thumb|Lezing van theoloog Ruard Ganzevoort uit 2016 Waarom hebben gelovigen vaak een probleem met homoseksualiteit? De verhouding tussen christendom en homoseksualiteit wordt op verschillende wijze gestalte gegeven. Bijbelteksten en standpunten van de katholieke en protestantse geloofsrichtingen bieden een waaier van mogelijke houdingen. Veel traditionele christenen zien homoseksualiteit, als belevening van seksuele gerichtheid, niet als evenwaardig ten opzichte van heteroseksualiteit. Tegelijk zijn er ook veel christenen die homoseksuele relaties als volledig gelijkwaardig beschouwen aan heteroseksuele relaties.

Alice von Hildebrand, een conservatieve katholieke theologe en filosofe zei dat homoseksualiteit "een ernstige belediging voor God vormt en grote morele schade toebrengt aan de personen die zich eraan schuldig maken", en betoogde dat mensen met "homoseksuele neigingen" celibaat zouden moeten beoefenen.https://www.alicevonhildebrand.org/what-is-true-compassion

Bijbelteksten Christenen en joden die homoseksualiteit afwijzen, doen dit vaak vanuit een Bijbelse interpretatie dat God de mens als man en vrouw heeft geschapen en dat alleen deze beide binnen het huwelijk seksuele gemeenschap met elkaar mogen hebben ("tot één vlees worden"/"één lichaam zijn"), bijvoorbeeld Genesis 2:24, Matteüs 19:(4-)6 of Efeziërs 5:31. In de Bijbel staan enkele passages die homoseksueel gedrag uitdrukkelijk verbieden of hekelen. Over de interpretatie van deze teksten en hun toepasbaarheid voor de moderne mens bestaat veel onenigheid. De voornaamste discussiepunten zijn: Wat staat er precies in de bewuste Bijbelteksten? (vertaling) Wat wordt er met deze bewuste Bijbelteksten bedoeld? (exegese) Wat betekenen deze bijbelteksten voor vandaag? (hermeneutiek) Hoe verhouden verschillende Bijbelteksten zich tot de elkaar?

Genesis 18 en 19 In Genesis 19Genesis 18 & 19 NBV staat beschreven hoe de mannen uit de stad Sodom de twee gasten van Lot wilden verkrachten. Volgens sommige theorieën zou de ondergang van de Oudtestamentische steden Sodom en Gomorra uit de tijd van aartsvader Abraham mede te wijten zijn geweest aan homoseksuele activiteiten ('sodomie') van de stedelingen aldaar. Volgens andere theorieën was de voorgenomen 'sodomie' een plan tot groepsverkrachting en bestond het echte kwaad van Sodom in de grove schending van het gastrecht.Overzicht van de verschillende standpunten van theologen en andere wetenschappers in J.A. Loader, A Tale of Two Cities. Sodom and Gomorrah in the Old Testament, early Jewish and early Christian Traditions. Contributions to Biblical Exegesis & Theology 1, red. Tj. Baarda & A.S. van der Woude. Kampen, J.H. Kok, 1990 Deze bijbeltekst speelt vandaag de dag nauwelijks nog een rol in de discussie, ook niet bij orthodoxe protestanten.Zie bijvoorbeeld het studierapport van de Christelijke Gereformeerde Kerken, waar men stelt: Deze [tekst] is niet toepasbaar op broeders en zusters die rekening willen houden met de wil van God. (https://cgk.nl/project/rapporten/(pagina 33)) Zo acht ook hoogleraar in de christelijke ethiek Ad de Bruijne deze passage niet van toepassing in het gesprek over de Bijbel en homoseksualiteit.

Leviticus 18 en 20 In het bijbelboek Leviticus van de Hebreeuwse Bijbel wordt het mannen verboden met andere mannen "het bed te delen zoals met een vrouw". Er wordt de doodstraf op gesteld (over vrouwen wordt niet gesprokenDavid J. Bos, 'Likewise: Religions and Same-Sex Sexualities.' In: Hadas Izkovitch & Anya van Lit, I Believe I Am Gay. Amsterdam, Izkovitch & Van Lit 2015, pp. 83-89).

Wat precies verstaan moet worden onder "het bed delen zoals met een vrouw", laat de tekst in het midden. De tekst spreekt over seks tussen mannen in het algemeen, er wordt geen verschil gemaakt tussen 'actieve' of 'passieve' anale seks. Homoseksualiteit wordt in deze teksten even zwaar veroordeeld als verschillende algemene (heteroseksuele) zonden.

