De geschiedenis van de Verenigde Staten (1849-1865) wordt gedomineerd door de slavenkwestie. Een lange reeks compromissen tussen het noorden en de slavenhoudende zuidelijke staten loopt uiteindelijk toch op oorlog uit. Deze Amerikaanse Burgeroorlog zou de bloedigste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis worden.

Antebellumperiode thumb|Kaart van de Verenigde Staten met de Geconfedereerde Staten in rood, de Uniestaten in blauw en slavenstaten die de Unie trouw bleven in lichtblauw

In de jaren na de oorlog met Mexico breidde de bevolking van de VS zich langzaam maar zeker uit naar het westen. De Gadsdenaankoop stelde de grens met Mexico vast en verdragen met Groot-Brittannië legden de grens met de Britse koloniën in het latere Canada vast. De Verenigde Staten waren nu een continentale macht die steeds meer mensen van overzee aantrok die op zoek waren naar een beter leven.

Ontwikkeling van het westen Het westen van de Verenigde Staten was in de jaren vóór de Burgeroorlog nog in een vroeg stadium van ontwikkeling. De Oregon Trail, waar later duizenden pioniers gebruik van zouden maken, werd voor het eerst bereisd. De goudkoorts in Californië trok vele gelukzoekers naar San Francisco waar zij bekend zouden worden als de 49ers naar het jaar van de goudvondst, 1849. Tien jaar later werd een van de rijkste zilveraders ontdekt in Nevada, de zogenaamde Comstock Lode.

De inflatie die het gevolg was van de aanvoer van grote hoeveelheden goud en zilver vanuit de westelijke staten en territoria was mede debet aan de Paniek van 1857, een plotselinge economische neergang waarbij zo'n 5000 bedrijven in één jaar failliet gingen.

thumb|Behandeling van een slaaf door zijn opzichter. Foto uit 1863.

Slavernij In de periode tussen het einde van de oorlog met Mexico en het begin van de jaren 1860 heerste er groeiende onenigheid tussen het in snel tempo industrialiserende noorden en het meer agrarische zuiden. De economie van het zuiden was gebaseerd op de mankracht van de zwarte slaaf, die van het noorden op de arbeider. Een reeks van compromissen die in het Compromis van 1850 hun sluitstuk kregen, wendden een uit de hand lopend conflict af. Met de dood van nationale leiders als Henry Clay en Daniel Webster in 1852 verloor het land belangrijke stabiliserende figuren. De verkiezingen van presidenten als Franklin Pierce in 1852 en James Buchanan in 1856 deden weinig om de eenheid tussen "Noord" en "Zuid" te bewaren.

Antislavernijbeweging In de Amerikaanse Senaat was er een delicaat evenwicht tussen de slavenhoudende staten en de "vrije" staten. Naarmate meer territoria in het westen gekoloniseerd werden, dreigde dit evenwicht verstoord te raken. Zo wilden noordelijke boeren die zich op de prairies en in de voormalige Mexicaanse gebieden vestigden, geen competitie van slavenarbeid. Verder was er ook veel morele weerstand tegen slavernij, ook wel de peculiar institution genoemd. Velen vonden het een schandvlek voor de verlichte Amerikaanse idealen van vrijheid en gelijkheid.

thumb|175px|left|Frederick Douglas

Een groeiende beweging van abolitionisten voerde strijd tegen de slavernij, ook in de staten bezuiden de Mason-Dixonlijn. Er bestonden clandestiene organisaties (de ondergrondse spoorweg) die zwarte slaven hielpen ontsnappen naar het noorden en naar Canada. Bekend was bijvoorbeeld John Brown, een radicale abolitionist die in 1859 een groep mannen leidde in een aanval op een federale wapenopslagplaats in Harper's Ferry, Virginia met als doel een gewapende slavenopstand te beginnen. Ook waren er vele gematigde activisten zoals Frederick Douglass die zowel vóór als na de Burgeroorlog streed om gelijke burgerrechten voor iedereen en een belangrijke rol speelde bij de afschaffing van de slavernij.

