Saichō (最澄) (Sakamoto, 15 september 767 - 26 juni 822) (geboortenaam Hirono) was een Japanse, boeddhistische monnik die wordt beschouwd als de stichter van de Tendaischool. Hij heeft zijn leven gewijd aan de verspreiding van de Tendai-doctrine en het boeddhisme in het algemeen. Na zijn overlijden kreeg hij de postume titel Dengyō Daishi (Grootleraar Dengyo).
Biografie Saichō werd geboren in de provincie Ōmi, het huidige Ohtsu. Zijn vader, Mitsu no Bitomomoe, was een toegewijde boeddhist. Toen hij nog kinderloos was, beklom hij de berg Hiei, ten noordoosten van de huidige stad Kioto, om te bidden voor een zoon. Hij beloofde de goden dat hij zijn dank zou betuigen als ze zijn gebeden verhoorden. Toen hij te horen kreeg dat Saichō geboren zou worden, heeft hij een hut gebouwd aan de voet van de Hieiberg om de goden te eren.
Toen Saichō zeven jaar werd, ging hij naar een dorpsschool waar hij de vaardigheden leerde om ambtenaar te worden in de hoofdstad of in de provinciën. Op elfjarige leeftijd vertrok hij naar de lokale Kokubun-ji van de monnik Gyōhyō (722-729) in Ōmi om monnik te worden.Kokubun-ji zijn provinciale tempels, die zich in elke provincie van Japan bevonden en gesticht door keizer Shōmu.Tamura, Yoshiro, (2006) Japanese Buddhism, A Cultural History, Tokio: Kosei Publishing, p. 61 Waarschijnlijk werd hij geïnspireerd door de passie van zijn vader, maar hij kan dit ook om economische redenen gedaan hebben. Zijn ouders waren simpele boeren en zouden zo een mond minder moeten voeden. Op dertienjarige leeftijd nam hij de religieuze naam Saichō aan.
Saichō heeft als leerling van Gyōhyō zijn interesse voor meditatie ontwikkeld. Toen hij negentien jaar werd, ging hij naar de tempel Tōdai-ji in Nara om ingewijd te worden als monnik. Drie maanden na zijn inwijding vertrok hij naar de berg Hiei.
Een decennium op berg Hiei Hij verbleef tien jaar lang op de berg Hiei om te mediteren en te studeren. Tijdens zijn verblijf las en kopieerde Saichō boeddhistische teksten, richtte hij een bibliotheek op, hield hij lezingen en realiseerde hij de Hienzan-ji, een tempel waar een gegraveerd beeld van Yakushi-ji Yakushi centraal stond. Zo kwam hij voor het eerst in contact met de T'ien T'ai-stroming, die later in Japan Tendai genoemd zou worden. Hij was onder de indruk van de niet discriminerende en universele aspecten van de T'ien-t'ai. Hij vond dat het een goede afwisseling zou zijn van de toen huidige steriele theologie van de toen zes Narasekten. Deze waren meer academisch gericht en de hoofdvakken die gepraktiseerd werden, waren magische rituelen. Deze moesten de geest verruimen voor studies en dienden soms om de aristocratie te imponeren. De aristocraten stonden ver van de dagelijkse toewijding die geschreven stonden in de Zhiyi Chih-i.De uitvinder van de T'ien-t'ai.
In 802 werd op verzoek van keizer Kanmu een Lotussoetra-vergadering gehouden. Saichō was de hoofdspreker. Er waren tien priesters van de Narasekten aanwezig. Op deze vergadering beloofde Kanmu aan Saichō dat hij naar China mocht gaan om de studies van de T'ien-t'ai uit eerste hand te leren. Hij moest daarna terugkeren om zijn verkregen kennis door te geven.
Saichō’s reis naar China Saichō wilde samen met Wake no Hiroyo, een ambtenaar wiens familie een sterke band had met de keizer, de eerste Tendaischool stichten. Omdat hij vond dat de Tendaiteksten in Japan veel vertaalfouten bevatten, wilde hij studenten naar China sturen om de leer rechtstreeks van Chinese meesters te leren. Hij ging zelf uiteindelijk voor een korte periode, omdat de keizer dit zo wilde.
In China bestudeerde hij verschillende boeddhistische stromingen. Het langst verbleef hij op de berg T'ien T'ai waar hij in de T'ien T'ai-doctrine onderwezen werd door meester Tao-Sui. Hij kwam ook in aanraking met het esoterisch boeddhisme, maar dit bestudeerde hij minder grondig dan T'ien T'ai.
