Koraalmeidoorn (Crataegus rhipidophylla) is een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae).
Determinatie Koraalmeidoorn groeit doorgaans als struik maar soms ook als kleine boom. Ze kan een hoogte bereiken van ± 7 m. De paarsachtige of kaneelbruine takken zijn bezet met takdoornen. De 3–5 cm lange bladeren zijn gelobd en hebben fijn gezaagde randen, behalve aan de wigvormige voet. De steunblaadjes van de bloeiende twijgen hebben talrijke tanden en gesteelde klieren.
Koraalmeidoorn bloeit in mei en juni met witte, sterk geurende bloemen. De kelkbladen zijn lancet- tot lijnvormig en blijven aan de rijpe vrucht teruggeslagen (ondersoort rhipidophylla) tot opgericht (ondersoort lindmanii) zitten. De bloemen zijn 0,8–1,5 cm breed en hebben één stijl.
De plant heeft 0,9–1,5 cm grote appelachtige vruchten met één pit. Ze zijn rond tot eivormig bij de ondersoort rhipidophylla en meer walsvormig bij de ondersoort lindmanii. Ze rijpen in augustus–september en verkleuren dan van groen naar lichtrood. Ze hebben en zoetzure smaak. Het melige vruchtvlees is geel. 260px|thumb|left|Vruchten
Het aantal chromosomen is 2n=68.
Ecologie Koraalmeidoorn groeit op lichte plekken in bossen, struwelen en heggen.
Biogeografie Het natuurlijke verspreidingsgebied van koraalmeidoorn strekt zich uit over Centraal-Europa.
Systematiek Synoniemen van C. rhipidophylla Gand. zijn C. rosiformis Janka en C. curvisepala Lindm.
Knud Ib Christensen onderscheidt bij koraalmeidoorn twee ondersoorten: Crataegus rhipidophylla Gand. subsp. rhipidophylla en Crataegus rhipidophylla subsp. lindmanii (Hrab.-Uhr.) K. I. Chr. Crataegus rhipidophylla subsp. lindmanii wordt door anderen echter als een aparte soort beschouwdG. H. Loos: Crataegus. In: Henning Haeupler, Thomas Muer: Bildatlas der Farn- und Blütenpflanzen Deutschlands. Stuttgart, Ulmer 2000, S. 293 f.
Vanwege de onoverzichtelijkheid van de onderlinge kruisingen tussen de ondersoorten en de geleidelijke overgang van de kenmerken tussen de ene en de andere ondersoort, alsook het optreden van polyploïde klonen pleiten enkele botanici ervoor de ondersoorten samen te voegen tot de verzamelsoort Crataegus rhipidophylla Gand. s. l..
Literatuur Bildatlas der Farn- und Blütenpflanzen Deutschlands. Stuttgart, Ulmer 2000, S. 293 f. Oberdorfer, E. Pflanzensoziologische Exkursionsflora. 7. Aufl. Stuttgart, Ulmer 1994, S. 506 ff.
Externe links
Der Groß- / Langkelchige Weißdorn auf der Roten Liste Österreichs Art-Informationen bei FloraWeb (Projekt des Bundesamtes für Naturschutz) Systematik und Art-Informationen Foto's (LUBW) Einige vorläufige Notizen als Hilfsmittel zur Crataegus-Kartierung (PDF-Datei; 82 kB) Merkblatt „Heimische Gehölze“ (PDF; 395 kB) (Rückseite; PDF; 130 kB) mit Bild und Beschreibung vom Langkelchigen Weißdorn
Categorie:Rozenfamilie Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied