De Manx Grand Prix is een wegrace-serie die jaarlijks wordt georganiseerd op de Snaefell Mountain Course op het eiland Man. De serie duurt twee weken aan het einde van augustus en het begin van september. De "MGP" of "Manx" is een zusterwedstrijd van de meer bekende Isle of Man TT, die in mei en juni wordt gehouden. Ze is echter veel meer bedoeld voor amateurs dan de TT. Bovendien kent de Manx Grand Prix geen zijspanklasse.
Amateurwedstrijden zijn altijd bijzonder populair geweest in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Naast de Manx Grand Prix konden amateurs rijden in de North West 200, de Southern 100 en tijdens de Isle of Man TT werden ook regelmatig amateurklassen georganiseerd: de Clubmans Junior TT (1947-1956), de Clubmans Lightweight TT (1947-1950), de Clubmans Senior TT (1947-1956), de 350 Formula One TT (1959), de 500 Formula One TT (1959), de Production 250 TT (1967-1976), de Production 500 TT (1967-1976), de Formula Three TT (1977-1982), de Production 100-250 cc TT (1984-1985) en de Production Class D TT (1986-1988).
Manx Grand Prix De wedstrijdserie bestaat uit zes races van drie of vier ronden. Elke ronde op de "Mountain Course" is 60,7 km lang. De start en finish liggen bij de TT Grandstand in de stad Douglas. De klassen zijn grotendeels vergelijkbaar, ook in naam, met die van de TT. Men kent de Newcomers Class, de Lightweight/Ultra Lightweight Class (bij de TT Lightweight TT en Ultra-Lightweight TT), de Junior Class (Junior TT), de Senior Class (Senior TT), de Junior/Lightweight Classic en de Senior Classic. Deze laatste klassen staan open voor oudere machines ("Classics").
Geschiedenis De eerste MGP werd in 1923 georganiseerd, toen nog onder de naam "Manx Amateur Road Race Championship" (MARRC). Die naam bleef tot 1930, toen hij werd veranderd in "Manx Grand Prix". In de eerste jaren ontstonden soms problemen over de definitie van het begrip "amateur". Veel echte fabrieksrijders waren er toen nog niet. Internationale races waren er wel, maar Britse fabrikanten bleven voornamelijk op het eiland Man (in de inmiddels wereldwijd beroemde TT) rijden, terwijl merken van het continent zelden naar het Verenigd Koninkrijk kwamen. Alleen bij het nog jonge Europees kampioenschap werd er internationaal geracet, maar voor de Britten bleef de Isle of Man TT toonaangevend en voor hun grootste concurrenten, de Italianen, de Grand Prix-wegrace der Naties op Monza. Privérijders konden meestal een overtocht naar het continent niet betalen, maar mochten wel in de TT starten. Tegenwoordig beginnen amateurs bij de MGP, en kunnen daarna overstappen naar de Isle of Man TT, maar terugkeren naar de "Manx" mag niet, met uitzondering van de "classic" klassen. Zo kwamen Chris Palmer (voormalig Brits kampioen in de 125cc-klasse) en wijlen Richard Britton in 2005 terug met Norton Manxen. In 1989 was Gloria Clark de eerste vrouwelijke deelnemer, 66 jaar na aanvang van de MGP. In de Isle of Man TT was Inge Stoll al in 1954 de eerste vrouwelijke deelnemer, als bakkeniste van Jacques Drion. In 2009 was Carolynn Sells de eerste vrouwelijke winnaar op de Snaefell Mountain Course tijdens de Manx Grand Prix. Zij won de Ultra-Lightweight Manx Grand Prix met een Yamaha FZR 400 RR.
De Manx Grand Prix wordt georganiseerd door de Manx Motor Cycle Club (MMCC), maar er wordt gereden volgens de reglementen van de Auto-Cycle Union, die verantwoordelijk is voor de meeste Britse wedstrijden, waaronder al vanaf 1907 de Isle of Man TT.
Klassen Newcomers De Newcomers class staat open voor rijders die voor het eerst op het Mountain Circuit rijden. De Isle of Man TT kent een dergelijke klasse niet, waardoor beginnelingen alleen in de Manx Grand Prix de kans hebben tegen elkaar te rijden. Daardoor zijn er ook meestal meer inschrijvers dan startplaatsen. De motorfietsen mogen niet zwaarder zijn dan 600 cc en tijdens de trainingen moeten de rijders gekleurde hesjes dragen, als waarschuwing voor snellere rijders dat iemand het circuit nog aan het "verkennen" is. Nieuwelingen mogen zich ook inschrijven voor andere klassen, maar toestemming voor deelname hangt af van hun ervaring (in andere wedstrijden).
