Life Insurance) op. In datzelfde jaar richtte hij een scheepvaart- en een warenhuiseenheid, Yasuda Unpan Jimusho (安田運搬事務所), op. Drie jaar later werd de spijkerfabriek Yasuda Seichōshodie nu Yasuda Industrie (安田工業, Yasuda kōgyō) heet. (安田製釘所) opgericht en in 1899 kocht Yasuda de katoenspinnerij Nishinari Bōsekisho (西成紡績所) over van Naniwa Bōseki. Hij kocht het jaar daarna ook de machinefabrikant Tenma Tekkōjo aan en nam een scheepswerf Toba Zōsensho over door marktafscherming in 1911.

Betreffende de Kushiro zwavelmijn werd deze al in 1898 gesloten ten gevolge van een geschil over de huur van de mijn. De familiale ondernemingen van deze groep werden door Motojime Yakuba gecontroleerd tot de Yasuda Trading (安田商事合名会社, Yasuda Shōji Gōmei Gaisha) zijn functie overnam in 1988.

Ook Yasuda Trading deed het nogal slecht, wat betreft het controleren van niet-financiële ondernemingen op kleine schaal in vergelijking met de uitbreiding van bedrijven in de Yasuda financiële groep. Door een slecht rendement werd Nishinari Bōsekisho door Mie Bōseki (三重紡績) overgekocht. Anderhalf jaar na de sluiting van de Toba Zōsensho werd Yokkaichi Tekkōsho (Yokkaichi Iron Works) overgedragen. Yasuda Seichōsho kwam in moeilijkheden met de concurrentie van goedkope geïmporteerde nagels omdat hij gebruik maakte van dure geïmporteerde draad als basismateriaal voor zijn nagels. Vanaf eind 1902 werd de productie daarvan voor ongeveer zes jaar opgeschort. Uiteindelijk werden de werken hervat op een stabiele basis door invoering van een tarief op geïmporteerde nagels.

Na de Eerste Wereldoorlog overleefde Yasuda Trading als enige van de industriële dochterondernemingen. In 1928 werden ze verkocht voor slechts ¥600.000. Dat was veel minder dan Sumitomo Steel met ¥3,45 miljoen en Asano's Kokura Steel met ¥5,3 miljoen.

Deposito's en leningen van de bank eigendom van Zaibatsu 1895-1912 (in miljoen yen) Bank Jaartal 1895 1903 1912 Deposito's Leningen Deposito's Leningen Deposito's Leningen Mitsui Bank 18,07 212,22 37,23 25,68 86,63 76,82 Mitsubishi Ltd., bankafdeling 4,47 6,92 15,98 14,71 40,55 37,27 Sumitomo Bank 0,88 2,14 18,60 15,62 49,98 43,91 Yasuda Bank 3.71 3.09 16.16 13.92 32.43 26.23

Uitbreiding van financiële ondernemingen tijdens het interbellum Fusies Tijdens het interbellum presteerde het Yasuda hoofdkantoor relatief goed door het nastreven van een unieke strategie die door de zaibatsu werd toegepast. Na de Eerste Wereldoorlog was Yasuda van de niet-financiële bedrijven afgestapt en op basis van de fusies van banken versterkte het zijn banken, verzekeringen en zijn positie als vertrouwensvenootschap.

Na de dood van Yasuda Zenjirō in 1921Heigo Asahi eiste een financiële donatie, toen Zenjirō dit weigerde werd hij vermoord. nam Yūki Toyotarō (結城豊太郎) het roer van Yasuda Hozensha over. In 1923 had de Yasuda Bank tweeëntwintig dochterondernemingen in handen. Dat jaar in mei richtte men de Hozen Bank op en in november werd deze geabsorbeerd door de Yasuda Bank samen met tien andere dochterondernemingen. Dit versterkte de Yasuda Bank en het beheer ervan werd sterk verbeterd. De dochterondernemingen werden ook naar de Yasuda Bank vernoemd.

De nieuwe Yasuda Bank had in totaal 209 takken en subtakken, dit maakte het een unieke, gespecialiseerde financiële zaibatsu met een grote fusie. Als gevolg hiervan steeg tegen het einde van 1922 de winst van de Yasuda Bank van ¥2.6 miljoen naar ¥11.8 miljoen. In minder dan twee jaar haalde de Yasuda Bank de top van de Japanse bankwereld op het gebied van deposito's, leningen en verzekeringen.