Stitswerd (Gronings: Stivverd) is een dorp in de gemeente Het Hogeland, in de Nederlandse provincie Groningen. Het aantal inwoners van het dorp per 1 januari 2023 is onbekend, omdat het CBS de BAG-woonplaats "Stitswerd", niet als zodanig afgebakende wijk/buurt heeft ingedeeld. Voor het CBS maakt Stitswerd onderdeel uit van de veel grotere buurt "Buitengebied Kantens". Er staan ongeveer 30 huizen in het dorp. In het postcodegebied van Stitswerd wonen ongeveer 120 mensen.
Het kleine dorp heeft door de eeuwen heen door zijn beperkte omvang en kleinschalige uitstraling steeds tot de verbeelding gesproken. Zo schreef de rondreizende Wehester onderwijzer Jan Gerrit Rijkens: "Waarlijk, Stitswerd heeft veel van een zoogenaamden Engelschen tuin; de nederige huisjes zijn als ware het zoo los weg uit de hand, in verschillende partijen rond gezet." Van der Aa beschreef Stitswerd als "een klein, maar oud dorp, welks huizen zeer verward dooreen staan, om een bochtige kleiweg, de Knolweg genaamd". Volgens de Rottumer onderwijzer Jacob Tilbusscher werd het dorp vroeger in de volksmond ook wel Leuje Brussel ('Klein-Brussel') genoemd vanwege de geringe omvang van het dorp. De naam suggereert dat men hiermee tevens de liberale inslag van de leidende boerenfamilies kritiseerde. In 1973 schaarde burgemeester Cor Bernard (van Kantens en Usquert) Stitswerd met Rottum en Eppenhuizen onder de 'kabouterdorpen'. Buursma ten slotte noemt het een dorpje met een 'pittoresk karakter' vanwege het ensemble met veel woningen uit de 19e eeuw. Het dorp werd onder andere geschilderd door Johan Dijkstra van de Groninger kunstkring De Ploeg.
Een oude schimpnaam voor de inwoners van het dorp is Brageltrappers, waarbij bragelen slaat op 'lopen in natte klei'. De omgeving van Stitswerd bestaat namelijk uit klei die met name in de winter erg nat kan zijn.
Geografie Omgeving Stitswerd ligt tussen de dorpen Onderdendam, Middelstum, Toornwerd, Kantens en Rottum. Aan westzijde wordt het door de Delthe (nu het Usquerdermaar) gescheiden van het grondgebied van Warffum. De bodem rond Stitswerd bestaat uit vruchtbare klei met daaronder een ijzeroer houdende laag (ter plaatse rodoorn genoemd). Vroeger werd in de omgeving van Stitswerd knikklei gewonnen voor de tichelwerken en steenfabrieken in de omtrek.
Stitswerd vormde vroeger een van de vijftien kerspelen van het onderkwartier Oosterambt (later Oosterambtsteradeel) van de landstreek Hunsingo. Het viel onder de rechtstoel Kantens in Hunsingo, samen met Eppenhuizen, Startenhuizen en Eelswerd. Deze rechtstoel was in handen van de heren van de Klinkenborg in Kantens. Begin negentiende eeuw werd het dorp onderdeel van de gemeente Kantens, die in 1990 opging in de gemeente Hefshuizen (vanaf 1992 Eemsmond geheten). Eemsmond ging per 1 januari 2019 op in de gemeente Het Hogeland. Waterstaatkundig vormde de Stitswerder eed eveneens onderdeel van het Oosterambt, dat onder het waterschap Winsumer- en Schaphalsterzijlvest viel.
Het dorp wordt omsloten door de Polder Kooi of Kikkerpolder in het noordoosten, de Stitswerderwoldpolder in het noordwesten, de Polder Menkeweer in het zuidwesten en de Polder Anderwereld in het zuidoosten. Omstreeks 2000 was er sprake van een plan voor een waterberging ter grootte van 550 hectare tussen Kantens, Middelstum, Onderdendam en Stitswerd onder de naam polder de Delthe. Na hevige protesten werd dit voornemen uiteindelijk afgeblazen.