Ultra-Lightweight en Lightweight Deze klassen stonden in het verleden bij de Isle of Man TT Ultra-Lightweight TT en Lightweight TT op het programma. In de laatste jaren startten hier vooral 125- en 250 cc tweetakten en 400 cc viertakten. Omdat men niet meer bij de "grote" TT terechtkan zijn deze klassen bij de Manx Grand Prix enorm populair geworden. De motorfietsen verouderen wel, want ze zijn niet meer te koop. De klassen zijn verdeeld over twee wedstrijden ("A" en "B"), maar de machines starten in dezelfde sessies. Alle cilinderinhouden zijn dus tegelijk in de baan.
Junior De Junior Class kent machines met een cilinderinhoud tussen 200 en 750 cc, maar verreweg de meeste deelnemers rijden op 600 cc middleclass supersports. Toch rijden er nog enkele 250 cc productieracers mee. Voor de snelste 250 cc tweetakt kent men een aparte prijs.
Senior De Senior Class is het sluitstuk van de raceweek en de maximale cilinderinhoud bedraagt 1.000 cc, maar ook hier zijn 600cc-motorfietsen in de meerderheid omdat ze lichter en handelbaarder zijn. Er zijn sporadisch ook 750cc-machines te vinden.
Senior Classic In de Senior Classic race starten een groot aantal deelnemers met klassieke machines tussen 350- en 500 cc. Daarmee representeren ze de "oude" Senior Manx Grand Prix en de oude Senior TT uit de jaren vijftig en zestig. De meeste machines zitten tussen 450 en 500 cc en bekende oude merken en typen komen aan de start, zoals de Norton Manx, Matchless G50, BSA Gold Star, Ducati en Seeley. Ook de Honda CB 450 past in deze klasse.
Junior Classic en Lightweight Classic De Junior Classic staat open voor klassieke machines van 250 tot 350 cc en de Lightweight Classic voor machines tot 250 cc. Net als bij de Ultra-Lightweight en Lightweight rijden de machines twee wedstrijden, maar beide cilinderinhouden rijden samen.
Post Classic In 2008 zag de MMCC in dat er behoefte was aan een wedstrijd voor semi-klassieke motoren die in de jaren tachtig populair waren en die in die tijd ook geracet hadden. In eerste instantie (2009) werd het reglement soepel opgesteld om te bezien hoeveel semi-klassiekers zich inschreven. Daarna werd de uiterste productiedatum op 1981 vastgesteld.
Formula Classic De Formula Classic werd aanvankelijk ingesteld voor 750 cc viertakten van vóór 1973. Deze klasse wordt bezet door machines uit de Formule 750, waaronder de BSA A75 Rocket 3 en de Triumph Trident 750. De Formula Classic start tegelijk met de Senior Classic.
Senior Post Classic en Junior Post Classic De Senior Post Classic staat open voor 601- tot 1.050 cc viertakten en 351 tot 750 cc tweetakten die geproduceerd zijn vóór 31 december 1985. De Junior Post Classic is bestemd voor viertakten tot 600 cc eveneens geproduceerd tot 31 december 1981. Daarnaast starten er tweetakten tot 350 cc. Omdat dit vrijwel uitsluitend productieracers zijn moeten ze originele frames hebben, maar remmen en wielen zijn vrij. De uiterste productiedatum is 31 december 1984. Ook dit zijn twee klassen die in één race rijden.
Wijzigingen in 2011 In 2011 werd de Formula Classic veranderd in 850 cc viertakten van vóór 1974. Waarschijnlijk werd dit gedaan om de Norton Commando 850, die in 1973 in productie kwam, toe te laten. De Senior Post Classic werd omgedoopt tot "Classic Superbike" of "Polo Class". De Lightweight MGP Race werd uitsluitend voor 400 cc viertakten opgengesteld.
Super Twin MGP Race In 2011 werd de Super Twin MGP Race geïntroduceerd, voor 650 cc viertakten en 250 cc tweetakten. Dit was overeenkomstig met de Lightweight TT. De Lightweight MGP Race was echter opgengesteld voor 400 cc viertakten, 125 cc tweetakten en 450 cc eencilinders.
