thumb|150px|Venus van Milo, gemaakt door een steenhouwer. De beeldhouwkunst is een van de klassieke disciplines binnen de beeldende kunsten: een beeldhouwer vervaardigt op ambachtelijke wijze een artistiek object in 3D.
Beeldhouwwerken zijn kunstobjecten die door een kunstenaar worden vervaardigd, die men beeldhouwer noemt. Naargelang de grondstof spreekt men van een steenhouwer of houtsnijder. Deze kunstenaars zijn echter zelden de scheppers van de grondstof, en werken meestal samen met een steengroeve of bronsgieterij, die verschillende afgietsels kan maken. Door hun weerbestendigheid kunnen kunstobjecten uit natuursteen en brons openbaar tentoongesteld worden, en zijn ze al eeuwenlang een dankbare grondstof voor het vervaardigen van openbare monumenten waaronder graftekens. Vaak worden in musea alles beeldhouwwerken in een afzonderlijke verzameling opgenomen, sommige musea zijn gespecialiseerd in beeldhouwkunst zoals het openluchtmuseum Middelheim.
Soorten beelden Plastiek, ruimtelijke (driedimensionale) beelden, opgebouwd uit kneedbare materialen Sculptuur, vervaardigd door materiaal te verwijderen (weghakken, snijden) uit starre materialen, zoals een blok steen of een stuk hout IJssculptuur, gehakt uit ijsblokken Zandsculptuur, gevormd uit aangestampt, compact rivierzand Assemblage, een beeld dat bestaat uit een samenstelling van meerdere materialen (driedimensionale collage) Installatie, een ruimtelijke opstelling van heterogene (veelsoortige) voorwerpen of objecten Environment of omgevingskunst landschapskunst (Engels: land art), heeft vaak sculpturale kenmerken, verhoudt zich veelal in relatie tot de omgeving (meestal rurale landschap) Readymade of objet trouvé Portretkop, een 3-dimensionaal portret van een hoofd Buste, borstbeeld vanaf de helft van de borst Borstbeeld, een half standbeeld, vanaf de heupen Standbeeld, bijvoorbeeld een staande figuur, een ruiterstandbeeld Monument, er bestaan vele variaties Gedenkteken, herinneringsteken, meestal voor slachtoffers van een oorlog Piëta, uitbeelding van het lijden van Christus Reliëf, een driedimensionale afbeelding op een platte achtergrond Laag reliëf, een ondiep uitgewerkte voorstelling, bijvoorbeeld op een munt of gevelsteen Hoog reliëf, een bijna vrijstaand beeldhouwwerk op een vlakke ondergrond, met grote diepteverschillen
Materialen Een beeldhouwer wordt gevormd en specialiseert zich in een welbepaalde materie.
Steenhouwerij miniatuur|Grafsteen uit blauw hardsteen en wit marmer, 18e eeuw, Mechelen. miniatuur|De Grote Boeddha van Leshan, gehouwen uit de rotsen door steenhouwers. De steenbeeldhouwer beoefent de bewerking van natuursteen en kiest hiervoor zijn steensoort uit in een welbepaalde steengroeve. Marmer Arduinkappers Graniet Speksteen
Metaalgieters Deze beoefenen de kunst van het gieten van beelden in metaal. Email Metalen en legeringen Brons, bv. klokkengieterij en kanonnen Goud Koper Lood Staal Zilver
Houtsnijders Deze beoefenen de kunst van het snijden van houtsoorten.
Ivoorsnijders Deze beoefenen de kunst van het ivoorsnijden, dat nog zelden gebeurt.