Slavernij in de territoria thumb|Plantagehuis in Louisiana

Territoria waren in principe vrij van slavernij door de wetgeving naar aanleiding van het Compromise of 1850. In 1854 werd door het Amerikaanse Congres echter de Kansas-Nebraska Act aangenomen die het territorium van die naam opsplitste in wat later de staten Kansas en Nebraska zouden worden met de stipulatie dat de bewoners van de twee territoria zelf mochten bepalen wat de status van de slavernij zou zijn. Dit resulteerde in bloedige gevechten in vooral Kansas (Bleedin' Kansas) en een toestroom van zowel pro- als antislavernijactivisten in beide gebieden. Uiteindelijk zouden in Kansas twee constitutionele vergaderingen een grondwet, door het volk goedgekeurd, indienen aan het Congres met het verzoek om toelating tot de Unie, één door de proslavernijfracties en één door hun tegenstanders.

De Senaat keurde aanvankelijk de proslavernijgrondwet van Kansas goed maar het Huis van Afgevaardigden weigerde Kansas als slavenstaat toe te laten. Uiteindelijk werd Kansas in 1861 dan toch als vrije staat toegelaten tot de Unie. De Democratische Partij was echter diep verdeeld over de slavenkwestie en de strijd om Kansas gaf de aanstoot tot de vorming van de Republikeinse Partij.

Andere tegenstellingen Naast de slavernijkwestie stonden de noordelijke en zuidelijke staten ook in andere aangelegenheden tegenover elkaar. De katoenproducenten in het zuiden hadden belang bij internationale vrijhandel, terwijl het industriële noorden protectionisme voorstond. Ook de spanning tussen de federale regering en de juridische aanspraken van de afzonderlijke staten speelden mee. Deze laatste tegenstelling bestond al langer in de vorm van twee partijen: de Federalisten (Hamilton) wilden een sterk centraal gezag, terwijl de Republikeinen (Jefferson) de macht van de afzonderlijke staten verdedigden. De Republikeinen hadden zich rond 1825 gesplitst in nationale Republikeinen en democratische Republikeinen; deze laatsten noemden zich sedert het presidentschap van Jackson de Democraten. Uit de Federalisten met de meeste aanhang in het noorden, ontstond in 1856 de Republikeinse Partij, niet te verwarren met de eerder genoemde Republikeinen.Theo Luykx, "Geschiedenis van de internationale betrekkingen," Elsevier 1971.

Aanloop naar oorlog thumb|Abraham Lincoln, winnaar presidentsverkiezingen van 1860 De Republikeinse Partij, die zich tegen de slavernij keerde, werd kort voor de verkiezingen van 1856 opgericht. De eerste presidentskandidaat voor de partij, John C. Frémont, verloor van de Democratische kandidaat James Buchanan. Buchanan echter, hoewel hij persoonlijk de slavernij afkeurde, was van mening dat het niet in zijn macht lag om iets aan de praktijk te doen aangezien het in de grondwet vastgelegd was. Zijn zwakke beleid zou mede de aanzet tot oorlog bespoedigen.

Dred Scott links|miniatuur|247x247px|Dredd Scott In 1857 kwam de slavernijkwestie tot een nieuw keerpunt. De slaaf Dred Scott uit de staat Missouri spande een rechtszaak aan omdat hij vond dat hij na de dood van zijn eigenaar, die met Scott langdurig in het vrije noorden verbleef, een vrij man was. Scott kreeg aanvankelijk gelijk maar in hoger beroep werd tegen hem beslist en uiteindelijk diende de zaak voor het Amerikaans Hooggerechtshof in Washington DC. Dat hof bepaalde dat Scott geen vrij man was maar dat hij nog steeds het eigendom was van de nazaten van zijn overleden eigenaar. Voorts bepaalde het hof dat het verbod op slavernij in de territoria ongrondwettelijk was.

Hoewel sommigen meenden dat hiermee de slavernijkwestie voorlopig op een laag pitje zou komen te staan, had de uitspraak van het hof in de Dredd Scott zaak het tegenovergestelde effect. In het noorden was er fel verzet tegen de uitspraak en de Republikeinse Partij steeg in populariteit.