Sommige wetenschappers denken dat de tekst geen algemeen verbod op seks tussen mannen stelt, maar alleen tussen mannen die nauwe verwanten van elkaar zijn (een incestverbod dus). Dit baseren ze onder meer op het feit dat vrijwel alle andere wetten in hoofdstuk 18 en 20 over ongeloorloofde seks tussen familieleden gaat en vers 18:6 dat ook lijkt te benadrukken, dan wel het algemene doel van hoofdstuk 18 samen te vatten: 'Niemand zal naderen tot zijn naaste bloedverwant, om de schaamte te ontbloten' (NGB51); 'Niemand van jullie mag de eer van een naaste bloedverwant aantasten.' (NBV21). Bovendien gaan alle wetten over met welke specifieke vrouw een man geen seks mag hebben. Verzen 18:22 en 20:13 wijzen echter niet op een specifieke man, ze zeggen slechts 'niet met een man'. Alleen de wetten omtrent bestialiteit (Leviticus 18:23 en 20:16) gebruiken het woord כֹּל kol ("enig(e)" of "eender welk(e)"), hetgeen leidt tot de vertalingen 'met geen enkel dier' (18:23 NGB51) en 'tot enig dier' (20:16 NGB51). Aangezien verzen 18:22 en 20:13 het woord כֹּל kol niet hanteren (wat de auteur had kunnen doen, maar blijkbaar niet heeft gedaan), zodat er niet zoiets staat als 'met geen enkele man', zou het volgens Bruce Wells (2020) kunnen betekenen dat seks tussen mannen niet categorisch is verboden, alleen tussen bepaalde mannen. Wellicht worden slechts mannelijke familieleden bedoeld, aangezien daar alle andere wetten van beide hoofdstukken over lijken te gaan (met uitzondering van die over dieren). David Tabb Stewart (2000) betoogde dat verzen 18:22 en 20:13 in feite samenvatten dat alle eerder vermelde wetten met betrekking tot vrouwelijke verwanten van de geadresseerde ook gelden voor zijn mannelijke verwanten: dat wat je met de genoemde vrouwelijke familieleden niet mag doen, mag je ook niet met de equivalente mannelijke familieleden doen.

Daarnaast zijn er wetenschappers die van mening zijn dat deze verboden uit Leviticus waarschijnlijk bedoeld zijn als verbod op homoseksuele tempelprostitutie. Andere wetenschappers (zoals Preston Sprinkle en Ad de Bruijne) gaan hier tegenin door te beweren dat er veel te weinig bewijzen zijn voor de aanwezigheid van homoseksuele tempelprostitutie in Israël en dit dus niet de context en bedoeling van deze verboden kan zijn. Of zoals Ad de Bruijne schreef: 'of tempelprostitutie bestaan heeft, bleek in vakkringen inmiddels breed betwijfeld te worden'.

Zowel Lev. 18:22 als Lev. 20:13 beweren dat homoseksuele handelingen gruwelijk zijn; Lev. 20:13 verbindt daar de doodstraf voor beide mannen aan als gevolg. Deze bevindt zich in een lange lijst van godslasterlijke en seksuele doodzonden, waaronder overspel, incest, seks tijdens de menstruatie, en bestialiteit.

Er bestaat het idee dat de geboden uit het Oude Testament geen gezag meer hebben voor christenen. Hierbij wordt er vaak gewezen op de wetten rond, bijvoorbeeld, de besnijdenis, die door de meeste christelijke tradities niet meer gevolgd worden. Daarentegen wordt er beargumenteerd dat er een onderscheid bestaat tussen ceremoniële en morele wetten, waarbij de eerstgenoemden enkel voor de Joden onder het Oud Verbond golden, terwijl de laatstgenoemden universeel en voor alle volkeren van kracht zijn, tot vandaag de dag.

Romeinen 1 In de brief aan de Romeinen wordt homoseksualiteit gehekeld, en wordt gezegd dat wie het doet "de dood verdient". Paulus schreef de brief toen keizer Nero aan de macht was en er in Rome al een grote christelijke gemeenschap leefde. In de eerste hoofdstukken van zijn brief betoogt Paulus dat de hele mensheid onder het juk van de zonde leeft, waaruit alleen het geloof de mens kan redden. De bewuste verzen maken deel uit van een opsomming van de dwaasheden van de heidenen.

