Marduk-nādin-aḫḫē, geschreven als mdAMAR.UTU-na-din-MU, ca. 1099-1082 v.Chr, was de 6e koning van de 2e dynastie van Isin ofwel de 4e dynastie van Babylon.Babylonian King List C, line 6. Hij is het bekendst voor zijn restauratie van de Eganunmaḫ in Ur en voor de droogtes en hongersnoden die het land in zijn tijd teisterden.
Hij was verwant aan alle drie zijn voorgangers. Zijn vader was Ninurta-nādin-šumi, de 3e koning, zijn broer was Nabu-kudurri-uṣur, de 4e koning, en zijn voorganger Enlil-nādin-apli de 5e koning, tegen wie hij in opstand kwam en die hij onttroonde was zijn neefje.
Bewind Een gereconstrueerde passage in de Walker-kroniekBM 27796 Babylonian Chronicle 25, reverse lines 19 to 26. beschrijft hoe, terwijl Enlil-nādin-apli op veldtocht was tegen Assyrië, en zelfs op pas was de stad Aššur zelf in te nemen, Marduk-nādin-aḫḫē en de edelen in opstand kwamen. Bij zijn terugkeer “naar zijn land en zijn stad [dood]den zij hem met een [z]waard.” thumb|left|240px|Landgift aan Adad-zer-iqiša, kudurruBM 90840, published as BBSt 8. in het British Museum.
Zijn relatie met zijn Assyrische tegenhanger Tukultī-apil-Ešarra,Synchronistic king list, KAV 216, Ass 14616c, ii 17 and fragment KAV 12, VAT 11338, 5ff. was er een van vijandschap en al vroeg tijdens zijn bewind hield hij een inval in Assyrië en maakte er godenbeelden van Adad en Šala buit van Ekallāte, een stad die maar zo'n 50 km van Aššur afligt. Van zijn kant leidde Tukultī-apil-Ešarra een aantal strafexpedities het hartland van Babylonië in. Hij pocht daarover:
De Synchronistische Geschiedenis verhaalt dat de veldslagen in eerste instantie plaatsvonden “bij de Lagere Zab, tegenover Ahizûhina, en in het tweede jaar versloeg hij Marduk-nadin-ahhe bij Gurmarritu, dat stroomopwaarts van Akkad ligt.”Synchronistic History ii 14-24, bewaard in 3 kopieën, K 4401a + Rm 854, K 4401b and Sm 2106. Hoewel “hij Ugarsallu (onmiddellijk ten zuiden van de Kleinere Zab) plunderde tot aan Lubda toe (gelegen in de streek van Arrapha) en hij alle delen van Suhu (in het midden van het Euphraatdal) tot aan Rapiqu (de zuidgrens van Assyrië) beheerste” waren dit plaatsen die aan de omtrek van Babylonië lagen en de godenbeelden kreeg hij niet terug. Die werden namelijk pas eeuwen later teruggehaald:
Vondsten thumb|Oorkonde van de aankoop van vijf GUR graanland door Marduk-nasir, de officier van de koningBM 90841, published as BBSt. VII. in het British Museum.
Er zijn verscheidene bronnen die Marduk-nadin-ahhe vermelden Er zijn: zeven of mogelijk acht kudurrus, De Amrân ibn ‘Ali kudurru in het Walters Art Museum, Baltimore. Land grant to Adad-zer-iqiša kudurru, in het British Museum Marduk-naṣir land purchase kudurru, in het British Museum Aradsu, zoon van Rišnunak, belastingvrijstellingstablet, in het British MuseumAradsu, son of Rišnunak, Kudurru BM 90938, published as BBSt 25. Iqīša-Ninurta grondaktebevestiging kudurru, in het Nationaal Museum van IrakKudurru IM 90585, ii 10. De Warwick (“Land grant to Iddin-Ninurta”) Kudurru, Warwickshire MuseumThe Warwick Kudurru, Warwickshire Museum. Landaankoop-kudurru met een secundaire inscriptie van Marduk-šāpik-zēri, in de Yale Babylonian CollectionYBC 2154 kudurru. Tot deze tijd wordt ook gerekend de ongedateerde Caillou Michaux (kudurru), in het Musée du Louvre. twee bouwinstripties vier dolken uit Lorestan, waarvan eenLuristan dagger ME 123060. "toebehorend aan Šamaš-killani, officier van de koning," een Sumerische inscriptie op een koperen cilinderCopper Cylinder BM 123124, 61 lines. een kledinginventaris (niet gepubliceerd)Economische tekst H.S. 157 gedateerd op zijn vijfde jaar met een lijst van kleren naar Nippur gebracht van Babylon door Napsamenni, ziener en hogepriester van Enlil.
Andere bronnen Hij restaureerde de Eganunmaḫ in Ur, klaarblijkelijk zonder het grondplan van de Kassitische koning Kurigalzu (of dit Kurigalzu I of II is onbekend) te wijzigen. Hij voegde een “keukencomplex” toe aan de noordwestelijke kant van de ziggurat. Er zijn drie deurlijsten met inschrift gevonden in het heiligdom. Mogelijk is hij weergegeven als de 3e koning in Profetie A,Obverse ii 2-8. als een koning wiens regering achttien jaar succesvol en vruchtbaar is, maar wiens bewind ten einde komt in een opstand. Volgens een later commentaar gaf een zekere Ea-mušallim hem een astrologische rapport (ittu ina šamȇ) aangaande de zonsverduistering van 1090.
Helaas mocht het zo niet wezen; hij schijnt zijn troon verloren te hebben en “verdween” (šadâ ēmid) na oproer dat veroorzaakt werd door Arameeërs die Mesopotamië onder druk van de honger binnendrongen. De Babyloniërs vervielen zelf zelfs tot kannibalisme, "[....zij] aten elkaars vlees..."Assyrian chronicle fragment 4, VAT 10453, 2f.
Categorie:Koning van Babylonië Categorie:Persoon in de 11e eeuw v.Chr.