Dorp De huizen van Stitswerd liggen op en rond een wierde, die uitsteekt tot 2,8 meter boven NAP. Dit is steeds goed te zien als men naar het dorp reist via de toegangswegen die slingeren door het marenlandschap. Dat het nog zo zichtbaar is komt vooral doordat er weinig buiten de wierde is gebouwd. Het dorp telt vier straten, waarvan de Stiel ("steil") de centrale straat op de wierde is. De Stiel en de Stitswerderweg vormen oude radiaalwegen. Centraal in het dorp aan de Stiel staat de voormalige pastorie, die tegenwoordig dienstdoet als dorpshuis. Aan noordzijde van de Stiel staat de dorpskerk, die aan de rand van een afgegraven stuk van de wierde staat. Aan zuidzijde staan aan de Akkemaweg de vroegere kosterij en lagere school. De Akkemaweg en de Havenweg vormden vroeger onderdeel van de nu niet meer bestaande ossengang. Aan noord-, oost- en zuidzijde van het dorp bevinden zich drie boerderijen, waarvan de noordelijke en zuidelijke nog een agrarische bestemming hebben. De meeste huizen in het dorp dateren van vóór 1900 en zijn eenvoudig van aard. In de jaren 1990 is de inrichting van de wegen en straatverlichting aangepast om het karakteristieke 19e-eeuwse geheel van het dorp te benadrukken. Het dorp is met de Delthe verbonden door de Stitswerdermaar die aan de Havenweg in het noordwesten van het dorp uitloopt op een haventje, dat tegenwoordig alleen geschikt is voor kano's.
Het dorp telt geen voorzieningen zoals winkels en scholen, waarvoor de bewoners zijn aangewezen op nabijgelegen plaatsen als Kantens en Usquert. Vroeger had het dorp een klein bibliotheekje in het dorpshuis, maar sinds 1983 wordt het dorp eens per week aangedaan door een bibliobus. Het dorp heeft geen aansluiting op het openbaar vervoer, zodat de inwoners zijn aangewezen op de buslijn die een paar kilometer zuidelijker loopt langs de provinciale weg tussen Onderdendam en Middelstum. De dichtstbijzijnde treinhaltes zijn station Usquert (7 km) en station Bedum (8 km).
Geschiedenis Naam De eerste vermelding van Stitswerd is in de negende eeuw (in een kopie uit de jaren 1150), toen de plaats Stukisweret werd genoemd. In de tiende of elfde eeuw wordt de plaats Stucciasuurð genoemd, in de 11e eeuw ook Stikkesuurð. en in 1234 noemt Emo van Bloemhof het zijn kroniek Stetheswerd. In 1378 wordt de plaats voor het eerst Stitswerd genoemd, in 1383 Steysward. Van Berkel en Samplonius (2007) denken dat de 'k' in Stukisweret werd gepalataliseerd tot 'ts', wat zij een Fries relict noemen. Zij verklaren de naam vanuit het Oudfriese uurð ('wierde', 'bewoonde hoogte') en de mansnaam Stukki.Berkel, G. van & K. Samplonius (2007), Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 4e dr. pp. 428-429. Verouderde verklaringen zijn dat stuccias zou verwijzen naar 'stukkies' of de wierde van de 'stuks' (Wobbe de VriesVries, W. de & G.S. Overdiep (1946), Groninger plaatsnamen. p. 223.), de wierde van het 'sticht' (klooster) van Rottum (Ter Laan), of dat Stetisvurt 'woonstede op een wierde' zou betekenen (HoltmanHoltman (2002), p. 257.). De rechtshistoricus Karl von Richthofen verwarde de plaats met Stocksterhorn en gaf het Proostmeer de naam van Stukwarder meer.Von Richthofen, Untersuchungen, dl. 2.1, p. 874.
Archeologie Stitwerd is rond het begin van de jaartelling ontstaan in een laagvlakte binnen de boogvormige kwelderwal die vanuit Adorp eerst naar het noorden loopt via Warffum en Usquert en vervolgens naar beneden afbuigt via Rottum, Kantens en Middelstum. Mogelijk is Stitswerd een dochternederzetting van een van deze dorpen. De laagvlakte overstroomde regelmatig, met name in de winter, waardoor de bewoning zich concentreerde op wierden als Stitswerd en andere omringende wierden als Barghuis, Eelswerd, De Knol, Kokshuis en Zuidwende. De landerijen werden min of meer radiair verkaveld vanuit de wierde van Stitswerd, hetgeen nu nog op verschillende plekken zichtbaar is aan de ongelijkmatige naar buiten lopende scheidingssloten.
