Het Noordelijk kampioenschap hockey heren is de voormalige hoogste hockeycompetitie voor heren in het noorden van Nederland waaraan werd deelgenomen door verenigingen uit Drenthe, Friesland en Groningen.

Historie In 1927/1928 werd voor de eerste maal een noordelijk kampioenschap georganiseerd door de verenigingen onderling. Het betrof hier een gemengde competitie voor heren en dames. De winnaar hiervan werd LHC uit Leeuwarden. In 1928/1929 werd onder auspiciën van de pas opgerichte Noordelijke Hockey Bond voor het eerst een noordelijk kampioenschap voor heren georganiseerd. In de zomer van 1932 stapten de meeste noordelijke verenigingen over naar de landelijke bond NHB. De Noordelijke Hockey Bond organiseerde in 1932/1933 nog wel haar eigen competitie maar nu de sterkste verenigingen in de competitie van de landelijke bond speelden telt deze niet mee als noordelijk kampioenschap.

Tot en met 1931/1932 werd het noordelijke kampioenschap afgewerkt in een Friese en een Groningse afdeling waarvan de kampioenen tegen elkaar speelden om de noordelijke titel. Vanaf 1932/1933 was er een ongedeelde noordelijke hoogste afdeling, in dit eerste seizoen eenvoudigweg noordelijke afdeling geheten. Vanaf 1933/1934 was de benaming noordelijke promotieafdeling en vanaf 1937/1938 werd het de noordelijke promotieklasse. In de oorlogsjaren werd de promotieklasse weer in twee groepen gesplitst in verband met vervoersproblemen. In 1946 kreeg het noorden een eerste klasse en mocht de kampioen van het noorden meedoen aan de strijd om het landskampioenschap. Het is geen enkele noordelijke vereniging ooit gelukt landskampioen te worden.

In 1973 betekende de invoering van de hoofdklasse in Nederland het einde van de strijd om de noordelijke titel.

Bijzonderheden DBS en HMC zijn er als enige verenigingen in geslaagd vijf keer op rij noordelijk kampioen te worden.

Tot en met 1946 was de promotieklasse de hoogste competitie in het noorden. Het noordelijk kampioenschap gaf dan ook geen recht op deelname aan de kampioenscompetitie waarin de regionale kampioenen om het nationale kampioenschap streden. Aan het eind van het seizoen 1945/46 promoveerden alle noordelijke promotieklassers naar de nieuw gevormde eerste klasse. Na het westen (1897), het oosten (1926) en het zuiden (1934) had nu ook het noorden zijn eerste klasse. Vanaf het seizoen 1946/1947 mocht de kampioen van het noorden dan ook deelnemen aan de kampioenscompetitie om de landstitel.

Noordelijke kampioenen hockey heren Seizoen Winnaar 1928/1929 DBS 1929/1930 DBS 1930/1931 DBS 1931/1932 DBS 1932/1933 DBS 1933/1934 GHC 1934/1935 HCW 1935/1936 DBS 1936/1937 Groningen 1937/1938 Groningen 1938/1939 Groningen 1939/1940 Groningen 1940/1941 HVA 1941/1942 - 1942/1943 - 1943/1944 LHC 1944/1945 geen competitie 1945/1946 Groningen 1946/1947 competitie gestaakt 1947/1948 Groningen 1948/1949 LHC 1949/1950 Groningen 1950/1951 Groningen Seizoen Winnaar 1951/1952 Groningen 1952/1953 Meppel 1953/1954 Meppel 1954/1955 Groningen 1955/1956 Meppel 1956/1957 Meppel 1957/1958 GSHC 1958/1959 GSHC 1959/1960 LHC 1960/1961 LHC 1961/1962 LHC 1962/1963 competitie gestaakt 1963/1964 HMC 1964/1965 HMC 1965/1966 HMC 1966/1967 HMC 1967/1968 HMC 1968/1969 Groningen 1969/1970 HMC 1970/1971 Gron.Studs 1971/1972 Gron.Studs 1972/1973 Gron.Studs

Aantal titels per club Club Titels Groningen 11 DBS 6 HMC 6 LHC 5 Gron.studs /GSHC 5 Meppel 4 GHC 1 HCW 1 HVA 1

Categorie:Nederlandse hockeycompetitie