thumb|Kaart van de oude en nieuwe uitslag van Putten (Jan Jansz Potter, 1580) Jan Jansz. Potter (153? - Delft, circa 1590) was landmeter en notaris verbonden aan het Hoogheemraadschap van Delfland, maar ook werkzaam voor Rijnland, Schieland, het Baljuwschap Land van Putten en de heerlijkheid Beijerland in de periode van 1560 tot 1590.
Levensloop Jan Potter werd geboren in Delft en studeerde aan de Universiteit van Leuven. Hij trouwde met Aefken van Dijck uit Schipluiden, dochter van Anthonis Dirx van Dijck, een van de grootste grondbezitters in Delfland. Potter woonde, evenals zijn ouders, aan de Markt in Delft, wat wijst op een welgestelde afkomst. Naast het ouderlijk huis bezat hij nog twee woningen in de stad. Hij was poorter van Delft. In 1560 vervaardigde hij een wapenboek,Een wapenboek uit 1560 van Jan Jansz. Potter, notaris en landmeter te Delft, Ned. Leeuw 126 (2009) 23-27. Geraadpleegd op 18 juni 2024 waarin onder meer het wapen van het geslacht Potter van der Loo is opgenomen: drie zwarte potten op een gouden achtergrond.
Potter werd beëdigd als landmeter van het hoogheemraadschap van Schieland. Zijn oudste bekende kaart draagt de datum 28 april 1561, en betreft het adellijke Huis ten Dorp met bijbehorende landerijen tussen Schipluiden en Maasland, hoewel zijn officiële beëdiging als landmeter van Delfland pas op 17 december 1562 plaatsvond. Mogelijk betreft de datum alleen de opmeting en is de kaart later getekend.
In 1564 werd hij vermeld als beëdigd landmeter van Rijnland. Later noemde hij zich ook beëdigd landmeter van het land van Putten en een enkele maal van de heerlijkheid van Beijerland. Hij kreeg opdrachten van Filips II, Willem van Oranje, de Staten van Holland en anderen.
Circa 1570 kreeg hij van de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht de opdracht om het bezit van de orde in Maasland op te meten.
In 1571–1572 bracht hij de bezittingen van het Rotterdamse Heilige Geest-Huis in kaart. Het betrof een omvangrijk grondbezit dat gedurende meer dan een eeuw was opgebouwd door schenkingen van welgestelde inwoners van Rotterdam. Het ging om bezittingen in Kralingen, Capelle aan den IJssel, Bergschenhoek, Nieuwerkerk aan den IJssel, Ouderkerk aan den IJssel, IJsselmonde, Barendrecht, Oude Tonge, Nieuwe Tonge en Gorinchem. Het Lantcaertboek behoort tot de topstukken in de collectie van het Stadsarchief Rotterdam.
In 1572 kreeg hij van het Sint-Jacobsgasthuis te Schiedam de opdracht het grondbezit in kaart te brengen, bestaande uit percelen in onder meer Mathenesse, Schoonderloo, Kethel, Overschie, Spaland, Vlaardingen, Vlaardingerbroek, Vlaardingerambacht, Maasland en Zouteveen. Het folioformaat kaartboek berust in het Gemeentearchief Schiedam.
Er zijn in totaal 65 kaarten, waarvan de meeste op perkament, en 6 kaartboeken bewaard gebleven.
Wanneer Potter stierf is niet precies bekend, maar de laatste kaart van hem is van 1590. In hetzelfde jaar werd Pieter Jansz. Verhouck als nieuwe landmeter van Delfland aangesteld, en in 1591 werd een nieuwe notaris in Delft aangesteld. Men neemt aan dat zijn overlijden de reden was voor beide aanstellingen.
Externe links Enkele kaarten van Jan Jansz. Potter in het Nationaal Archief
Categorie:Nederlands notaris Categorie:Tekenaar Categorie:Nederlands cartograaf Categorie:Nederlands geograaf Categorie:Waterschap in Zuid-Holland