Het eigenlijke doel van Saichō's reis was om accurate werken over de T'ien Tai-doctrine te verkrijgen. Een deel van zijn verblijf in China bestond uit het kopiëren van werken. Plaatselijke monniken hielpen hem daarbij. In totaal bracht hij zo'n 120 werken naar Japan, waarvan twaalf over het esoterisch boeddhisme.
Toen Saichō zijn doel bereikt had en terug wilde keren naar Japan, vernam hij dat het schip waarop hij zou reizen pas 1,5 maand later zou vertrekken. De tussentijd spendeerde hij aan het bestuderen van het esoterisch boeddhisme waar hij slechts een geringe kennis over had. Op de negentiende dag van vijfde maand in het jaar 805 vertrok zijn boot vanuit Ming-chou. Hij arriveerde in Japan op de vijfde dag van de zesde maand na een verblijf in China van acht en een halve maand.
Terugkeer naar Japan thumb|left|Bibliografie werken uit China.Terwijl Saichō in China was, kreeg het Japanse hof steeds meer interesse in Tendai. Toen hij aankwam in Japan maakte hij een bibliografie van de werken en soetra's die hij had meegebracht. Het hof liet ze kopiëren en verdeelde ze over de zeven grootste tempels van Nara.
Het bleek na een tijdje dat keizer Kanmu zich meer interesseerde in het esoterisch boeddhisme dan in de Tendai-leer die Saichō oorspronkelijk moest gaan bestuderen. De reden hiervoor was dat Kanmu al enkele maanden ziek was. Hij liet monniken inwijden, tempels bouwen en rituelen uitvoeren opdat hij spoedig zou genezen. Saichō's esoterisch boeddhisme bevatte verschillende rituelen die ook voor dit doel gebruikt konden worden. Ten tweede was het esoterisch boeddhisme de meest recent ingevoerde tak van het boeddhisme. Kanmu vond dat de kleurrijke rituelen perfect bij de nieuwe hoofdstad Kioto pasten.
Stichting Tendaischool De gezondheid van keizer Kanmu ging snel achteruit. Als Saichō zijn toekomst wilde verzekeren en de Tendaischool wilde stichten, zou hij actie moeten ondernemen. Er was een hevige dominantie strijd aan de gang tussen de al bestaande scholen, voornamelijk tussen die van de Hossō.De Hossōschool is een boeddhistische school die naar Japan gebracht werd door de monnik Dōshō. In Japan werd het echter nooit zo populair als zijn equivalent in India en China. Bron: Six Nara schools, seven Nara temples-Hossō, onmarkproductions.com en de SanronEen Mahāyāna uit China die rond het jaar 625 door de Koreaanse monnik Hyegwan geïntroduceerd werd in Japan. Bron: Six Nara schools, seven Nara temples-Sanron, onmarkproductions.com Om Tendai ook een kans te geven, verminderde de keizer het aantal toegelaten ingewijden van deze twee scholen. Zo mocht de Tendaischool in het jaar 805 twee wijdelingen toewijzen. De school werd gebouwd op de Hieiberg.
De studenten werden, afhankelijk van de studierichting die ze kozen, in twee categorieën verdeeld. De eerste studierichting werd Shanagō genoemd, dit was de esoterische studierichting. De tweede, Shikangō, was de meditatie studierichting gebaseerd op Tendai.
Op de zeventiende dag van de derde maand in het jaar 806 stierf Kanmu. Saichō verloor zo zijn belangrijkste medestander. Na het overlijden van Kanmu's is Saichō's naam gedurende enkele jaren bijna niet in het historisch archief terug te vinden. Hoewel de nieuwe keizer Heizei Saichō al had bijgestaan, onder meer in zijn reis naar China, deed hij gedurende zijn hele regeerperiode niets om hem te helpen. De reden hiervoor waren waarschijnlijk de financiële besparingsplannen die Kanmu net voor zijn dood invoerde. Kanmu stopte de constructie van de nieuwe hoofdstad en de plannen voor het voeren van militaire campagnes. Deze besparingen resulteerde onder het beleid van Heizei in het staken van bouwprojecten in verschillende tempels en het opeisen van landerijen die gecontroleerd werden door tempels.