Indeling van de raceweken right|250px|thumb|Travelling Marshall met twee Newcomers wachten op het begin van hun verkenningsronde met de TT Grandstand op de achtergrond. Op de eerste zaterdagavond worden de wegen door marshalls afgesloten en nemen acht "Traveling Marshalls" de nieuwkomers mee voor enkele verkenningsronden over het circuit. Dat is nodig om dat de Snaefell Mountain Course ruim 60 km lang is. Daarna zijn ze vrij om in eigen tempo te trainen. In de loop van de eerste week, waarin alleen trainingen plaatsvinden, moeten alle deelnemers een bij hun klasse passende tijd rijden, om zich te kwalificeren voor de races in de tweede week. De Traveling Marshalls blijven twee weken lang op gezette tijden hun eigen inspectieronden over het circuit rijden. Op de tweede zaterdag eindigen de trainingen en rijden de nieuwkomers en op de volgende maandag beginnen de andere wedstrijden. Op zondag wordt nooit getraind, maar ook in de raceweek blijven een aantal klassen tussen de races door trainen omdat er anders te veel tijd zit tussen training en wedstrijd. De wedstrijdweek is altijd hetzelfde: twee races op maandag, woensdag en vrijdag. Alle klassen rijden drie of vier ronden (ongeveer 180/240 km). De tussenliggende dagen worden gevuld met trainingen, maar soms ook voor wedstrijden die door slecht weer zijn uitgesteld.
Beroemde coureurs Ted Mellors: Debuteerde in 1927 in de MARRC met een tiende plaats met een P&M. Harold Daniell: Debuteerde in 1930 met een Norton in de Senior race, maar hij viel uit, net als in 1931. In 1932 werd hij met de Norton tweede in de Senior race en met een Excelsior negende in de Junior race. In 1933 won hij de Senior race en viel hij uit in de Junior, inmiddels ook met Norton. Daarna stapte hij over naar de TT. Die won hij pas in 1938 (Senior TT). Na de oorlog won hij de Senior TT in 1947 en in 1949. Jock West: Debuteerde in 1931 in de Manx Grand Prix dankzij sponsoring van Ariel. Succes bleef nog uit: zowel in 1931 als 1932 haalde hij de eindstreep niet. Maurice Cann: Debuteerde in 1931 in de Junior MGP (uitgevallen) en de Senior MGP (negende). In de Senior was hij wel de beste Velocette-rijder. In 1937 won hij met een Norton beide klassen, waarna hij overstapte naar de TT. Bob Foster: Bezocht in 1932 voor het eerst de Manx Grand Prix, maar hij deed dat als monteur voor een vriend. Hij zou in de "grote" TT een aantal successen behalen. Freddie Frith: Won in 1935 de Junior MGP en kreeg een contract bij Norton, waardoor hij kon overstappen naar de TT. Ernie Lyons: Won de Senior Manx Grand Prix van 1946 met de toen nog experimentele Triumph T100GP. Edward Turner, directeur van *Triumph en fel tegenstander van races, was hier niet blij mee. Jack Brett: Moest door de Tweede Wereldoorlog het begin van zijn racecarrière uitstellen tot in 1946, toen hij in de Junior MGP uitviel met een Norton Manx, maar in de Lightweight werd hij met een Excelsior Manxman zesde. Reg Armstrong: Werd in 1946 geweigerd als deelnemer omdat hij de dag vóór de race 18 jaar werd. Cromie McCandless: Kwam in 1947 voor het eerst voor in de annalen van de MGP. Hij viel met de Norton Manx uit in de 350- en de 500cc-klasse en dat gebeurde ook in 1948. In 1949 won hij de 350 en werd tweede in de 500. Daardoor kon hij in 1950 overstappen naar de TT. Dickie Dale: Debuteerde in 1948 in de 250 cc Lightweight klasse en won meteen met zijn Moto Guzzi Albatros. Geoff Duke: Won in 1949 de 500 cc MGP én de amateurklasse tijdens de TT, de Clubmans Senior TT. John Hartle: Nam in 1953 voor het eerst deel. Hij werd met een Norton Manx vijftiende in de Senior klasse en met een AJS 7R eenentwintigste in de Junior klasse. Phil Read: Nam in 1958 met een 350 cc Norton Manx deel aan twee races: de Junior (zeventiende) en de Junior Snaefell Race (derde). Tot 1960 bleef hij met Nortons deelnemen aan de Manx Grand Prix, met als beste prestatie de overwinning in de Senior klasse van dat jaar. Daarna ging hij naar de Isle of Man TT. In 1998 keerde hij terug naar de "Manx". 59 Jaar oud werd hij met een Matchless G50 zestiende in de Classic Senior Race.