Andere Beton Bijenwas Boetseerwas Gips, in diverse soorten Glas Karton Klei Rivierklei Chamotteklei Porselein Terracotta Papier Papier-maché Polystyreen Polyester Polyurethaanschuim Textiel
Beelden, zoals installaties, kunnen van 'gemengde materialen' (de zogenaamde mixed media) gemaakt worden en van natuurlijke materialen, zoals takken, bladeren, bloemen, stuifmeel, mos, maar ook bloed, sperma, olie, voedingsstoffen, opgezette dieren …
Tabel van beeldhouwkunst naar periode en stijl Stroming Periode Typering Voorbeeld Prehistorisch tot circa 660 v.Chr. Kunst voor sjamanistische handelingen, ter decoratie van gebruiksvoorwerpen, kleding en paardentuigen en als bijgiften in een graven van belangrijke personen. Scythen, Kelten, Germanen Venusbeeldjes - Megalieten - Hunebedden Egyptisch 3000 v.Chr. Kunst in dienst van goden en doden. Tempelbeelden (koningsbeelden, sfinxen in natuursteen) en grafsculpturen. Sfinx Grieks – Knossos 1650 v.Chr. – 27 Minoïsche beschaving: figuurtjes in faience, brons en ivoor (slangengodinnen, stier, dubbele offerbijl). Myceense beschaving: ivoor en gebakken aarde. De geïdealiseerde mens. Aanvankelijk strak, symmetrisch en bewegingloos. Nadien naast de naakte atleet ook de geklede gestalte, ook in brons gegoten of in terracotta. Hellenisme: idealisme evolueert naar naturalisme. Reliëfbeeldhouwkunst: voorstellingen van processies, gevechtstaferelen en godenbijeenkomsten in fries. Nikè van Samothrake – Kariatiden – Athena Parthenos – Aphrodite van CnidusRomeins 270 v.Chr. – 400 n. Chr. Het realistische portret en het historisch reliëf. Portretbeeld in functie tot de gemeenschap, dat wil zeggen met machtssymbolen, uniform, toga. Vaak in een nis geaccentueerd Historisch reliëf op triomfbogen, gedenkzuilen, monumenten of sarcofagen: historische en/of politieke werkelijkheid. Kolos van Nerva – Zuil van Trajanus – Marcus Aurelius Byzantijns 600 - 800 Aansluiting op het late hellenisme. De mozaïeken vervangen de tweedimensionale beeldhouwkunst. Ivoorreliëfs – Barberini-diptiek – Triptiek van Harbaville Karolingisch 750 – 960 Romeinse en Byzantijnse voorbeelden worden aan de Germaanse ambachtelijkheid verbonden, waarbij men aldus de Karolingische renaissance beleeft: religieuze voorstellingen in edelsmeedwerk, ivoorsnijwerk en bronsgietwerk. Paleiskapel Aken Ottoons 700 – 1000 Bij de Ottoonse renaissance, onder Otto de Grote, worden aan de Karolingische bouwwijze Byzantijnse arcaden en kapitelen toegevoegd. Borobudur Romaans 800 – 1200 Rondbogenstijl ontwikkeld uit de Romeinse bouwwijze. Cluny – Doornik – Maastricht – Worms Gotisch 1240 – 1400 Spitsbogenstijl, genoemd naar Giorgio Vasari die alle niet-Romeinse kunst "barbaars" of "van de Goten" noemde. Vlamgotiek: laatgotiek met overdadige versiering. Kathedraal van Reims – Kathedraal van Chartres – Claus Sluter Renaissance 1400 – 1600 Onder impuls van het humanisme, teruggrijpen naar de klassieke elementen van de Griekse en Romeinse kunst. Donatello – Luca della Robbia – Michelangelo Buonarroti - Andrea del Verrocchio - Maniërisme 1520 - 1590 Toevoegen in de laat-renaissance van overdreven emotionele elementen aan de ratio van de voorafgaande hoogrenaissance, sinds 1520. Dit leidt tot verhoogd sensualisme. Giambologna – Benvenuto Cellini - Adriaen de Vries Barok 1600 – 1775 Kunstuiting van de katholieke Contrareformatie, met verheerlijking van het koninklijke absolutisme. Aanbrengen van overdadige versieringen, in beelden vol beweging, in breedsprakige gebaren, in houding (schroefhoudingen) en drapering. Gian Lorenzo Bernini - R. Le Lorrain- E. Bouchardon – Frans Duquesnoy – Artus Quellinus - Rombout Verhulst Classicisme 1775 - 1840 Afwijzen van barok- en rococo-elementen en teruggrijpen naar "rust" en "stilte" als essentie van het "schone". Bertel Thorvaldsen – Antonio Canova – J.A. Houdon Romantiek 1825 – 1870 Rede en klaarheid (Classicisme moeten plaats maken voor emotionele waarden (Jean-Jacques Rousseau). In Frankrijk: hartstochtelijke heldenverering en bijna revolutionaire vrijheidsdrang. Fr. Rude – A.L. Barye – J.B. Carpeaux Sociaal Realisme 1860 – 1900 Accentueren van sociale elementen in houdingen en gebaren. C. Meunier – J. Lambeaux Impressionisme 1885 – 1920 Poging momentindruk in beeld te brengen door onder andere lijnen technisch te verdoezelen. Auguste Rodin – A. Maillol – Rik Wouters – Camille Claudel Expressionisme 1910 – 