In het jaar 809 deed Heizei troonsafstand en werd hij opgevolgd door keizer Saga. Saga's houding tegenover boeddhisme was veel positiever. Hij verkoos Saichō en de Tendai niet boven de andere scholen, maar deed wel zijn best om rechtvaardig de onderlinge conflicten op te lossen. Omdat Saichō onder het bewind van Heizei geen recht kreeg op wijdelingen, kreeg hij in het jaar 810 acht wijdelingen om dat te compenseren. Dit had grote gevolgen, want het hof kreeg opnieuw interesse in de Tendaischool. De financiële steun die hij kreeg, gaf Saichō de kans om zijn plannen met de Tendaischool uit te breiden en de berg Hiei werd al snel een plaats vol activiteit.
Relatie met Kūkai thumb|Portret van Kūkai De Tendai-studierichting invullen was geen probleem voor Saichō, de echte moeilijkheid lag in het opstellen van het esoterisch programma. Saichō's kennis van het esoterisch boeddhisme was niet zo uitgebreid dat hij er een degelijk studieprogramma voor kon samenstellen. Toch, omdat keizer Kanmu er zo'n aanhanger van was, liet hij de helft van zijn studenten deze richting volgen. Zijn onbekwaamheid kwam pas echt aan het licht toen Kūkai terugkeerde uit China.
Kūkai was een Japanse monnik die naar China gestuurd werd om daar twintig jaar lang het esoterisch boeddhisme te bestuderen. Na twee en een half jaar kwam hij echter al terug. Hij had al die tijd gestudeerd in Chang'an,Ch'ang-an, vandaag bekend als Xi'an, was in het begin van de Heianperiode het Chinese centrum van het esoterisch boeddhisme en was tien dynastieën lang een Chinese hoofdstad. het centrum van het esoterisch boeddhisme en had dus een veel grondigere opleiding gekregen dan Saichō. Aangezien het hof zich vooral interesseerde in Saichō's kennis over het esoterisch boeddhisme, was de komst van Kūkai een grote bedreiging.
Kūkai en Saichō hadden elkaar waarschijnlijk al ontmoet toen ze wachtten om naar China te vertrekken. Ze kwamen elkaar kort na Kūkai's terugkomst weer tegen. Saichō was heel erg geïnteresseerd in de vele esoterische werken die Kūkai verzameld had en stuurde hem regelmatig brieven met het verzoek ze te mogen bestuderen. Kūkai van zijn kant vroeg hem om informatie over de Tendai-doctrine.
Na enkele meningsverschillen, waaronder een conflict over het door Kūkai niet willen uitlenen van teksten en het overlopen van Taihan, een van Saichō's bekwaamste studenten, kwam er een einde aan hun vriendschap. Hiermee verdween Saichō's hoop om het esoterische boeddhisme volledig te beheersen.
Laatste levensjaren Gedurende de periode waarin Saichō het esoterisch boeddhisme bestudeerde, verliet meer dan de helft van zijn studenten de Hieiberg. Een deel ging studeren aan de Hōssoschool, anderen gingen in de leer bij Kūkai of keerden terug naar hun ouderlijk huis. Stilaan werd duidelijk dat Saichō meer van zijn studenten op Hiei moest houden als hij wilde dat Tendai zou blijven voortbestaan. Gedurende de laatste vijf of zes jaren van zijn leven streefde hij er naar de plaats van Tendai binnen het Japanse boeddhisme te verzekeren. In deze periode schreef hij het merendeel van zijn belangrijkste werken.
Indeling van Tendai volgens Saichō Lotussoetra In China studeerde Saichō de Tiantai-leer, die was opgesteld door Chih'I (538-597). Chih'I legde de nadruk op het belang om alle verschillende boeddhistische filosofieën in China te verenigen en zag de leer van de Lotussoetra als het ideale middel om dit te bewerkstelligen. De Lotussoetra is dus zeer prominent aanwezig in de Tendaifilosofie. Het belangrijkste element in de Lotussoetra is het concept dat alle dingen voor een deel Boeddha zijn, een zogenaamde Boeddha-natuur bezitten (tathagata-garbhaDe Tathāgatagarbha-doctrine leert dat elk levend wezen de intrinsieke, stralend boeddhistische element of inwoning potentie bevat om een Boeddha te worden.). Chih'I merkte op dat andere scholen dit allemaal op een andere manier uitdrukten, maar dat er tussen de scholen niet echt een contradictie is.
Het absolute en het tijdelijke