Politieke opkomst van Lincoln De verkiezingen voor de Senaat in 1858 stonden voornamelijk in het teken van de race in Illinois waar Stephen A. Douglas het opnam tegen de vrij onbekende Republikein Abraham Lincoln. Hoewel senatoren nog niet rechtstreeks door het volk maar door de volksvertegenwoordiging van de staten werden gekozen, voerden beiden campagne in de staat met als hoogtepunt een reeks van 7 debatten. Douglas was voorstander van de situatie rondom de slavernij zoals die er was, terwijl Lincoln resoluut tegen de slavernij was.

Douglas zou de verkiezingen winnen maar beide politici kregen landelijk bekendheid door de debatten die algemeen werden geprezen voor hun inhoudelijkheid. Lincoln werd populair onder Republikeinse kiezers en de ervaring die hij in de senaatsrace opdeed zou hem 2 jaar later van pas komen bij de presidentsverkiezingen van 1860.

Verkiezingen van 1860 De Democratische Partij had zowel aanhang in het noorden als het zuiden van de Verenigde Staten maar beide kampen binnen de partij zouden meer en meer uit elkaar drijven. De hopeloos verdeelde Democratische Partij schoof bij de verkiezingen van 1860 daarom ook meerdere kandidaten naar voren. Stephen Douglas, de senator die Lincoln had verslagen in 1858, was kandidaat voor de noordelijke Democraten terwijl de zuidelijke vleugel van de partij John Breckinridge nomineerde. In enkele staten aan de grens tussen Noord en Zuid was er een derde partij, de Constitutional Union Party die John Bell als kandidaat nomineerde. De Republikeinen nomineerden zoals verwacht Abraham Lincoln en de meeste kandidaten voerden regionale campagnes.

In de zuidelijke staten, met als voortrekker South Carolina, werd al tijdens de campagne openlijk gesproken over afscheiding indien Lincoln zou worden gekozen. Nadat de Democratische versnippering en een groeiende oppositie tegen de slavernij in het noorden de Republikeinen van de verkiezingswinst hadden verzekerd, riep South Carolina een conventie bijeen die op 20 december 1860 verklaarde dat de unie die tussen South Carolina en de andere staten onder de naam "de Verenigde Staten van Amerika" bestaat thans is verbroken. Voor de inauguratie van Lincoln in maart 1861 zouden nog 6 andere staten zich afscheiden van de Unie, te weten: Mississippi Florida Alabama Georgia Louisiana Texas.

Beschieting van Fort Sumter Na de inauguratie van president Abraham Lincoln liepen de spanningen verder op. De afgescheiden staten vormden in Montgomery (Alabama) de Geconfedereerde Staten van Amerika, gebaseerd op een grondwet die sterk leek op die van de Verenigde Staten maar met meer nadruk op de rechten van de individuele staten. Jefferson Davis werd als president gekozen.

Op verscheidene plaatsen namen de zuidelijke staten wapenopslagplaatsen en forten van de federale overheid over, vaak zonder al te veel tegenstand. Een fort in de haven van Charleston, South Carolina, Fort Sumter, bleef echter in federale handen ondanks pogingen van de Geconfedereerden om het te bezetten. Aan eisen van de staat aan de overheid in Washington om het fort op te geven werd geen gehoor gegeven.

Lincoln gaf bevel om het fort te bevoorraden en hij lichtte South Carolina hierover in om een gewapend treffen te voorkomen. South Carolina eiste echter opnieuw de overgave van het fort. De commandant van Fort Sumter, Robert Anderson, bleef standhouden en weigerde waarna, op 12 april 1861 een kustbatterij het vuur opende op het fort. Hoewel er tijdens het treffen geen gewonden vielen, was de Burgeroorlog officieel begonnen. Na een korte barrage gaf Anderson zich over aan P.G.T. Beauregard, bevelhebber van de zuidelijke troepen in Charleston.

Broeder tegen Broeder thumb|left|Generaal Ulysses S. Grant [Zie ook hoofdartikel Amerikaanse Burgeroorlog]

Na de slag om Fort Sumter deed Lincoln een oproep om vrijwilligers te werven voor het leger en riep hij alle staten op om te helpen de rebellie in het zuiden te onderdrukken. Hierdoor scheidden nog eens vier staten, Virginia, Arkansas, North Carolina en Tennessee zich af van de unie.