1940 Uitdrukken van individuele emotie door accentueren van houdingen. E. Barlach – Mari Andriessen – O. Zadkine – Jozef Cantré – Käthe Kollwitz Kubisme 1920 – 1940 De dingen in de natuur zijn volgens geometrische vormen opgebouwd. Archipenko – Raymond Duchamp-Villon Abstracte Kunst 1920 Vlakken en lijnen zwakken de directe figuratie af en trachten het abstracte begrip te suggereren. J. Lipchitz – C. Brancusi – Jean Arp – Olivier Strebelle Kinetische kunst 1930 Beeld of beeldgedeelten worden in beweging gehouden door externe factoren. A. Calder – J. Tinguely Surrealisme 1930 Samenbrengen van elementen uit de puur realistische figuratie tot een imaginair irreëel gegeven. Henry Moore – A. Giacometti – René Iché – Roel D'Haese – Rik Poot – Reinhoud D'Haese Popart 1960 Popular Art. De trivialiteit van de consumptiemaatschappij wordt geaccentueerd Andy Warhol – Niki de Saint Phalle – David Mach Hyperrealisme 1960 Realisme weergegeven met fotografische nauwkeurigheid, veelal in polyester. Jacques Verduyn - Duane Hanson Nouveau Réalisme 1960 Afwijzing van het conformisme bij de abstracte kunst. Poging zich te integreren in de technologische realiteit van de hedendaagse wereld. César - Arman Happening Fluxus Performance 1960 Theatraal en grensverleggend; zich bekommerend om de ruimte en zich bezinnend op de menselijke conditie. 'Zingende sculturen' en Sociale Plastiek. Antony Gormley – Jan Fabre – Anish Kapoor – Thierry de Cordier - Gilbert en George – Joseph Beuys - Wolf Vostell - Nam June Paik Assemblage-kunst 1970 Samenbrengen van heterogene, vaak afgedankte gebruiksvoorwerpen, of gedeelten ervan, tot nieuw origineel beeld. Christo - Vic Gentils – Camiel Van Breedam – Panamarenko – Leo Copers - Henck van DijckPlasticisme 1970 Het puur plastische primeertFernando Botero
Niet-westerse beeldhouwkunst naar geografische herkomst Afrika In de koninkrijken Ife en Benin werd het gieten van brons ontwikkeld. Tussen de 11e en de 15e eeuw maakten de kunstenaars van de Ifecultuur vooral hoofden van koningen. In het koninkrijk Benin tussen de 13e en 19e eeuw waren het vooral bronzen beelden. Onder andere de beelden gevonden bij Tada waarbij een bijzonder beeld in kleermakerszit gevonden is. Het beeld is nu in het Nationaal Museum in Lagos. De oudste Afrikaanse beelden dateren uit het midden van het eerste Millennium voor Christus; de tijd van Nok-beschaving in het midden van Nigeria. Dit waren vooral terracotta hoofden. Afrikaanse kunst is bekend door zijn vele expressieve maskers.
Musea met Afrikaanse beeldhouwkunst: Wereldmuseum Amsterdam Wereldmuseum Rotterdam Wereldmuseum Leiden Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren
India Onder invloed van het hindoeïsme kwamen er veel beelden in de hindoetempels in India. Beelden van goden zoals Shiva, Vishnoe en Brahma worden nog steeds gemaakt volgens de oude tradities.
Ook het boeddhisme beïnvloedde de Indiase beeldhouwkunst. De eerste kunstenaars maakten nog geen Boeddhabeelden. Vanaf de 1e eeuw voor Christus gebeurde dit wel. Na het begin van de christelijke jaartelling werd het gemeengoed om Boeddha-voorstellingen te maken. Hierbij zijn voorbeelden bekend die duidelijk een hellenistische inspiratie lijken te hebben, maar ook voorbeelden waaruit een uniek Indiase beeldentaal spreekt. Hierbij lijkt sprake van een parallelle ontwikkeling.
Zie ook: Indiase architectuur
China De Chinese beeldhouwkunst bestaat vooral uit kleine voorwerpen zoals schalen van brons, begrafenisbeeldjes, aardewerk en porselein. Een bekend voorbeeld van monumentale Chinese beeldhouwkunst zijn de grote terracotta beelden de Xi'an-krijgers van het beroemde terracottaleger van Xi'an bij de graftombe van Qin Shi Huangdi, de eerste keizer van China.
Musea met Chinese beeldhouwkunst: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel
Westerse beeldhouwkunst naar periode Mesopotamië thumb|270px|Assyrische lammasu poort bewaker uit Khorsabad, ca 721–705 v. Chr. Reeds de Assyriërs hadden monumentaal beeldhouwwerk en bas-reliëfs. Bekend zijn hun jachtscènes en voorstellingen van fabeldieren. De Babyloniërs maakten reliëfs in terracotta.
Oud-Griekse kunst Een bekend voorbeeld van de oud-Griekse beeldhouwkunst is het beeld de Venus van Milo in het Louvre in Parijs. Ander oud-Griekse beelden zijn: Nikè van Samothrake, Dame van Auxerre, De Stervende Galliër, Korè, Kouros, Laocoöngroep,
Romeinse kunst