Bij opgravingen in de jaren 1990 zijn verschillende bewoningslagen in de wierde gevonden. De onderste lagen van de wierde van Stitswerd dateren uit de 1e tot 4e eeuw. Uit deze tijd zijn Romeinse munten, scherven aardewerk en smeldhaardjes voor bronsbereiding gevonden. De eerste eeuwen moeten voor het dorp betrekkelijk welvarend zijn geweest, maar dit veranderde na de stijging van de zeespiegel in de vroege middeleeuwen, toen brak water werd afgezet op de lage landerijen rondom en deze bedekt raakten met riet, biezen en broekbossen met wilgen. Vermoedelijk vormde de Delthe ten westen van Stitswerd een grote barrière, want er zijn nooit wegen die kant op aangelegd. Dit gebied wordt ook wel Stitswerderwold genoemd, waarbij -wolde wijst op de vroegere aanwezigheid van vochtige, dichtbegroeide of venige kleigronden. Vermoedelijk werd de wierde daarom rond de vierde eeuw verlaten, want uit de eeuwen erna zijn geen vondsten gedaan."Stitswerd: Centrum", Archeologische MonumentenKaart nrs. 5260 en 6888, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In deze eerste eeuwen zal de diameter van de wierde mogelijk ongeveer 40 meter kleiner zijn geweest. De wierde werd in de loop der tijd opgehoogd met zoden.
In de achtste of negende eeuw, in de Karolingische periode, werd de wierde waarschijnlijk weer bevolkt en ditmaal definitief. Uit de negende of tiende eeuw dateren een spinsteentje en scherven van grof Karolingisch vaatwerk. Bij de Stiel werden de resten van een verbrand huis blootgelegd, wat volgens amateurhistoricus Menko Holtman mogelijk een driebeukige hallenhuisboerderij zou kunnen zijn geweest. Hij veronderstelt dat het pad dat in de ondergrond van de Stiel gevonden werd mogelijk al vóór de twaalfde eeuw werd aangelegd. Er zullen in die tijd mogelijk een tiental boerderijen rond de wierde hebben gestaan, waarvan de landerijen straalsgewijs achter de boerderijen lagen. Uit de opgravingen wordt ook afgeleid dat de ophoging van de wierde waarschijnlijk rond de twaalfde eeuw is gestopt, nadat men dijken was gaan aanleggen.Uit latere perioden zijn verder nog gevonden: een groot aantal munten (12e–14e eeuw) een standring van een jacobakan (15e eeuw) een gordelbeslag (ca. 1600)
Middeleeuwen Opvallend is de omvang van het kloosterbezit in de omgeving van Stitswerd. Het dorp wordt vanaf de negende eeuw genoemd in de goederenregisters van de Abdij van Werden. Ook bezat het klooster Überwasser te Münster hier tienden. Dat is een teken dat zich in deze omgeving koningsgoed bevond, wellicht verbonden met het hof in Baflo, en dat de hoogste gezagdragers betrokken zijn geweest bij de ontginning van het laagland achter de kwelderwal. Ook het latere voorwerk Barghuis bij Onderdendam wordt al rond het jaar 1000 genoemd. Vanaf de twaalfde eeuw (maar mogelijk al veel eerder) werden de woeste gronden aan westzijde van Stitswerd opnieuw in cultuur gebracht. Deze gronden kunnen herkend worden aan de regelmatige verkavelingsblokken..De topnomiemen Zuidwende, Stitswerderwold en Rodewolt wijzen eveneens op grootschalige ontginningen. De landerijen van Werden kwamen in 1284 met het voorwerk Zuidwende in handen van de Johannietercommanderij Warffumklooster.
In de dertiende eeuw kreeg Stitswerd een stenen kerk, gewijd aan Sint Joris, en ging het een eigen kerspel vormen. Het was waarschijnlijk een dochterparochie van Kantens en/of Eelswerd (Rottum).Teun Juk vermoedt dat de kerken van Kantens, Stitswerd en Zandeweer vanuit Eelswerd zijn gesticht, maar acht het ook mogelijk dat Stitswerd een deel van de parochie Kantens heeft opgenomen. Teun Juk, 'De verdwenen dorpskerk van Eelswerd'. In: G. de Vries, J.G. Klugkist & C.G. Reinders (red.), (Tweede) Boerderijenboek Middelstum-Kantens., 2010, p. 71-82. Volgens Holtman is de kerk van Stitswerd vanuit Kantens gesticht (Holtman, 2002, p. 198).
De kroniek van Bloemhof schrijft dat in 1234 een kluizenaar in Stitswerd woonde die ageerde tegen twee predikheren (dominicanen) die opriepen tot een kruistocht tegen de Stedingers. Deze bedelmonniken hadden al eerder de bevolking van Appingedam tegen zich in het harnas gejaagd. De predikheren namen wraak door hem aan te klagen bij de stad Groningen. Hij werd gevangengenomen en gaf toe zich schuldig te hebben gemaakt aan allerlei heidense gebruiken. Hij belandde bijna op de brandstapel, maar werd uiteindelijk veroordeeld tot levenslange opsluiting in een donker hol onder de grond in het klooster Juliana, waar hij eerder monnik was geweest.