Dichorragia nesimachus is een Aziatisch vlindersoort uit de familie van de Nymphalidae. Binnen het wijde verspreidingsgebied, dat zich uitstrekt van Noord-India in het westen tot Japan in het oosten, worden verschillende kleurvariaties en ondersoorten waargenomen. De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1836 door Jean Baptiste Boisduval.
Kenmerken links|miniatuur|Gynandromorfisme in spp. nesimachus geeft de minimale verschillen weer tussen ♀ (links) en ♂ (rechts)(India)
Vleugeltekening De vlindervleugels hebben een grijsbruine grondkleur met daarop een tekening uit een iriserend blauw-violet-olijfgroene glans, van witte vlekken en een opvallende witte, getande zigzaglijn langs de vleugelranden. Het mannetje laat een breder kleurenpalet zien dan het vrouwtje, maar het vrouwtje is lichter van kleur aan onder- en bovenzijden. Bij vrouwtjes (op de bovenzijde van de voorvleugel) versmelt de dubbele rij van smalle witte zigzaglijnen vaak samen tot een pijlpuntvormige tekening. Echter is de mate van deze seksuele dimorfie nagenoeg nihil. Aan de onderzijde is de voorvleugel paarsachtig-zwart en de achtervleugel dofzwart; de witte tekeningen komen overeen met die aan de bovenzijde, maar zijn groter en duidelijker. De antennen, kop, thorax en achterlijf zijn dofzwart. Daarentegen is de tong vuurrood.
Morfologie De vleugelspanwijdte bedraagt 65–88 mm. Het vrouwtje is ongeveer een centimeter groter dan het mannetje. De antennen zijn iets langer dan de helft van de lengte van de voorvleugel. De voorvleugel heeft een licht gebogen costa, een licht ingesneden en golvende buitenrand en een rechte binnenrand. De achtervleugel heeft een matig gebogen costa, een licht golvende buitenrand en een diep ingesneden binnenrand om ruimte te bieden aan het achterlijf. De aders zijn duidelijk zichtbaar, waarbij de mediane en subcostale aders karakteristieke bogen en hoeken vertonen.
Verspreiding en leefgebied De soort komt voor in India, Bhutan, Myanmar, Thailand, Filipijnen, Maleisië, Indonesië, China en Japan. De vlinder wordt meestal waargenomen rond juni tot september en op een hoogte van 100–1.800 m. In Vietnam vertoont de soort vermoedelijk ‘hill topping’-gedrag, vergelijkbaar met de koninginnenpage, en wordt hij doorgaans aangetroffen in dichte bosgebieden. Ze kunnen tijdens het modderpoelen ook samen met andere soorten worden waargenomen.
De rupsen leven van waardplanten uit het geslacht Meliosma.
Taxonomie Het geslacht Dichorragia , 1869 werd voorheen beschouwd als onderdeel van de onderfamilie Cyrestinae en soms ook van de Apaturinae, maar wordt tegenwoordig op basis van fylogenetisch onderzoek ingedeeld als een zustergeslacht van het geslacht Stibochiona binnen de onderfamilie Pseudergolinae, allen behorende onder de familie van de Nymphalidae.
De soort Dichorragia nesimachus (Boisduval, 1836) omvat de volgende voorgestelde ondersoorten:
miniatuur|Vleugelonderzijde en rode tong in spp. formosanus(Taiwan)
spp. deiokes (Fruhstorfer, 1913) – Zuid-Thailand, Malakka, Singapore spp. derdas (Fruhstorfer, 1903) – Borneo spp. formosanus (Fruhstorfer, 1909) – Taiwan spp. harpalycus (Fruhstorfer, 1913) – Banggai spp. machates (Fruhstorfer, 1903) – Sumatra, Batoe-eilanden spp. mannus (Fruhstorfer, 1897) – Java spp. nesimachus (Doyère, 1840) – Himalaya: N-India, Indochina, Bhutan, Nepal spp. nesiotes (Fruhstorfer, 1903) – Japan spp. nesseus (Grose-Smith, 1893) – West-China spp. niasicus (Fruhstorfer, 1909) – Nias spp. peisandrus (Fruhstorfer, 1913) – Soela-archipel spp. peisistratus (Fruhstorfer, 1913) – Filipijnen spp. pelurius (Fruhstorfer, 1897) – Sulawesi
Een nauw verwant soort, Dichorragia ninus (C. & R. Felder, 1859), komt voor op Nieuw-Guinea en omliggende eilanden (o.a. in de Molukken). Voorheen beschreven sommige literatuur de soort als een ondersoort van D. nesimachus.
Beeldgalerij
Categorie:Nymphalidae