Met andere woorden, homoseksuele handelingen vormen een straf van God voor de ongelovigheid van de heidenen. Dat God de ongelovige heidenen uitlevert aan onterende verlangens betekent dat Hij ze niet tegenhoudt om zich door hun driften te laten leiden (Romeinen 1:27A). Sommige theologen wijzen op het geduld van God, die mensen een kans geeft om zich vrijwillig ervan af te keren en het onderwijs van Jezus te gaan naleven. Alle zonde verdient de doodstraf en niet alleen seksuele zonden (Romeinen 1:32A). Later stelt Paulus dat niemand rechtvaardig en zonder zonde is (Rom. 3:23). Het navolgen van Christus is en blijft altijd een uitnodiging en mag nooit worden afgedwongen. Bovendien behoort elke volgeling van Christus nederig en zachtmoedig zoals Hij te zijn en dus niet bepaalde zonden breed uit te meten en eigen zonden te bagatelliseren.

Homoseksuele prostitutie In de nieuwtestamentische brieven 1 Korintiërs en 1 Timoteüs wordt specifiek de praktijk van homoseksuele prostitutie veroordeeld. Oudtestamentische verwijzingen in Deuteronomium en 1 Koningen zijn minder duidelijk, omdat die gaan over tempelprostitutie (een in veel "heidense" culturen voorkomend verschijnsel) waarbij het ook om vrouwelijke prostituees met (exclusief) mannelijke klanten kan gaan en ze de mogelijkheid open houden dat mannelijke tempelprostitués ook vrouwen als klanten hadden. Binnen de meeste kerken spelen de bijbelteksten over homoseksuele prostitutie echter geen rol in de discussie over homoseksualiteit.

Deuteronomium 23:18 Dit vers wordt zeer verschillend vertaald. Een vergelijking:

Meer letterlijke Bijbelvertalingen zoals de Herziene Statenvertaling (HST 2010) zeggen dat men "geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE" mag brengen. Het woord "hondengeld" (וּמְחִ֣יר כֶּ֗לֶב umehir keleb) kan dan, in verband met "hoerenloon", vanwege een culturele connotatie van homoseksualiteit met de hondjeshouding, worden opgevat als de betaling die een man doet die seks heeft met een mannelijke tempelprostitué, hetgeen JHWH "een gruwel" vindt. Vertalingen die beeldspraak pogen om te zetten naar begrijpelijkere taal zoals de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV 2004) en de Groot Nieuws Bijbel (GNB 1996) vertalen dit als dat Israëlieten geen "schandknaap" respectievelijk "(mannelijke) prostitué" mogen zijn bij een tempel. Volgens de NBV verwijst "hondengeld" duidelijk naar homoseksuele prostitutie door dit met het woord "schandknaap" te vertalen; de GNB houdt de mogelijkheid open dat deze tempelprostitués ook vrouwelijke klanten hebben. Wat echter duidelijk wordt in alle vertalingen is dat prostitutie onder zowel vrouwen als mannen wordt veroordeeld.

1 Koningen 15:11-12

In dit geval is het de koning van Juda die "Gods wil" uitvoerde en alle mannen uit zijn land verjoeg die deden aan tempelprostitutie. Het is echter niet geheel duidelijk of deze mannelijke tempelprostitués louter mannelijke klanten hadden. Wel is duidelijk dat specifiek mannelijke tempelprostitués worden geviseerd en vrouwelijke niet; kennelijk hadden ze een verschillende mate van acceptatie.

1 Korintiërs 6:9-10

Volgens sommige wetenschappers dreigde de apostel Paulus dat mannelijke prostitués (μαλακοὶ, "schandknapen") en hun klanten (ἀρσενοκοῖται, "knapenschenders") geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God omdat zij "onrecht doen", waarbij God zelf de straf lijkt te zullen uitvoeren op een zeker tijdstip in de toekomst. Deze uitleg rust op de vertaling van μαλακοὶ als "schandknapen" en ἀρσενοκοῖται als "knapenschenders". Hoewel het woord "knapenschenders" niet per se verwijst naar betaalde seks, wordt het - door sommigen - er in dit verband wel mee geassocieerd omdat het direct wordt voorafgegaan door het woord "schandknapen". Verder worden naast "knapenschenders" ook "ontuchtplegers" (πόρνοις; in andere vertalingen "hoereerders" (NBG 1951, Jongbloededitie) of "hoerenlopers" (Willibrordvertaling) genoemd) veroordeeld, terwijl dit niet geldt voor de vrouwelijke prostituees, die daarmee kennelijk in een andere categorie vallen dan "schandknapen".